Cultuur

Interview

Interview

Klaas Post, één dag per week conservator in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam: „Het is een hobby.”

Foto Andreas Terlaak

De Urker visser die graag botten vangt

Interview Visser Klaas Post ontdekte in de Westerschelde twee unieke vindplaatsen van uitgestorven walvissen en dolfijnen. Hij is “tot atheïst geëvolueerd” en speurt nu naar botten.

‘Het was donders moeilijk, want de Westerschelde is gevaarlijk vissen”, vertelt Klaas Post. Post is visserij-ondernemer, maar ook een internationaal bekend kenner van uitgestorven zeezoogdieren.

Bij Terneuzen ontdekte hij in 2014 een unieke, 12 miljoen jaar oude vindplaats van fossiele walvissen en dolfijnen, haaien en reuzenschildpadden. Een unieke fauna van dieren die zwommen in een ondiepe zee waar nu Nederland ligt. Post vond vijf onbekende soorten walvisachtigen. Hij zag zelden een zo rijke, goed geconserveerde vindplaats. „Wilde je dit soort dingen vinden, dan moest je naar Italië toe, of naar Peru.”

Het was gevaarlijk zoekwerk. In de loop van 2014 voer hij driemaal uit, samen met een ervaren visser, om grote fossielen van de zeebodem te schrapen. „In die moeilijke gebieden zijn draaikolken, er ligt staaldraad op de bodem, koelkasten, alles wat tachtig jaar lang overboord gegooid is. Zelfs munitie.”

Afgelopen herfst vonden ze, voor de kust van Walcheren, een nog veel oudere vindplaats, van circa 40 miljoen jaar oud. „Bij de Scheur, boei 10.” De nieuwe soorten zullen de komende jaren wetenschappelijke namen krijgen. „Ik ga een van de soorten naar de visser, Jan van Dokkum, vernoemen. Niemand anders had het gedurfd.”

Klaas Post (1953) weet dat. Zijn hele familie is visser. Op zijn zeventiende ging hij voor het eerst mee naar zee en werd hij een belangrijke internationale visserij-ondernemer. Hij bezit op Urk meerdere bedrijven: visserij, visexport en -import, visverwerking. Als hij een zalmrokerij opent in China, komt dat in Visserijnieuws.

Maar van alle visserij-ondernemers in Nederland is hij de enige die ook in Nature heeft gestaan. Want als ‘ontspanning’ specialiseerde Post zich 25 jaar geleden in uitgestorven zeezoogdieren en publiceerde hij sindsdien ongeveer zeventig wetenschappelijke artikelen.

Twee uiteenlopende carrières dus, maar ze putten uit dezelfde rijke bron: de Noordzee. De Noordzee zit vol vis, en vol fossielen. De meeste stammen uit de afgelopen 200.000 jaar, de tijd dat de Noordzee meestal een koude vlakte met wolharige mammoeten was. Maar ook walrussen en potvissen kun je er opvissen.

Post vertelt erover op een dinsdag, zijn vaste dag als collectiebeheerder bij het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. Daar beheert hij een grote collectie uitgestorven zeezoogdieren: meer dan tienduizend beenderen van walvissen, dolfijnen, robben.

Hij verzamelde die collectie zelf, sinds begin jaren negentig. „Ik had het netwerk: we hadden vrachtwagens op elke haven. De vissers waren gewend om alleen mammoetkiezen aan de wal te brengen. Maar die mammoeten had ik wel gezien, dus ben ik de walviskant opgegaan. Ik zei: nee jongens, gooi álles in de kist, wij zorgen voor een vergoeding.”

De Westerschelde-fossielen zijn veel ouder dan alles wat hij eerder op de Noordzee verzamelde. Post: „Dit is heel bijzonder. In die periode, 12 miljoen jaar geleden, verschenen de moderne typen walvissen. We hebben onder meer de vroegste vinvis van de wereld – dus uit de lijn van blauwe vinvis, dwergvinvis, de hele mikmak. Hij was zes of zeven meter lang. En, wat heel wonderlijk is: hij lijkt al sterk op moderne vinvissen.”

Waarom is deze vindplaats zo goed?

„De meeste fossielen van walvisachtigen uit die tijd liggen onbereikbaar diep in zeeën. Maar in de Westerschelde is het anders: daar heeft de Schelde ze blootgewerkt. We kunnen ze van dertig, veertig meter diepte opvissen. Wat heel bijzonder is: de fossielen liggen nog op hun oorspronkelijke plek, in het omringende gesteente. En ze zijn compleet. Nekwervels op hun plek, onderkaken aan de schedels. Het is ongekend.”

Hoe kunt u dit werk doen naast een carrière in de visserij?

„Het is een hobby. In mijn middelbare schooltijd al. Oom bracht een mammoetkies thuis en die zette ik op mijn nachtkastje. Begin jaren negentig heb ik het weer opgepakt. Er werd toen niet zoveel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar fossiele zeezoogdieren. Als ik een artikel schreef, las ik de vier relevante publicaties en dat was het.”

Door zijn werk liep Post overal fossielen tegen het lijf: een visserijbedrijf in Kaapstad had een schedel, op 400 meter diepte opgevist – het was een onbekende spitssnuitdolfijn.

„Mijn werk is handel. En handel is oneigenlijk, het is van één plus één drie maken. Er zijn mensen die daar volledig in opgaan, maar zo zit mijn geest niet in elkaar. Als ik in mijn hotelkamer zit in Kyoto, maak ik een wetenschappelijk artikel af dat maar vier man in de wereld lezen. Voor mij is dat ontspanning.”

Waarom bent u geen paleontoloog geworden?

„Ik was een beetje de hbs-drol van de familie. Ik las boeken over evolutie, in de schoolbibliotheek in Emmeloord – zulke boeken waren op Urk natuurlijk niet te vinden.

„Maar ik wilde ook naar de schepen. Mijn neven gingen al naar zee toen ze twaalf, dertien waren. Mijn grootvader, ook visser, was een grote man op Urk. Op mijn zeventiende ging ik mee naar zee en mijn oom zei toen tegen grootvader: ‘Nou, hij heeft het.’ Toen telde ik ineens mee.

„Als ik had gezegd: ik ga paleontologie studeren, had iedereen gezegd: paleo-wat? Wat ik ook zou hebben gekozen, al had ik gezegd dat ik bankdirecteur wilde worden, het had lager in aanzien gestaan dan visser. Behalve dokter misschien, of dominee. Nou, dominee, daar had ik al helemaal geen zin in.”

Bent u wel religieus?

„Nee. Ik ben een tot atheïst geëvolueerde Urker. Misschien wel de enige. Ik had aan boord boeken over evolutie, waarop mijn oom met grote letters ‘ONZIN’ schreef. Want al op pagina twee ging het over ‘miljoenen jaren geleden’.

„Maar er werd nooit moeilijk over gedaan. Buitenstaanders hebben een verkeerd beeld van Urk. Iedere gedachte is er welkom.”