Recensie

Blogteksten van een Iraakse oorlogstiener op muziek

Het indrukwekkende ‘And the centuries surround me with fire…’ van Mattijs de Roo heeft een bijzondere bezetting, met soloviool én twee zangeressen.

Foto Esther de Bruijn

In 2012 was Matijs de Roo genomineerd voor de Toonzettersprijs met Im grossen Schweigen, een prachtig dubbelconcert voor blokfluit en viool. Voor de NTR ZaterdagMatinee componeerde De Roo een orkestwerk met opnieuw een ongewone bezetting: het indrukwekkende And the centuries surround me with fire… vraagt om soloviool én twee zangeressen.

Als tekst gebruikte De Roo blogposts die een tienermeisje uit Mosul schreef ten tijde van de Irakoorlog. Het zijn naïeve, wrange, zakelijke, wanhopige en poëtische tekstflarden, die door mezzo Olivia Vermeulen en de hoogzwangere sopraan Julia Westendorp gezongen, gesproken en gefluisterd werden in een gelaagde muzikale omlijsting. Harde orkestklappen sloegen in als bommen, en bij iedere inslag veranderde de muzikale wereld. Schroeiende tonen versprongen van solist naar orkest of terug. Een stratosferisch ijle noot van Westendorp belandde in de soloviool. Het gefluister werd overgenomen door de orkestleden.

De meest verzengende noten schreef De Roo voor de viool solo, en Simone Lamsma deed die noten eer aan. Lamsma’s technische beheersing grenst aan het ongelooflijke, maar het waren vooral de intensiteit en de minutieuze detaillering die haar voordracht onvergetelijk maakten. Haar partij kringelde schitterend rond de zangstemmen en vormde de ziel van And the centuries surround me with fire… Aansluitend soleerde Lamsma óók nog in Prokofjevs totaal anders getoonzette Eerste vioolconcert – een huzarenstukje.

Het thema van onderdrukking en vrijheid van meningsvrijheid verbond De Roo’s werk aan de Vierde symfonie van Sjostakovitsj, die de componist in 1936 vlak voor de première terugtrok, onder druk van hogerhand. Sjostakovitsj was van de ene op de andere dag in ongenade gevallen. Dirigent Alexander Vedernikov is van de oude Russische stempel: het kan altijd harder. De uitbarsting na de demonische fuga in het openingsdeel was ondraaglijk luid, maar Vedernikov zocht ook de andere dynamische extremen op in een spannend en coherent betoog. Het Radio Filharmonisch speelde voortreffelijk, met de enorme houtsectie als uitblinkers.