Weertman hoeft niet beroemd te worden

Ferry Weertman

De olympisch zwemkampioen in het open water is dit weekend weer in het bad te bewonderen, tijdens de Swim Cup in Eindhoven. „Alleen zwemmers vinden mij indrukwekkend.”

Ferry Weertman: „„Zwemmers, die vinden mij heel erg indrukwekkend. Maar daarbuiten niet hoor.” "Foto Andreas Terlaak

Bijna acht maanden geleden werd Ferry Weertman (24) olympisch kampioen openwaterzwemmen in Rio de Janeiro. Grootse prestatie, het hoogst haalbare voor elke sporter. Met goud op zak verandert er wat in je leven, nietwaar? „Ehh, ik ben met Ranomi [Kromowidjojo] gaan samenwonen. En ik ben weer een studie gaan doen. Meer eigenlijk niet.” Weertman haalt bijna na elke vraag zijn schouders op. Hij is zowat niet te bewegen tot een prikkelend antwoord, de nuchterheid zelve. Vertel dan nog eens over die machtige race in Rio. Een zucht.

„Mijn raceplan is altijd hetzelfde. Ik begin achteraan om energie te sparen. Meestal kan dat ook, want er zijn er niet veel die alleen op avontuur gaan. Maar in Rio gebeurde dat dus wel. Eerst dacht ik dat het een Fransman was die op mijn lijstje stond van mensen die zo’n actie succesvol zouden kunnen afmaken. Op een gegeven moment had hij 100 meter voorsprong. Dan ga je in de groep denken: oké, ik zwem voor de tweede plaats. Maar in het tweede rondje zag ik hem ineens naast me zwemmen. Voorop zwom dus iemand anders, en ik zag mijn kansen weer groeien. In de slotronde kwamen we steeds dichterbij, hij had zichzelf opgeblazen.”

„Anderhalve kilometer voor de finish had ik een gaatje met de rest, drie meter of zo. Ik dacht: ik kan het nu doen als Sharon gisteren [Van Rouwendaal, die pakte solo goud]. Maar dat zou niet slim zijn. Toen voelde ik een tik op mijn voet. Dat zijn van die mentale trucjes onder water: ik moest niet gaan denken dat ik al gewonnen had. Sommigen besluiten juist stilletjes achter je te zwemmen, om je in de waan te laten dat je alleen zwemt.”

„Goed, de eindsprint, waar ik zoveel op had getraind. Acht man breed gaan we op de finish af, ik heb geen ruimte om echt snelheid te maken. Focus, je moet gefocust zijn, hier heb je zes jaar voor gewerkt. Ik weet dat ik van iedereen de beste eindsprint heb, maar je moet wachten tot het ideale moment. Die Griek [Spiros Gianniotis] zwemt zich los, voor mij het moment om vol te sprinten. Ik kom perfect uit voor de finishplaat, aantikken heb ik eindeloos geoefend met Marcel [Wouda, zijn coach]. Sja, dat had bij die Griek wel beter gekund. Ik zie dat ik eerst aantik, maar hij gaat uit zijn dak. Op het scorebord staat een tweetje achter mijn naam. Ik durf niet te denken aan goud, uit zelfbescherming. Pas in een golfkarretje hoor ik het van mijn beste vriend, die vanuit Naarden meldt dat ik wel degelijk heb gewonnen. Ongeloof. Het besef dat ik olympisch kampioen ben kwam pas veel later, in Nederland, tijdens een barbecue in de tuin met vrienden.”

Een schitterend moment in de carrière van een sporter, olympisch goud. Of hij nog er nog vaak aan terugdenkt. „Dat hoeft niet, want ik word er voortdurend door anderen aan herinnerd.” Hij zegt het met een cynische glimlach op zijn gezicht. „Tijdens interviews.”

Achteraf geeft trainer Wouda wat duiding: „Je moet geen interview met Ferry plannen in een raceweekend [de Swim Cup in Eindhoven]. Dan is hij alleen daar mee bezig.”

Ferry Weertman is misschien wel de minst opvallende olympisch kampioen van de voorbije Spelen. Hij wordt niet herkend op straat, geeft maar nu en dan een lezinkje. „Zwemmers, die vinden mij heel erg indrukwekkend. Maar daarbuiten niet hoor.”

Drieduizend volgers op zijn twitterpagina, tegenover dik 100.000 van zijn vriendin Kromowidjojo. Weertman vindt het wel best. Hij is niet gaan zwemmen om beroemd en rijk te worden. „Dan had ik beter mijn studie bedrijfskunde af kunnen maken.”

Zijn verhaal is ook niet omgeven van dramatiek, zoals dat van die andere olympisch kampioen openwaterzwemmen uit Nederland, Maarten van der Weijden, die het flikte in 2008 te Beijing. Van der Weijden genas van leukemie en won daarna de titel. Vervolgens werd hij een publiek figuur. Hij schreef een boek, nam commercials op, toerde door het land met een theaterstuk. Voor Weertman geen drijfveer. „Ik vind zwemmen heel leuk, ik houd van het gevoel in het water. En ik vind het fijn om een doel te hebben, concreet en realistisch.”

Zijn volgende doel is de wereldtitel in het open water, deze zomer in Boedapest. Hij zou de eerste regerend olympisch kampioen zijn die dat lukt.

Weertman benadert zijn sport zakelijk, nuchter, gelijk zijn karakter: na zijn olympisch succes maakte hij samen met Kromowidjojo een lijstje met de voor- en de nadelen van het bestaan als professioneel zwemmer. Het koppel maakte daaruit op vier jaar door te gaan. Voor Weertman betekent dat soms negentig zwemkilometers per week, dertig uren training. Hij houdt amper tijd over voor hobby’s. „Ik kijk series. En verder probeer ik elke dag voor elf uur op bed te liggen.” Marcel Wouda: „Dat is nou volledige toewijding.”