Vier partijen op jacht naar visie

Formatie

VVD, CDA, D66 en GroenLinks zoeken een gezamenlijk missie. Ze willen ook de pessimistische kiezer vertegenwoordigen. Maar hoe? Hun wereldbeelden lopen ver uiteen.

Nederland is Nederland niet meer. Daar zijn de vier partijen in de kabinetsformatie het wel over eens. Maar dan? Volgens GroenLinks en D66 verliezen we het tolerante, gematigde, pro-Europese Nederland aan de schreeuwers en de populisten. Volgens VVD en CDA raken we onze christelijke waarden en het Nederland van Kerst, Pasen en Sinterklaas, juist kwijt aan overassertieve moslims en Brusselse bureaucraten.

Sinds deze week proberen de onderhandelaars tot een gezamenlijk idee te komen: hoe staat het land er écht voor? In de Haagse wandelgangen heet dat ‘de foto van Nederland’.

In de Stadhouderskamer krijgen ze de ene na de andere expert op bezoek. Met als belangrijkste gast: Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Het meest recente SCP-onderzoek over de stemming in Nederland blijft de komende tijd prominent op tafel liggen.

De ontevreden kiezers

Vooral het CDA wil het graag, zo’n analyse van het land die de ideologische verschillen overstijgt. Bij de vorige kabinetsformatie zijn de VVD en de PvdA meteen begonnen met het bedenken van oplossingen, die vaak slecht vielen bij de eigen achterban. Nu is er geen economische crisis. Wel een groeiende ongelijkheid en cultureel onbehagen dat steeds sterker wordt, zoals Putters aan de onderhandelingstafel wist te vertellen. „We hebben in Nederland een hoge kwaliteit van leven”, zei informateur Edith Schippers (VVD) bij haar wekelijkse persconferentie, „maar we zien ook steeds meer tegenstellingen en onzekerheid.”

De vier partijen hebben een probleem, geven ze achter de schermen toe. Geen van hen vertegenwoordigt echt de boze, laag opgeleide kiezers die vinden dat het met Nederland de verkeerde kant opgaat. D66 en GroenLinks zijn de partijen van de hoog opgeleide optimisten in de Randstad. VVD en CDA hebben meer laag opgeleide kiezers in de regio getrokken, maar ook hun achterban ziet de toekomst vrij zonnig tegemoet.

Volgens de laatste Burgerperspectieven van het SCP, een doorlopende studie naar het humeur van Nederland, voelt 1 procent van de VVD-kiezers en 2 procent van de CDA-stemmers een ‘sterk onbehagen’. Bij D66 en GroenLinks is het nul. Vergelijk dat met de PVV-kiezers: van hen vindt 40 procent dat het met Nederland misgaat.

Maanden geleden was bij sommige partijen die nu aan tafel zitten het idee: de SP, die ook veel ontevreden kiezers trekt, zou op z’n minst moeten meedoen aan gesprekken over een nieuw kabinet. Maar die partij sloot in de verkiezingscampagne de VVD uit voor een regering en doet nu dus niet meer mee. Met de PVV wil geen enkele grote partij in een kabinet.

Een haast onoplosbare puzzel, ook als de ChristenUnie aan tafel zou komen in de plaats van GroenLinks. Ook die partij trekt vooral optimistisch gestemde mensen. „De ontevreden kiezers hebben gestemd op partijen die niet willen of mogen meedoen”, verzuchtte een fractieleider deze week.

Met de ‘foto’ lukt het nog niet

De vier onderhandelende partijen weten: als we geen handreiking doen aan het boze deel van het electoraat, wordt de PVV bij de volgende verkiezingen alsnog de grootste. Maar hoe doe je dat, als je ook onderling de wereld zo verschillend bekijkt?

GroenLinks wil de inkomensverschillen verkleinen, waardoor de onvrede zou kunnen afnemen bij mensen met een wat minder hoge opleiding en een lager inkomen. Maar dat willen de VVD en het CDA niet. Die willen op hun beurt strenger zijn over asiel en integratie – volgens het SCP al heel lang een van de grootste zorgen van Nederlanders. Maar dat willen GroenLinks en D66 weer niet.

Op haar persconferentie op donderdag zei Edith Schippers dat er deze week over „een onderwerp of zes, nee acht” gepraat is. Het ging aan tafel niet alleen over de gezamenlijke visie, er is ook onderhandeld over de arbeidsmarkt, mobiliteit en het klimaat.

Bij de vier partijen zeiden ze eind deze week: zoeken naar een visie en onderhandelen over beleid lopen door elkaar heen. En die visie zou ook nog aan het eind kunnen komen – zo gaat het meestal bij kabinetsformaties.

Dat kun je uitleggen als: één gezamenlijke foto maken van Nederland, dat lukt voorlopig nog niet.