Gemeente Amsterdam gelooft nog steeds in skyline van de Sluisbuurt

Veel kritiek klonk de afgelopen weken op de plannen van de gemeente voor de Sluisbuurt, waar onder meer hoogbouw zou moeten verrijzen. Maar het beeld dat de criticasters en vooral architect Sjoerd Soeters schetsen is onterecht, stellen diverse betrokkenen van de gemeente. En zijn alternatieve plan is een stap achteruit in plaats van vooruit.

Het alternatieve plan van Sjoerd Soeters. Beeld PPHP

Dat er veel meer woningen gebouwd moeten worden in Amsterdam, daarover is iedereen het eens. De hoofdstad zit te springen om woonruimte. Er zullen tot 2030 per jaar 11.000 inwoners bijkomen, zo is de verwachting.

Maar hoe en waar die stadsvernieuwing moet plaatsvinden, is onderwerp van discussie. Vooral rond de nieuw te bouwen Sluisbuurt op het oostelijk gelegen eiland Zeeburg woedt de laatste maanden fel debat.

Vol trots presenteerde de gemeente Amsterdam in november vorig jaar haar plannen voor de Sluisbuurt. ‘Vancouver aan het IJ’ werd de wijk genoemd, naar de Canadese stad waar hoogbouw en laagbouw, wonen en werken, op een doordachte manier samengaan.

In de Sluisbuurt moeten naast een groot aantal lagere bouwblokken 28 gebouwen tussen de 30 en 140 meter hoog gaan verrijzen. Dat worden slanke torens, in een dambordpatroon afgewisseld met de laagbouw. Dit moet de stad in totaal maximaal 5.500 nieuwe woningen opleveren. Door voor Amsterdamse begrippen nadrukkelijk de hoogte in te gaan, ontstaat er op de grond meer ruimte voor groen, plantsoenen en pleintjes. „Een hoogbouwensemble met een bijzondere woonkwaliteit”, zoals het stedenbouwkundig plan het formuleert.

Maar dit plan ligt onder vuur. Vooral architect Sjoerd Soeters heeft, ook in deze krant, felle kritiek geuit. Tijdens een eerste debat over hoogbouw in de stad noemde hij de Sluisbuurt het resultaat van ‘architectengeilheid’. Voor het tweede debat, dinsdag 28 maart, hadden zich zoveel belangstellenden gemeld dat het organiserende Arcam moest uitwijken naar een grotere zaal. Ook nu trok Soeters weer van leer. Hij betoogde dat het plan van de gemeente „in achterkamertjes” was bedacht, en dat de stad „in een indentiteitscrisis” lijkt te zitten. „Waarom kijken naar Canada, terwijl we zelf zo’n fantastische stedenbouwkundige traditie hebben? Laten we die koesteren.”

In NRC Handelsblad van 25 maart presenteerde hij zijn alternatieve plan voor een wijk die goedkoper en minder gesegregeerd zou worden. En met minder hoogbouw. Soeters stopt diezelfde 5.500 woningen in woonblokken van maximaal zes of zeven lagen.

‘Geen segregatie’

Mirjana Milanovic is als stedenbouwkundige van de gemeente Amsterdam een van de hoofdontwerpers van de Sluisbuurt. Zij toont zich niet onder de indruk van Soeters’ kritiek. „Segregatie? Het wordt een gemengde wijk met 30 procent sociale huur, 40 procent woningen in het middensegment en 30 procent in het duurdere segment. Alle soorten woningen, sociaal, midden en duur, komen zowel in de maximaal zes-laagse gebouwen als in gebouwen van hoger dan 30 meter. In hogere gebouwen kunnen ook kleinere woningen veel kwaliteit hebben – veel licht en gedeelde ruimtes voor bijvoorbeeld werken.”

Juist in dat betaalbare middensegment zijn nu grote tekorten. Milanovic: „Op dit moment is er een trek naar de stad van ‘millennials’, mensen in de leeftijdscategorie van 25 tot 35 jaar. Voor hen is er weinig te vinden. Amsterdam wil zich ontplooien als kennisstad. Het is cruciaal voor de stad om deze groep aan zich te binden.”

Milanovic hamert erop dat de Sluisbuurt geen ‘hoogbouwwijk’ wordt. „Vergis je niet: die torens maken maar een kwart uit van de nieuwe bebouwing. Driekwart is laagbouw: 3-, 4-, 5- of 6-laags. Het wordt juist een heel diverse wijk.” Bovendien wordt het straatprofiel klassiek-Amsterdams, met huizen tot 20 meter hoog. „De torens springen drie meter terug, hun aanwezigheid is vanaf de straat nauwelijks voelbaar. Dat ondervangt ook het windprobleem. Op maaiveld waan je je in het geborgen, knusse Amsterdam. Bovenin krijg je een fantastisch uitzicht over land, water en stad. Door woningen te stapelen komt er meer ruimte voor voorzieningen, die voor de hele wijk op loopafstand liggen.”

Niet onbetaalbaar

Dat hoogbouw duur is, daar windt niemand doekjes om. Ook Annius Hoornstra, adjunct-directeur Grond & Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam, erkende tijdens het laatste debat dat dit een kostbaar project is. „Maar de woonkwaliteit die daar tegenover staat, is enorm. Kwaliteit kost nu eenmaal geld. En als gemeente willen we daarin investeren.”

Worden die woningen in de torens straks dan niet allemaal onbetaalbaar, zoals de criticasters voorspellen? Hoornstra: „Wij hebben in Amsterdam een fantastisch systeem van erfpacht. Daar kunnen we iets mee doen.”

Een van de architecten die door de gemeente werd benaderd om mee te denken over het masterplan is Floor Arons van Arons & Gelauff Architecten. In het Westelijk Havengebied is momenteel de door hem en Arnoud Gelauff ontworpen Pontsteiger in aanbouw, een markant woongebouw van 90 meter hoog.

„Ik vind het een heel uitdagend en mooi plan. Ik was verrast dat de gemeente dit aandurft. Niemand kan nu nog precies zien hoe het moet, daarom wellicht de grote verwarring, maar dat maakt het juist spannend. Dit plan doet een beroep op de creativiteit van bewoners, ontwikkelaars, architecten en bouwers. Daarmee is het een heel Amsterdams plan. Ik hoop dat er ruimte voor zowel zelfbouw als grootschalige ontwikkelingen in zit, daarmee wordt het een zeer diverse wijk.”

Soeters creëert een spookbeeld, zegt Arons: „Arme mensen in donkere, winderige hoekjes, terwijl de rijken bovenin genieten van hun uitzicht.” Maar hoogbouw hoeft helemaal niet tot overmatige schaduwwerking te leiden. „Kwestie van goed ontwerpen. In de Sluisbuurt zal de hoogbouw oplopen naar de Noordkant. De meeste schaduw valt op het water van het IJ. Hetzelfde geldt voor de afstroming van de wind. Dat kun je allemaal doorrekenen.”

Die hoogte is eigenlijk helemaal niet zo interessant, vindt Arons. „Honderd meter wordt op verschillende plekken rond het IJ al aangetikt.” Van concurrentie met het buitenland is volgens hem dan ook helemaal geen sprake. Wel met het ontwikkelen van een duidelijke visie op waar en hoe Amsterdam nog kan groeien.

Arons schetst een nieuw Amsterdam, langs de noordrand van de kom die de oude binnenstad vormt. Deze nieuwe stad loopt van IJburg via Overhoeks naar NDSM en Houthavens en straks nog naar Sloterdijk helemaal rond het IJ. „Op al die plekken gaat de stad al de hoogte in. En die ‘IJ-stad’ wordt straks afgesloten met het indrukwekkende silhouet van de Sluisbuurt.”

Er mag dan al veel meer hoogbouw in Amsterdam verrijzen, Soeters verwacht dat de torens van de Sluisbuurt enorm veel weerstand zullen oproepen. Ook tijdens het afgelopen Hoogbouw-debat roerden zich bewoners van landelijk-Noord, die straks vanuit hun voortuin tegen de skyline van de Sluisbuurt zullen aankijken. Soeters voorspelt vijf jaar vertraging door alle te verwachten procedures. „In diezelfde tijd kan ik heel veel betaalbare woningen maken.”

Milanovic reageert laconiek. „De bezwaarprocedures zijn onderdeel van grote projecten als deze en zitten al in onze planning opgenomen. Het gaat daarbij om maanden en niet jaren.” Maar het draait bij de Sluisbuurt niet om snelheid, vindt zij. „Wij maken een volwaardig nieuw stuk stad, met scholen, met voorzieningen. Dat moet je niet snel uit de grond stampen. Wij willen juist met verschillende ontwikkelaars en architecten werken, en verschillende snelheden aanhouden. Zo kun je tussentijds nog wat aanpassen, en creëer je een gevarieerd beeld.”

Hoogbouw niet Amsterdams? Onzin

De discussie over de Sluisbuurt draait in feite om de fundamentele vraag naar de identiteit van de stad. Hoort hoogbouw bij Amsterdam?

Volgens Soeters passen hoge torens niet in de Nederlandse bouwtraditie. Die wordt bepaald door de ondergrond, klei. Milanovic nuanceert. „Alle gebouwen in de Sluisbuurt komen op lange palen te staan vanwege de ondergrond. Die hoogte boven 100 meter maakt wat dat betreft geen verschil.’”

Dat hoogbouw per definitie niet bij de stad zou horen vindt zij flauwekul. „Hoogbouw is een typologie die net zoveel recht van bestaan heeft als andere bouwtypen. Amsterdam zal hoe dan ook een schaalsprong moeten gaan maken. Je moet niet elke verandering als een gevaar zien.”

Floor Arons: „Als Soeters een plan maakt, weet je bij voorbaat al wat je krijgt. Het zal een voortzetting van het Java-eiland en Holland-Park in Diemen worden. Een keurige woonwijk, maar ook niet meer dan dat. Met zijn alternatieve plan kijkt Soeters achterom, het plan van de gemeente kijkt vooruit de toekomst in.”