Column

Sluipmoordenaar

Voor Tom Boonen zondagavond wielrenner af is, wacht hem nog een laatste helletocht: Parijs-Roubaix.

Voor hij zondagavond wielrenner af is, wacht Tom Boonen nog een laatste helletocht: Parijs-Roubaix. De donkerste aller klassiekers, de fiets als folterkamer. Sluipmoordenaars zijn doorgaans vriendelijker. Alleen al de leegte van Noord-Frankrijk boezemt angst in. Het hobbelige parcours maakt er een nachtmerrie van.

Voor Parijs-Roubaix moet je geboren zijn, weten wielerfilosofen. Het is een lijdensverhaal – van de renners die er toe doen, wordt een hoge pijngrens verwacht. Zelfs de zon zorgt voor lichamelijk ongemak. Het duurt vier dagen voor een renner hersteld is van het dokkeren over kasseien. De hel blijft lang hangen in de benen.

Ik heb ooit in de volgwagen van Jan Raas een verkenningstochtje mogen meerijden. Nou ja, het was rijden van vloek naar vloek, ook een specialiteit van Jan die zelf in 1982 Parijs-Roubaix had gewonnen. Jan Raas was in zijn tijd de renner met de hoogste pijngrens. Zand, wind, slijk, kasseien, slagregen en valpartijen, het maakte niet uit. Als de Zeeuw zijn zinnen op een klassieker had gezet, voelde hij zijn organen niet meer. Voor de Amstel Gold Race was zijn bezetenheid nog afschrikwekkender.

De verschrikking Parijs-Roubaix werd in de Vlaamse krant Het Nieuwsblad in kaart gebracht door de ploegdokter van Tom Boonen. Een kroniek van afzien. Alles van het lichaam wordt geteisterd. Van ogen tot handen en armen, van zitvlak tot nieren en plasbuis. Op de Vélodrome in Roubaix komen alleen nog onttakelde lichamen binnen. Een opsomming van de ontreddering.

Parijs-Roubaix is vergelijkbaar met een trilplaat in de fitness, maar dan heftiger en een hele dag.

Stof en zand in de ogen kunnen leiden tot een lichte beschadiging van het hoornvlies. Het tapen van handen en armen helpt niet omdat renners de handen stevig rond het stuur moeten klemmen tegen de schokken. De wrijvingen zorgen voor blaarvorming. De volgwagens komen vaak een kasseistrook te laat en daardoor hebben renners af te rekenen met vochttekort in de benen: krampen. Een lokale boer met een drinkbus langs het parcours wordt begroet als de Verlosser. Parijs-Roubaix is vergelijkbaar met een trilplaat in de fitness, maar dan heftiger en een hele dag. De hersenen worden voortdurend door elkaar geschud op die 55 kilometer kasseistroken en er ontstaan kleine scheurtjes in de lichaamsweefsels. Nek en rug hebben onophoudelijk te lijden van het dokkeren. De nieren idem dito – in Parijs-Roubaix wordt veel bloed geplast. Erg kwetsbaar is het zitvlak. Om de schokken te breken gaan renners meer naar achteren zitten op de stenen en ontketenen daarmee pijn aan de zitbeenderen.

Kortom, de winnaar van Parijs-Roubaix eindigt als halve mens. En dan hebben we het nog niet gehad over geestelijk lijden na valpartijen en herhaaldelijke materiaalpech. Het beeld van Hennie Kuiper met de fiets in de hand, wachtend op de materiaalman, schrijnt nog steeds na. Eenzaamheid kan niet desolater zijn.

De Hel van het Noorden is een loutering voor renners en volgers. Wie niet het gevoel heeft om halvelings over de monsterkasseien te zweven, eindigt als een gebroken renner. Geen parcours heeft zoveel kracht van heroïek als de rotweg tussen Compiègne en Roubaix. De helleklassieker heeft zijn eigen types geselecteerd, vandaag de dag zijn dat Boonen, Kristoff, Degenkolb, Terpstra, Sagan uiteraard.

Tom Boonen (4x winnaar) hunkert naar een vijfde kassei in zijn laatste wedstrijd als renner. Heel België hunkert mee. De Boonengekte is zo groot dat een staatsgreep niet eens zou worden opgemerkt.

De chouchou van de kasseien is getranscendeerd tot tricolore aartsengel.