De aanhang van de onderhandelaars woont in de dure straten

Verkiezingen

De Stichting Politieke Academie verzamelde en bekeek de verkiezingsuitslagen van alle 9.357 stembureaus. Zo blijkt de aanhang van VVD, CDA en PVV vooral buiten de grote steden te zitten.

De wachtrij voor het stembureau op het Binnenhof in Den Haag. Foto Emmanuel Dunand / AFP

De verkiezingen zijn geweest, op naar de verkiezingen. Want over een kleine twaalf maanden is het weer raak, dan zijn er gemeenteraadsverkiezingen.

De aankondiging van de PVV dat zij wil meedoen in zestig gemeenten was deze week onmiddellijk nieuws. En voor het eerst wil ook 50Plus aan gemeenteraadsverkiezingen meedoen. Nieuwe partijen bereiden eveneens zich voor: Denk is bezig met een stedenanalyse, Forum voor Democratie zoekt naar de juiste gemeentes. Maar álle partijen zijn op lokaal niveau al bezig met het vaststellen van programma’s, het verkiezen van lijsttrekkers, het vinden van kandidaten en het opzetten van campagnes.

Op welke deuren kunnen zij straks op 21 maart het beste kloppen? Zijn er lessen te trekken uit de uitslagen van vorige maand? Uit de harde data per stembureau in plaats van peilingen en steekproeven.

De Stichting Politieke Academie verzamelde en bekeek de uitslagen van alle 9.357 stembureaus, en zag in welke buurten er wat werd gestemd en vergeleek die uitslagen met die van 2012. Daaruit zijn een aantal conclusies te trekken over de politieke stand van Nederland:

1| De PvdA heeft snel elf boodschappen nodig – of één totaal nieuwe

Het zetelverlies van de PvdA is bekend: van de 38 heeft de partij er nog slechts negen over. De implosie zette zich al eerder in bij de Provinciale Statenverkiezingen van 2015, zagen Frank van Dalen en Joost Smits van de Politieke Academie, en werd een probleem dat niet zo maar op te lossen is.

Want belangrijke segmenten uit de achterban zijn overgelopen: ouderen, kiezers met een migrantenachtergrond en studenten. En niet louter naar GroenLinks. Noch naar de SP. Die partij won weliswaar aan PvdA-stemmen, maar verloor aan de andere kant kiezers aan de PVV, Denk en 50Plus, en kwam daardoor toch op zetelverlies. „De achterban van de SP muteert”, zeggen Van Dalen en Smits.

PvdA’ers kozen verder voor D66, Denk, 50Plus, de Partij voor de Dieren, en voor partijen die geen zetels haalden: de Piratenpartij, Artikel1, Nieuwe Wegen, de Vrijzinnige Partij en GeenPeil. Dat zijn elf partijen die de PvdA-achterban leegknabbelden. Om die kiezers terug te winnen, zijn dus elf boodschappen nodig. Maar, zegt Frank van Dalen: „Iedere strategie gericht op een subgroep zal een bevestiging zijn voor een andere subgroep dat het tijd was afscheid te nemen van de PvdA.”

Terug naar de tekentafel lijkt de beste optie. Dat kan: het CDA verloor in 2010 en 2012 enorm, en ook dat verlies zette eerder in. De partij ging zich herbezinnen. Uit de data van de Politieke Academie blijkt dat gelukt: de achterban is na tien jaar weer „terug op het nest”. Maar het CDA heeft in de wijken waar zijn achterban woont maar drie concurrenten (de ChristenUnie, SGP en VVD) en niet elf.

2| Forum voor Democratie lijkt geen eendagsvlieg

De VVD had tot dit jaar aan beide flanken één concurrent: het CDA op rechts als het over normen en waarden ging en D66 op links met een groenrechts-verhaal. Een boodschap om kiezers van de een te winnen, schaadde zelden de kansen om ook aan de andere kant kiezers te winnen.

Maar er is nu een kaper op de kust: Forum voor Democratie (FvD). Diegenen die op die partij stemden, wonen in dezelfde buurten en straten als VVD’ers. Een overlap tussen FvD en de PVV is er – zoals wellicht wordt gedacht – veel minder. De conservatief-liberale boodschap die echter nodig is om FvD-kiezers terug te halen, kan de aanhang op beide andere flanken juist wél doen besluiten voor D66 of CDA te kiezen. Wordt de VVD bijvoorbeeld kritischer over de EU, zoals FvD is, dan duwt de partij een deel van de achterban naar D66. „De heipalen van de VVD beginnen te rotten”, signaleert Van Dalen.

En er is nog een tweede reden dat de partij van Thierry Baudet geen eendagsvlieg hoeft te zijn, als FvD de achterban laat zien dat zij in de Tweede Kamer kan leveren. FvD deed het namelijk in het hele land goed: in landelijke gebieden, dorpen, stedelijke gebieden, de buitenwijken van grote steden en de steden zelf. Zo’n gelijkmatige verdeling komt bij partijen niet vaak voor, en helemaal niet bij nieuwe partijen. Die scoren in eerste instantie meestal alleen goed in de grote steden.

3| Een coalitie met GroenLinks is gelijkmatiger verspreid over het land

Een goed kabinet vertegenwoordigt heel Nederland: van boer tot binnenstadsbewoner. Uit de data van de Politieke Academie blijkt dat de VVD-achterban oververtegenwoordigd is in weinig stedelijke gebieden en licht ondervertegenwoordigd in de grote steden. Voor de PvdA gold het omgekeerde: hoe meer verstedelijking, hoe meer PvdA’ers.

Dat maakte uit voor de stabiliteit van die coalitie, zeggen Frank van Dalen en Joost Smits. Beleid dat alleen voor de Randstad van belang is kan op weinig draagvlak rekenen in niet-stedelijke gebieden. „Een discussie over Airbnb heeft geen relevantie voor niet-Amsterdammers, zoals beleid over waar asielzoekerscentra komen dat juist wel heeft”, zegt Van Dalen. Als de achterban van een coalitie over allerlei gebieden is verspreid, wordt eerder rekening gehouden met alle wensen.

De gedoogconstructie uit 2010 ontbrak het juist aan draagvlak in de steden. Zowel VVD, als CDA, als PVV hebben hun kiezers in dorpen, groen-stedelijke gemeenten en buiten het centrum van grote steden zitten. Dat geldt ook voor een coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie – de grootstedelijke kiezers komen daarin grotendeels van D66. Van Dalen: „Die partij loopt daardoor meer gevaar in de knel te komen en de achterban kwijt te raken.” Terwijl de vier partijen die nu onderhandelen (VVD, CDA, D66 en GroenLinks) zowel op het platteland als in de stad evenredig zijn vertegenwoordigd.