Interview

Onvermoeibare verbinder in de overlegeconomie

Foto ANP

Het aanbod is hem verschillende keren gedaan, onder andere door de EVP (voorloper van GroenLinks) en het CDA. Of hij wilde overstappen naar de politiek? Maar daarvoor miste hij „het karakter en de mentaliteit”, vond hij.

Zo raar was het niet dat politieke partijen uitkwamen bij Anton Westerlaken, die, amper 62 jaar, op de laatste dag van maart in Rotterdam overleed aan de gevolgen van kanker. De boerenzoon uit de Bommelerwaard die van huis uit vertrouwd was gemaakt met de Heidelbergse catechismus, viel op door de ‘christelijk-sociale’ oriëntatie die hij had meegekregen. Zij bleef hem zijn hele leven inspireren.

Zo blies hij er de wat in de versukkeling geraakte christelijke vakcentrale CNV, die hij van 1992 tot 1998 leidde, nieuw leven mee in. En als onvermoeibare middenvelder op het sociaal-economische toneel putte hij uit diezelfde bron. Zijn publieke retoriek over „het paarse gif” dat de sociale zekerheid zou afbreken en „tot uitsluiting, tot tweedeling, tot armoede” zou leiden, mocht dan niet onderdoen voor die van de drie keer zo grote en luidruchtige FNV, achter de schermen toonde hij zich een onvermoeibare bemiddelaar in de overlegeconomie. Hij belichaamde het verbinden lang voordat het in zwang raakte. ,,We nemen afscheid van een ‘evangelist in de polder’ ”, memoreerde huidig CNV-voorzitter Maurice Lemmen.

Later switchte Westerlaken naar de zorg. Hij kwam aan het hoofd van Zorggroep ’s Heeren Loo (verstandelijk gehandicapten), om later toe te treden tot het bestuur van Erasmus Medisch Centrum, alvorens als troubleshooter naar het Maasstad Ziekenhuis over te stappen. Dat tilde hij als bestuursvoorzitter (sinds 2012) uit een diepe crisis.

Zijn engagement verborg hij nimmer. Of het nu ging over arbeidsomstandigheden, topsalarissen, meer werk of minder Wilders – als Westerlaken er al niet zelf het initiatief toe nam, dan konden pleitbezorgers daarvan steevast op hem rekenen. Toen minister Klaas de Vries van Sociale Zaken hem bij zijn CNV-afscheid koninklijk wilde onderscheiden, bedankte hij voor de eer. Anton Westerlaken had niet meer dan „gewoon mijn bijdrage” geleverd.