Column

Nu is de zuivel aan de beurt

In de tijdslijnen van mijn bubbeltje gaat het niet goed met het imago van vlees. Elke dag zie ik een filmpje langskomen met kreupele kippen, diepbedroefde koeien die luid loeien om weggehaalde kalfjes of varkens die aan hun oren uit vrachtwagens worden gesleept.

Bepaald niet representatief voor de Nederlandse veehouderij, weet ik. Deze probeert, tevergeefs, het tij te keren met beelden van vrolijke koeien die de wei in dansen na een lange winter. Steeds meer schrijvers, onder wie Rutger Bregman en Ewald Engelen, verklaren zeer publiekelijk nooit meer vlees te willen eten: te onvriendelijk, te industrieel, te vervuilend. Yuval Harari noemt het zelfs „de grootste misdaad in de geschiedenis van de mensheid”.

Na vlees verschijnt het volgende doelwit aan de horizon: zuivel. Men lijkt zich er meer en meer bewust dat koeien telkens een kalfje moeten baren om de melkproductie in stand te houden. Melk gaat hand in hand met dode kalveren. Het ongemak over dat soort fundamentele aspecten van de veehouderij groeit.

Je zou denken dat er daarom veel interesse is in plantaardige alternatieven voor dierlijke producten. Nu heeft Nederland toevallig een daarin gespecialiseerd bedrijf: Unilever, koning van de margarine en wereldwijd marktleider. Maar voor Unilever is de margarine inmiddels een blok aan het been geworden. Het maakt het bedrijf kwetsbaar voor vijandelijke overnames, zoals die van Kraft-Heinz twee weken terug. Deze week werd bekend dat ze alle kuipjes in de uitverkoop zetten.

Margarine was lang omstreden vanwege de ongezonde transvetten. Maar die zitten er al zo’n vijfentwintig jaar niet meer in. De afgelopen jaren bouwde Unilever de gezondheidsaspecten verder uit met vitamine A en D, omega-3 en -6 vetzuren. Aan Becel ProActiv werd zo ongeveer een boom van plantensterolen toegevoegd die – écht, evidence-based – het slechte LDL cholesterol van de consument kon verlagen. Een huzarenstukje in de voedseltechnologie: de eerste en laatste keren dat er daadwerkelijk sprake was van een succesvol huwelijk tussen voedsel en farma. Met proactiv kon je je cholesterol omlaag eten.

Er kwam veel kritiek op. Bewijs dat de cholesterolverlaging ook tot minder hartaanvallen leidde, bleef uit. Hoogleraar voedingsleer Martijn Katan schreef dat je beter statines kon slikken. Foodwatch oordeelde dat proactiv in de apotheek thuishoorde en liet het tot twee keer toe winnen in zijn Gouden Windei-competitie voor meest misleidende product.

Ongeveer alle vervangers van dierlijke producten, van sojamelk tot lupineburgers, zijn aan een opmars bezig. Behalve margarine. Dat blieven we niet meer. In plaats daarvan smeren we weer ouderwets roomboter op ons brood. Waarom kiezen we voor een product dat voor meer dan de helft uit verzadigd vet bestaat en afgetapt moet worden bij een zwaar vervuilende koe die het alleen maar had aangemaakt om een kalfje mee te voeden dat inmiddels met een beetje pech in de boter van zijn eigen moeder ligt te sudderen? Waarom geen margarine? Vanwege het chemische karakter uiteraard. Uiteindelijk is alles beter dan chemie. Of, zoals ik ergens las, „Je kunt een koe vertrouwen. Een chemicus niet.”

Duurzaamheid en dierenliefde is belangrijk, maar anno 2017 is er iets wat vaak hoger op het prioriteitenlijstje staat: smaak. Lekker eten. Of zoals veel mensen dat noemen: goed eten. Roomboter staat symbool voor een bepaalde Bourgondische leefwijze, ik noem het „de ziekte van lekker”. Je kent het wel: ingewikkelde wijn, hypermaagdelijke olijfolie, een brood dat je morgen moet weggooien – daar hoort roomboter bij. Je leeft maar één keer, dat soort werk. Het zijn mensen die geloven dat je alleen een goed leven leidt wanneer je duur ambachtelijk spul eet, „echt proeft”, rustig kauwt en naar de delicatessenhandel gaat, dat je dan alles mag eten en heus een gezond leven kunt leiden.

Maar uiteindelijk is er meer in de wereld dan alleen smaak

Nu is het zo dat die smaak en textuur van roomboter inderdaad niet goed kan worden nagebootst. Maar uiteindelijk, lieve mensen, is er meer in de wereld dan alleen smaak. Er is een andere vorm van goed eten denkbaar: duurzaam, gezond, diervriendelijk.

Ik hoop dat de margarine-business zo snel mogelijk een nieuwe eigenaar vindt en iemand verder gaat met de innovatie van plantaardig vet. Ik hoop eigenlijk dat een bedrijf als de Vegetarische Slager de margarine van Unilever koopt en het spul van een nieuw veganistisch imago voorziet. Potentiële groeimarkt lijkt me zo, en een markt die ook vooral wat chemie kan gebruiken.