Met een Turk is alles makkelijker

Klein-Ankara

Als je een menigte met Turkse vlaggen ziet demonstreren voor Erdogan, zou je het niet zeggen, maar als je de Turkse Nederlanders spreekt in hun eigen wijk blijken er grote onderlinge verschillen. Er is één overeenkomst: ie-der-een is positief over Turkije.

Turks Cultureel centrum, Rotterdam-Zuid. Foto Salih Kiliç

Sakine Terzi (49) staat op haar balkon, in de Rotterdamse wijk Feijenoord, zoals altijd als ze met haar vriendinnen bespreekt hoe het met Fatma d’r man gaat. Of over wat Aysa nu weer heeft uitgespookt. Ze roept in het Turks naar haar buurvrouw op het balkon ernaast. Of naar een andere buurvrouw die aan de overkant van de straat uit het raam hangt. Zo gaan hier de laatste nieuwtjes heen en weer.

Welkom in Rotterdam-Zuid. Hier in Feijenoord wonen veel Turkse Nederlanders, ze zijn er de grootste migrantengroep. Ook in Amsterdam, Den Haag, Deventer en andere steden bestaan zulke wijken. Rond het Afrikaanderplein of op de Beijerlandselaan kan je beter uit de voeten met Turks dan met Nederlands. Klein-Ankara noemen buurtbewoners hun wijk dan ook. De Turks-Nederlandse schrijver en theatermaker Vedat Gültekin woont in Feijenoord. Hij noemt het „een getto”. De meeste winkels hebben Turkse eigenaren, al verschijnen op de Beijerlandslaan steeds vaker Afghanen en Irakezen met een eigen zaak. Je kunt in het Turks terecht bij de bakker, slager, nagelstudio, huisarts, belastingadviseur, juwelier, kledingzaak. Handig voor de ouderen die vaak weinig en soms helemaal geen Nederlands kennen.

Er broeit iets

Hoe zien de bewoners van Klein-Ankara hun wijk? Hoe zien deze Rotterdammers zichzelf? Als Turken? Als Nederlanders? Als Turkse Nederlanders? En hoe zien zij Nederland? Hoe is hun relatie met Turkije? Met die vragen gaan we op pad. Want afgelopen dagen bracht een groot deel van de ongeveer 400.000 Turkse Nederlanders (waarvan 250.000 kiesgerechtigd) hun stem uit in een van de drie stembureaus die in Nederland zijn ingericht voor het Turkse grondwetreferendum. De grondwet van een land waarmee ze wel een band hebben maar waar niet studeren, wonen of werken. En we willen weten: wat broeit er onder Turkse Nederlanders?

Dat iets broeit werd duidelijk in de berucht geworden nacht van zaterdag van 11 op 12 maart. Op televisie zagen verbaasde autochtone Nederlanders een zinderende meute met Turkse vlaggen zwaaien bij het Turkse consulaat aan de Rotterdamse Westblaak. Er waren vooral jongeren, maar ook ouderen en gezinnen met kinderen. Een Turkse minister die een toespraak had willen houden over het referendum werd door de politie de toegang tot het consulaat ontzegd en onder escorte het land uit gezet. Dat liep later die nacht uit op rellen waarbij jongeren klappen kregen met de wapenstok en werden gebeten door politiehonden.

Turks Cultureel centrum, Rotterdam-Zuid. Foto Salih Kiliç

Hé broer, waar ben je?

Waar kwamen al die mensen met een rode vlaggen zo snel vandaan? De hechte Turks-Nederlandse gemeenschap is tuk op sociaal contact. „We appen voortdurend om af te spreken, vertelt een vriendelijke jongen met flinke baard in het Turks Cultureel Centrum in Charlois. Via die app-groepen is snelle mobilisatie een eitje. Zelf kreeg hij die nacht ook een appje: “Hé broer, waar ben je? Kom naar het consulaat.” Toen hij vertrok wist hij nog niet wat daar aan de hand was. En ja, zegt hij, er is geen Turk die geen keurig opgevouwen vlag in zijn kledingkast heeft liggen.

Iedere Turkse Nederlander in Feijenoord en het naburige Charlois is het er over eens: die demonstratie was de ommekeer. Ook zij die tot dat weekend weinig interesse hadden in het referendum, werden wakker. De Turkse president Recep Tayyip Erdogan verscheen snel op de televisie en schreeuwde een paar dagen later zijn inmiddels legendarische woorden: ‘Hé, Rutte’ - op straat doen ze dat graag na - en vergeleek vervolgens het Nederlandse volk met nazi’s. Veel Nederlanders reageerden vol afschuw. In Feijenoord en Charlois vinden ze dat nogal overdreven. „Zo zijn Turken nu eenmaal”, hoor je daar. „Jullie houden van polderen”, zegt een jongen van 24 die een sigaret rookt naast het Afrikaanderplein. „Wij zijn fanatieker. We houden van powerplay!”

De demonstratie op 11 maart. Foto ANP

‘Zij praten, wij doen het’

De Turks-Nederlandse eigenaar van een gokhuis op de Beijerlandselaan illustreert dat mooi. Hij liet twee weken geleden de gehele voorkant van zijn winkel bekleden met metershoge posters van Erdogan en in een lichtbalk de leus van Erdogans AKP: „Zij praten, wij doen het.” Burgemeester Aboutaleb liet de posters verwijderen uit angst voor ongeregeldheden. Een paar dagen later bekleedt dezelfde ondernemer zijn gehele winkelpui met Turkse rode halve manen en in grote letters het woord: EVET. ‘Ja’ in het Turks. De nieuwe posters hangen er nog. Op de Beijerlandselaan wordt er gegniffeld om zijn standvastigheid.

Folder over de 18 punten van het Tukse Grondwetreferendum, Turks Cultureel centrum, Rotterdam-Zuid. Foto Salih Kiliç

Aboutaleb is toch ook een buitenlander, zegt Gülten (43) die aan de overkant cigköfte verkoopt, een Turkse snack die in zijn originele versie van rauw lamsvlees wordt gemaakt. Gülten maakt ze vanwege de bederfelijkheid zonder rauw vlees: met alleen tarwe en pikante kruiden. Ze vindt het vreemd dat de burgemeester de Turkse Nederlanders net zo wantrouwt als witte Nederlanders doen. „We voelen ons niet welkom. Het lijkt wel alsof wij een vijand zijn.”

Is dat een breder gedeeld gevoel? Hoe ziet de wereld eruit in de ‘Turkse bubbel’?

Islam is belangrijk. Veel vrouwen, jong en oud, dragen hun gekleurde hoofddoek als een kap op het hoofd, onder de kin geknoopt. Daaronder een hooggesloten lange jas. De Turkse overheid stimuleert en faciliteert de soennitische islam zoals die in Turkije gepropageerd wordt door Erdogan via Turkse televisie die via de schotels of kabel in alle huiskamers komt. En via Diyanet, de Turkse overheidsdienst die 142 Nederlandse moskeeën van Turkse imams voorziet. De forse moskee naast het Afrikaanderplein is ook een Diyanetmoskee.

Dat betekent niet dat eenvormigheid heerst in de bubbel. Het is eerder een bellenbad. Het duurt even voordat je daar zicht op krijgt. Een Turkse Nederlander is nooit zomaar een Turkse Nederlander. Hij hoort vrijwel altijd bij een subgroep, een religieuze groepering of een politieke stroming die meestal een regelrechte kopie is van zusterorganisaties in Turkije. Behalve aanhangers van Milli Görüs , Suleymanci, Fettulah Gülen (nu wat minder zichtbaar) zijn er Grijze Wolven, Alevieten (niet te verwarren met de Syrische Alawieten), Koerden en Kemalisten. Onderling hebben die ook weer allerlei afsplitsingen. En allemaal hebben ze eigen culturele instellingen, moskeeën, belangenorganisaties, studentenverenigingen en voormannen.

Verregaande interne verzuiling

Deze verregaande interne Turkse verzuiling heeft de Nederlandse overheid aan zichzelf te wijten, zegt schrijver en theatermaker Vedat Gültekin in zijn werkplek in Feijenoord. Jarenlang kregen die talloze Turkse clubs en clubjes allemaal eigen subsidies. Dat ging volgens hem ten koste van seculiere en linkse Turkse Nederlanders die minder georganiseerd zijn. Het is nu niet anders, zegt hij. De Nederlandse overheid is nog steeds geobsedeerd door islam, maar nu vooral juist door de donkere kanten. „Als ik subsidie wil, moet ik een theaterstuk schrijven over Turkse homo’s of over een Turks meisje dat wat met een Nederlandse vrouw begint. Als ik een stuk maak over hoe we kunnen samenleven, is dat kansloos.”

De heksenjacht van Erdogan in Turkije op de gülenisten en andere ‘vijanden’, heeft een zware weerslag in Nederland. Het Turkse consulaat in Rotterdam riep een tijdje terug Turkse Nederlanders op beledigers van Erdogan per mail te verklikken. Later werd dat bericht door het consulaat ontkend, maar iedereen heeft het erover. Argwaan overheerst. Gültekin wordt vanuit Turkije beschuldigd een undercover gülenist te zijn. „Onzin, ik ben socialist.” Net als PvdA’er en vice-voorzitter gebiedscommissie Charlois Zeki Baran. Een vrij onbeduidend Turks krantje publiceerde in Turkije een artikel omdat hij samen met een gülenist op een foto zou staan uit 2012. Op die manier werd Baran zelf ook „ontmaskerd”. „Dat onzin-bericht werd 66.000 keer gekopieerd”, zegt Baran. „Heel Turks-Nederland had het gelezen. Want Turken sturen alles aan elkaar door. Mensen die mij kennen, weten dat het niet klopt.” Toch sloeg hij terug en eiste rectificatie. Gültekin blijft laconiek. Als hij in de zomer niet naar Turkije kan omdat hij het risico loopt te worden opgepakt, dan gaat hij naar Griekenland.

Deze toestand maakt iedereen voorzichtig. Zelfs het geven van je naam aan een journalist is een risico, vooral omdat ándere Turkse Nederlanders ermee aan de haal kunnen gaan.

Gecompliceerde strijd

De toch al gecompliceerde strijd tussen groepen in de Turks-Nederlandse gemeenschap is nu uitgebreid met discussies tussen ja- en nee-stemmers. Bij het Turkse restaurant Harman pal naast het consulaat, zaten laatst twee mannen op het terras tegen elkaar te schreeuwen. „Ze aten hun eten niet eens op”, zegt de serveerster hoofdschuddend. Ook in het Turks Cultureel Centrum is zeker niet iedereen voor Erdogan. Turkije is onder zijn leiding moderner geworden, zegt iemand. „Maar er zijn ook grote schulden. Turken betalen alles met een creditcard.”

De beheerder van het centrum vindt Erdogan helemaal niks. „Hij bespeelt de mensen via de media. Ik vertrouw hem niet.”

„Ik vertrouw Erdogan wel”, zegt een bezoeker. „Maar als hij meer macht krijgt, heeft zijn opvolger dat straks ook. Wie zegt dat die óók betrouwbaar is?”

„Waarom zit Erdogan in zo’n luxe paleis”, zegt weer een ander. „Hij hoeft niet in een rijtjeshuis maar dit vind ik overdreven.”

„We schreeuwen soms”, zeggen de mannen. „Maar daarna zijn we weer vrienden. Zo gaat dat bij Turken.”

Senay Akdemir stemt absoluut ‘nee’ bij het referendum. Dat standpunt levert een hoop discussie op. In een zijstraat van de Beijerlandselaan roostert ze met vrienden lamskoteletjes op de barbecue op de stoep voor hun huis. Als je wil mee eten, ben je direct welkom. „Ik ga anderen niet vertellen wat ze van de Turkse politiek moeten vinden”, zegt Akdemir. „Ik stel dan vragen om mensen aan het denken te zetten.” Zij baalt ervan dat de Turkse politiek zo’n grote rol speelt in Nederland. „Turks-Nederlandse jongeren worden helemaal gek gemaakt.”

En toch, ondanks alle strijd, is er een krachtige, verbindende identiteit. En dat is het Turk-zijn. Want ie-der-een is positief over Turkije. Kom je aan hun land, dan kom je aan hen. „Als het goed is voor Turkije, dan is het goed voor ons”, zeggen de jongens in het Turks Cultureel Centrum. De jongen met de baard: „Als je land niet goed wordt geregeerd, heb je als volk geen waarde. Dat is een Turkse uitdrukking. Ik wil dat het beter gaat met mijn land dan met mijzelf.”

Turks Cultureel centrum, Rotterdam-Zuid. Foto Salih Kiliç

Best gek

Het is best gek, zegt schrijver/theatermaker Gültekin. „De economie loopt slecht, er zijn enorme schulden, grote inflatie. Het toerisme is totaal ingestort. Erdogan maakt ruzie met Europa. Toch wordt hij als een god aanbeden. Ik hoor zoveel jongeren zeggen dat ze het liefst in Turkije zouden wonen. Misschien hebben ze dan het land voor ogen waar ze eens per jaar twee weken op vakantie gaan: Zon, zee, strand, sis kebab. Zoiets. Het is anders als je daar hard moet werken voor 400 euro per maand.”

Zeki Baran wijst op het gebrek aan perspectief in Nederland. „Als je naar deze Turkse wijken kijkt dan kan je zeggen: de integratie is mislukt. Maar ik zeg: De acceptatie is mislukt.”

Want wat je ook doet, in de ogen van Nederlanders ben je altijd een Turk, zegt ook kraanmachinist Yusuf Akca (26).

Baran hoopt voor zijn kinderen dat dat ooit verandert. Zijn drie kinderen hebben goede banen of studeren. Als iemand aan zijn dochter vraagt: Wat vind je van Erdogan, antwoordt ze: Wat vind jíj van Erdogan?

Nauwelijks contact

Maar hij weet ook dat de veel Turkse Nederlanders in Feijenoord en Charlois nauwelijks contact hebben met ‘Nederlandse Nederlanders’. Veel wijkbewoners zijn in geen maanden aan de overkant van de Maas geweest. Dat geldt niet voor de jongeren. Maar ook zij zoeken vooral elkaar op en vinden het lastig om in contact te komen met niet-Turkse Nederlanders. De twintigers in het Cultureel Centrum hebben een fancy fair georganiseerd maar daar kwamen alleen Turkse Nederlanders op af. De jongen met de baard: „Hier in de wijk wonen heel weinig Nederlanders. Dus die kennen we niet goed. Toen ik nog op school zat had ik wel een paar Nederlandse vrienden, maar ik kwam nooit bij hen thuis.”

Yusuf Akca: „Met de ene persoon heb je sneller een band dan met een ander. Maar met een Turk is het altijd makkelijker.”

Sakine Terzi heeft één Nederlandse buurvrouw, alle andere vrouwen om haar heen zijn van Turkse afkomst. In de klassen van de kinderen van haar dochter zit enkel kinderen en kleinkinderen van migranten. Het is zoals het is.

Ze appt met haar vriendinnen: twee uur in de speeltuin? En daar zitten ze aan de picknicktafels op het Afrikaanderplein.

Van de vijf vrouwen rond de tafel, zou er één het liefst in Turkije willen wonen. „Maar dat komt”, vertaalt Terzi, „omdat zij pas op haar negentiende naar Nederland kwam om met haar man te trouwen. Ze is nu 31. Haar ouders en familie wonen allemaal daar.” De vrouwen knikken begrijpend. Zelf blijven ze toch liever hier.