Opinie

Meer polderpolitiek in het land van de Zonnekoning

Op macht beluste politici, migrantenjongeren zonder toekomst en een groeiende afkeer van de EU. Aan de vooravond van de presidentsverkiezingen staat Frankrijk voor grote problemen, schrijft . Misschien is het tijd voor de Zesde Republiek.

Met de presidentsverkiezingen voor de deur is de situatie in Frankrijk meer dan ooit verontrustend. Het land balanceert tussen angst, boosheid en onbegrip, het vertrouwen in de politiek en de maatschappij is op sterven na dood en de terreuraanslagen van 2015 en 2016 hebben diepe wonden achtergelaten.

Twee keuzes, twee wereldbeschouwingen – maar toch met ongeveer dezelfde resultaten.

De campagne is in volle gang en zoals gebruikelijk betwijfelen veel Fransen of kiezen nog nut heeft. In de afgelopen tien jaar zijn de twee grootste partijen, respectievelijk de conservatieven (LR) en de sociaal-democraten (PS), aan de macht geweest. Twee keuzes, twee wereldbeschouwingen – maar toch met ongeveer dezelfde resultaten. De werkloosheid nam verder toe, de economie groeide amper en de kloof tussen burgers en politiek bleef zich vergroten. Vooral het Front National van (eerst) Jean-Marie Le Pen en (nu) zijn dochter Marine profiteerde ervan.

Zesde Republiek

De Franse samenleving stagneert. We moeten ons dan ook afvragen of het politieke stelsel niet aan grote veranderingen toe is. Al tijdens de verkiezingen van 2002 stelde een aantal politici voor de grondwet van de Vijfde Republiek – die in 1958 werd opgericht nadat de Franse bevolking bij referendum voor een nieuwe grondwet stemde – te wijzigen en over te gaan op de Zesde Republiek: een nieuw staatsbestel met minder macht voor de president. Het voorstel werd niet behandeld door de beleidsmakers en ook in de huidige campagne blijft het taboe.

Tijdens het ontstaan van de Vijfde Republiek, stond Frankrijks parlementaire democratie aan de rand van de afgrond. Generaal Charles de Gaulle, de held van de Tweede Wereldoorlog, werd teruggehaald. Alleen hij werd in staat geacht om de verschillende ‘uitdagingen’ aan te gaan, zoals de dekolonisatie en de wederopbouw van het land.

Om dat voor elkaar te krijgen schreef De Gaulle, samen met de rechtse politicus Michel Debré, een grondwet waarin de stabiliteit van het land gewaarborgd moest worden door de macht van de president. De president van de Vijfde Republiek moest een ultiem schild zijn tegen buitenlandse dreigingen.

Maar de tijden zijn veranderd. Europa is allang hersteld van de oorlog en Frankrijk was dertig jaar lang een welvarend en stabiel land, dat nu toe is aan hervorming. Reden genoeg om de vraag te stellen of de Vijfde Republiek nog bestaansrecht heeft.

Integriteit

Veel politici vrezen ingrijpende veranderingen. Ze zijn bang hun bevoorrechte positie te verliezen en zien met angst en beven het moment tegemoet dat het ‘concept integriteit’ ook voor hen zal gelden. Penelopegate heeft de integriteitskwestie weer op de kaart gezet – de zaak waaruit bleek dat de vrouw van de conservatieve kandidaat en ex-premier François Fillon een schijnbaantje had als assistente van haar man toen hij senator en parlementariër was en daarvoor goed werd betaald. Fillon verdedigde zich met het argument dat hij dit systeem van bevoorrechting niet heeft verzonnen en dat hij, net zoals iedereen, er slechts gebruik van heeft gemaakt. Hij ziet dus geen reden zich uit de verkiezing terug te trekken. De aanhouder wint.

Hoewel dit schering en inslag is in de Franse politiek van de afgelopen dertig jaren, dringt zich steeds vaker de vraag op: hoe lang kan deze situatie nog bestaan?

Het huidige staatsbestel heeft een soort ‘aristocratische’ democratie gecreëerd die symbool staat voor het wantrouwen van gewone Fransen jegens de politiek. Anders dan in pakweg Nederland of Duitsland heeft het Franse parlement weinig invloed op het beleid van de regering. De president is vijf jaar lang bijna almachtig (tot 2002 was dat zeven jaar) en hoeft zich nauwelijks te verantwoorden tot de volgende verkiezingen. Hij vormt zonder verdere uitleg een regering en mag zelfs de Assemblée nationale ontbinden, vergelijkbaar met de Tweede Kamer. Bovendien krijgt hij, en met hem ieder lid van het kabinet, een woning, een vervoermiddel en worden al zijn algemene kosten vergoed door de belastingbetaler.

Tegenwoordig gebruiken politici de Franse grondwet om hun macht te behouden en te beschermen. François Fillon is slechts een voorbeeld daarvan. Het pijnlijkste is dat hij gelijk heeft als hij zich verdedigt met het argument dat iedereen eraan mee doet.

Grondwet

Of er nu een Zesde Republiek komt of niet, een grondwetsherziening is noodzakelijk. De regering moet transparanter worden om geloofwaardig te zijn. Politieke partijen moeten niet meer als vijanden naar voren treden, maar als medeburgers en collega’s. Het Franse parlement zal aanzienlijk meer macht moeten krijgen en, zoals in Nederland, wezenlijk betrokken moeten zijn bij het maken van wetten. De regeringspartij krijgt nu altijd een zetelmeerderheid waardoor parlementair toezicht lastig is. Parlementariërs uit de oppositie werken nooit mee en wachten geduldig tot de volgende verkiezingen. Hetgeen de daadkracht van de Assemblée nationale ernstig aantast.

Misschien zelfs zullen de presidentverkiezingen moeten worden vervangen door parlementaire verkiezingen. De regering kan het best gevormd worden in opdracht van het parlement en zou uit meerdere politieke partijen kunnen bestaan. Kortom: meer polderpolitiek in het land van de Zonnekoning.

Werken in de politiek moet in Frankrijk financieel minder aantrekkelijk worden

Om dit mogelijk te maken zullen de Fransen onder ogen moeten zien dat de manier waarop zij politiek bedrijven, drastisch moet veranderen. De elitaire École Nationale d’Administration (ENA) moet worden hervormd of verdwijnen en zijn leerlingen, de ‘énarques’, moeten plaats maken voor mensen die niet door middel van vriendjespolitiek op goedbetaalde banen jagen, maar die bereid zijn zich op te offeren voor het landsbelang. Werken in de politiek moet in Frankrijk financieel minder aantrekkelijk worden, zodat alleen zij die het echt willen in de parlementsbanken belanden.

Dan Frankrijks worsteling met het koloniale verleden. „De kolonisatie is een onderdeel van de Franse geschiedenis, en een misdaad, een misdaad tegen de mensheid.” Deze zin van Emmanuel Macron, presidentskandidaat van de centristische partij En Marche, heeft veel emotionele reacties opgeroepen. Veel rechtse media en politici reageerden verontwaardigd. Zeventig jaar later blijft het ontzettend pijnlijk, om niet te zeggen bijna onmogelijk, voor Frankrijk om de kolonisatie een plek in haar geschiedenis te geven. Dat geldt ook voor de collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog, de slavenhandel in de zeventiende eeuw of het sterke antisemitisme aan het einde van de negentiende eeuw.

Eervolle bedoelingen

Als het over de kolonisatie gaat, wordt er nog altijd gezegd dat de bedoeling eervol was en dat landen als Algerije veel baat erbij hebben gehad. Op school wordt onderwezen dat Frankrijk ook vooruitgang en beschaving in de koloniën heeft gebracht, ondanks het feit dat kolonisatie vrijheidsbeperking betekende.

Jonge Fransen met een migrantenachtergrond weten niet goed hoe deze lessen te interpreteren, ook omdat zij niet als jonge Fransen worden beschouwd maar als kinderen van migranten. Presidentskandidaat Emmanuel Macron is niet de eerste die een debat daarover wil uitlokken – al blijkt het land deze vraag niet aan te kunnen. Waarom wil Frankrijk de geschiedenis van de afgelopen zeventig jaar niet onder ogen zien? Welke bezwaren zijn er eigenlijk? Als Frankrijk de kop in het zand blijft steken, zullen de problemen zich verder ophopen.

Ongeacht wie de nieuwe president wordt: de volgende regering zal het zich niet kunnen veroorloven het huidige schijnbeleid voort te zetten. Op korte termijn dient ze enkele nijpende problemen aan te pakken.

Ten eerste zal de samenhorigheid moeten terugkeren. Er zal nieuw draagvlak moeten worden gecreëerd dat bij burgers het gevoel bevordert ‘erbij’ te horen. Wellicht is de tijd daar dat Frankrijk de kunst van het compromis leert kennen om zo efficiënte politiek te kunnen bedrijven.

Interessante vraag is of de volgende president genoeg lef zal tonen om alle partijen uit te nodigen. Veel kiezers zeggen daar klaar voor te zijn. Toch is politieke samenwerking niet genoeg. De politiek moet de burgers dienen – niet enkel gebruiken. Het kan ook niet zo zijn dat er niets gebeurt, in naam van het beleid. Wat precies het geval was onder François Hollande. Geen wonder dat hij de impopulairste president van de Vijfde Republiek is.

Zodra Hollande aan de macht kwam, gedroeg hij zich net als alle andere presidenten: als een vorst.

Hij beloofde de ambtenarij te hervormen en de financiële situatie van parlementariërs en ministers openbaar te maken. Ook zouden onder zijn leiding volksvertegenwoordigers minder gaan verdienen. Veel kiezers hebben hem hierom president gemaakt. Maar zodra hij aan de macht kwam, gedroeg hij zich net als alle andere presidenten: als een vorst.

De burgers zullen de komende regering wat dat betreft scherp in de gaten houden. Integriteit moet de norm worden; iedereen buiten de politiek is het daarover eens.

Integratiebeleid

Ten tweede moet het integratiebeleid dringend worden hervormd. Sinds de jaren tachtig is dit niet meer gebeurd – althans, niet voor zover wij weten – en dat terwijl bijna de helft van de bevolking een migrantenachtergrond heeft. Jongeren in de banlieues moeten serieuze toekomstperspectieven krijgen. De overheid moet in dat opzicht ook de geloofsvrijheid waarborgen en niet meedoen in de grote angstzaaierij wat de islam betreft. Iedereen die op Frans grondgebied is geboren, is Frans. Het is van groot belang dat de regering dit principe ook echt uitdraagt.

Ten derde moet Frankrijk opnieuw nadenken over haar positie ten opzichte van de EU. Ook al is het Europese project vanaf het begin deels door Frankrijk gedragen, steeds meer Fransen keren zich van de Unie af. Dit ondanks het feit dat hun land afhankelijk is van de eenheidsmunt en Europese vrijhandel. Een volgende regering zal een debat over macht en omvang van de EU moeten aangaan: met de burgers, Brussel en de andere lidstaten. Alleen zo kan draagvlak voor een Europees Frankrijk worden geschapen.

De peilingen in Frankrijk tonen aan dat veel kiezers het onverdraagzame nationalisme van Marine Le Pen overwegen, en in mindere mate Fillon. Tegelijkertijd laat de groeiende belangstelling voor Macron zien dat velen naar een andere, fatsoenlijker politiek snakken. Wie er ook gekozen wordt, het is tijd voor verandering en samenwerking. Wat voor Franse begrippen niet voor de hand ligt.