Kikker- en paddenfile in het Vondelpark

Voorjaar

Het Vondelpark is de belangrijkste locatie van de kikker- en paddentrek in Amsterdam. Tientallen vrijwilligers helpen elke avond met overzetten.

Kikkers en padden worden in emmers opgevangen om te voorkomen dat ze de fietspaden in het Vondelpark oversteken en overreden worden door fietsers. Foto Tammy van Nerum

Het is 19.00 uur, de schemering heeft ingezet. Paddentrek-coördinator Daniël Kropveld (64, gepensioneerd ICT’er) en drie andere vrijwilligers hebben zich verzameld bij de Willemsbrug in het Vondelpark. Iedereen heeft een emmer en zaklamp in de hand, sommigen dragen een fluorescerend hesje. Vanavond zullen ze het park afspeuren naar overstekende padden.

Het Vondelpark is vanouds een plek waar amfibieën zich voortplanten, een veenweidegebied, waar de stad omheen is gebouwd. Padden en kikkers overwinteren in de tuinen rond het park.

In het vroege voorjaar trekken ze naar de poeltjes van de Koeweide en de Schapenweide om te paren en kikkerdril af te zetten. Dit trekken duurt een paar dagen, ergens tussen eind februari en half april. Rond 20 maart is meestal de piek, met een ware ‘paddenfile’: het park is dan bezaaid met kikkers en padden. Kropveld: „Je bukt om de ene kikker te pakken en als je je omdraait zie je de volgende alweer springen.”

Koud en sloom

Tijdens deze trek zijn de kikkers en padden nog koud en sloom. Ze steken zo traag het asfalt over dat ze massaal worden doodgereden door fietsers. Als ze later in het voorjaar terugkeren, zijn ze in een paar sprongen aan de overkant en brengen ze het er (veelal) levend vanaf.

Kropveld, die praktisch naast het park woont, zag er zeven jaar geleden voor het eerst een kikker. „Ik ben gestopt en heb hem aan de kant van de weg gezet. Toen ik me omdraaide zag ik er nog een paar. Die avond ben ik tot tien uur bezig geweest.” Sinds dat moment verzamelt Kropveld elk jaar vrijwilligers om te helpen met het overzetten van de dieren.

Tijdens de voorjaarstrek komen eerst de padden uit hun winterslaap, een week later gevolgd door de kikkers. De salamanders zijn al eerder ontwaakt. „Het verschil tussen een pad of een kikker in je hand merk je snel genoeg”, zegt Kropveld. „Een pad vindt het heerlijk opgepakt te worden en kruipt weg in je warme hand. Een kikker probeert zo snel mogelijk te ontsnappen.”

Bij de uitgang naar de Koninginneweg knielt Kropveld, en tilt hij een putdeksel omhoog. „In deze put vind ik altijd erg veel kikkers en padden”, zegt hij, terwijl hij met zijn zaklamp in het water schijnt. In Nederland worden elk jaar 180.000 padden en kikkers door vrijwilligers overgezet, maar evenveel amfibieën verdwijnen jaarlijks in straatkolken. Daarom heeft Waternet in 2014 in het Vondelpark 400 uitklimvoorzieningen voor amfibieën geplaatst.

Kropveld telt al jaren hoeveel kikkers en padden hij in de kolken vindt. „De kikkertrappen helpen wel, want ik vind er significant minder dan voorheen, maar de trappen zijn in de loop der jaren dichtgeslibt met modder, of kapot gegaan en daardoor onbruikbaar geraakt.”

Kropveld schraapt met zijn hand over de kikkertrap, die bedekt is geraakt met een harde laag vuil. Amfibieën kunnen er vrij lang in overleven doordat er af en toe voedsel in valt; insecten of regenwormen.

Vrijwilliger Marijke de Vries opent haar fietstas en schijnt met de zaklamp in de blauwe emmer. Aan de rand zit een pad, zijn snuit tegen de wand. Ze pakt het dier vast en zet het tussen de spijlen door op het gras. Verder kan de pad zijn eigen weg vinden.