In de bunker gaan de mannen en de vrouwen fuseren

Corpora

Veel deden ze al gezamenlijk, maar nu gaan ze echt samen: het Rotterdamsch Studenten Corps en de Rotterdamsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging.

Foto Bob van der Vlist

De buitenwereld zal er zijn schouders over ophalen, maar binnen de corpswereld is een opzienbarende stap: de ongemengde corpora in Rotterdam gaan fuseren. En dat mag in de krant want de laatste fusie tussen twee van zulke studentenverenigingen dateert van 41 jaar geleden. Begin jaren zeventig waaide er een fusievirus door corporaal Nederland. In Groningen, Wageningen, Amsterdam, Leiden en Delft zagen de verenigingen zich genoodzaakt samen te gaan. Dalende ledenaantallen onder invloed van een veranderende tijdgeest veroorzaakten geldgebrek.

Bij het Rotterdamsch Studenten Corps (RSC) en de Rotterdamsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging (RVSV) ontbrak die financiële noodzaak. De ‘dames’ waren in 1973 ingetrokken bij de ‘heren’ in hun nieuwe pand in Kralingen. Ze bleven ongemengd, maar deelden de kosten. Anno 2017 zitten beide verenigingen nog altijd samen in de ‘onooglijke bunker’ op de hoek van de Willem Ruyslaan en de Robert Baeldestraat.

„Beide verenigingen maken winst en zijn financieel kerngezond”, zegt RSC-president Ewout Ketelaars. Waarom dan toch die fusie? „Verenigingen zoals de onze zijn, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, al lang niet meer de plek waar je je laveloos zuipt. Dat past niet meer in deze tijd.” De studieduur is ingekort en eerstejaars moeten zestig punten behalen. Bij sommige studies bestaat ook een bindend studieadvies voor het tweede jaar. Minder tijd om te feesten dus. Veel studenten gaan voor hun master bovendien naar een andere stad, zegt Ketelaars. „Door al deze ontwikkelingen is de actieve lidmaatschapsperiode van leden korter. Daar moet je als vereniging op inspelen door sterker te zijn dan andere en veel te bieden. Leden moeten er wijzer van worden en zich kunnen ontplooien. Samen hebben we meer slagkracht.”

Meer vrouwen dan mannen

Bij de RVSV speelt nog iets anders, zegt praeses Henriette Claus. „Rotterdam is heel erg in beweging. Steeds meer meiden komen naar de stad. Dat zie je ook bij de Erasmus Universiteit. Die had vorig jaar voor het eerst in haar geschiedenis meer vrouwelijke dan mannelijke studenten [50,3 procent tegenover 49,7 procent, red.]. Wij merken dat ook in onze vereniging. Kregen we er vroeger zo’n 60 eerstejaars bij, de laatste jaren zijn dat er 150, waardoor we uit onze voegen barsten in onze sociëteit.”

Sociëteit is een groot woord voor de twee bedompte zaaltjes op de begane grond van het gezamenlijke verenigingsgebouw. Uitbreiden is geen optie, want ernaast zit de Bikini, een studentendiscotheek die wordt uitgebaat door het RSC, dat ook de hele bovenverdieping bezet.

De laatste jaren waren er al meer gemengde activiteiten in het gebouw. Claus: „Zo zijn de gemengde donderdagborrels bijvoorbeeld afwisselend boven en beneden.”

De fusie heeft volgens haar meer om het lijf dan het intrekken van de vrouwen bij de mannen alleen. „De plannen voorzien in een grondige verbouwing waardoor we het pand optimaal benutten.”

Er werd al jaren over gesproken

Ketelaars: „Onze leden vinden grote feesten en gemeenschappelijke activiteiten leuker dan ongemengde activiteiten. Die trekken steeds minder mensen. De afgelopen jaren kwamen er daarom meer gemengde borrelavonden en schoven we als verenigingen steeds dichter naar elkaar toe. Zo presenteren we ons al jaren gezamenlijk tijdens de Eurekaweek [de introductieweek voor eerstejaarsstudenten, red.] en probeerden we gezamenlijk leden te werven voor onze verenigingen. Ook in onze organisatie zijn we gemengder geworden met meer gemengde commissies. Als je weet dat we nu al zo’n 60 tot 70 procent gezamenlijk doen, dan is het logischer om alles samen te doen.”

Binnen beide verenigingen werd al jaren gesproken over verdergaande samenwerking. Het was het eerste agendapunt bij de installatie van de nieuwe verenigingsbesturen, die elk jaar een nieuwe stap zetten in de richting van nauwere samenwerking. Toch nam niemand het woord fusie in de mond.

Tot vorig najaar, toen Ketelaars na goedkeuring van zijn medebestuursleden de RVSV vroeg om te fuseren. Daarna ging het allemaal heel snel. Na een weekje brainstormen maakten ze het nieuws in december bekend. Ketelaars: „Bij beide verenigingen was sprake van een schrikreactie, maar de leden zagen al vrij snel in dat het voor iedereen beter is om te fuseren.”

Via workshops in januari en februari, waar leden hun zegje konden doen, gaven de besturen van RSC en RVSV hun fusieplannen vorm. Ze gaan verder als RSC/RVSV. De keuze voor een fusie op korte termijn is bewust. Claus: „Een stapsgewijze fusie is niet wenselijk omdat het actieve lidmaatschap van leden hooguit vijf jaar duurt. Dan kun je niet drie jaar in een overgangsfase zitten.”

In maart stemden de leden erover. 93 procent van de mannen was voor 83 procent van de vrouwen. Ketelaars: „De leden hebben de fusieplannen heel goed opgepikt. Enkele zetten al een gemengde rechtswinkel op, andere organiseerden een gemengd verkiezingsdebat en weer anderen willen een gemengde alpinistenclub of hockeyvereniging oprichten.” Oud-leden en corpora uit andere steden reageerden ook positief, zegt Claus. „We hebben veel contact met hen en krijgen veel berichten van mensen die willen helpen, vooral op juridisch vlak.”

Toch zijn niet alle oud-leden even blij met de aanstaande fusie. In de aanloop naar de ALV werd de Facebookpagina ‘Stem nee tegen fusie RSC-RVSV’ in het leven geroepen. De pagina met 135 likes en 132 volgers maakt weinig indruk op Claus en Ketelaars. „Het tegengeluid illustreert een bepaald soort humor, sarcasme. Er is iets aangekondigd en dan vinden sommigen het grappig om tegen te stemmen.” De laatste activiteit op de pagina is van vier maanden geleden.

„Die Facebookpagina was niet serieus”, zegt Jaap Tick (70), voorzitter van de oud-ledenvereniging Hermes van het RSC. „We zijn al jaren ontzéttend gemengd maar doen naar buiten toe alsof dat niet zo is. Vanuit onze behoorlijk stevige latrelatie is het logisch om nu een stapje verder te gaan. Daarbij verdwijnen ongetwijfeld mores, maar zullen ook nieuwe ontstaan.” De oud-ledenverenigingen blijven volgens hem ongemengd. „Het gemengde RSC/RVSV krijgt een eigen vereniging voor oud-leden. Wanneer is de vraag. Volgend jaar al voor leden die dan afstuderen of pas over vijf jaar als de eerste lichting van de gemengde vereniging klaar is.”

Als het aan de oud-leden van het RSC had gelegen dan was er in 2014 al gefuseerd – de vereniging bestond toen honderd jaar. Tick: „Een mooie symbolische datum, maar er is bewust gewacht tot na de viering van het 100-jarig bestaan van de meiden, vorig jaar. Gelet op de ontwikkelingen in de samenleving is het ook goed dat we uit ons zelf gekozen isolement stappen. Vrouwelijke studenten winnen vaker studieprijzen dan mannelijke en er zijn steeds meer vrouwen in het bedrijfsleven, waardoor het in een gemengde vereniging ook beter netwerken is.”

‘Meiden zijn ijveriger’

Irene van Esseveld, praeses van de Vereniging Oudleden van de Rotterdamsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging, deelt die mening. „Rotterdam staat bekend om zijn netwerken binnen het actieve ledenbestand. Meiden zijn als student bovendien ijveriger dan jongens, willen hun studie combineren met een actief studentenleven. Daar moet je als vereniging op inspelen. Tijdens de informatieavonden over de fusie merkten wij dat de huidige leden net zo’n actief zaalleven willen als wij vroeger hadden toen je nog langer kon studeren. Voor ons was de viering van het 100-jarig bestaan een enorme mijlpaal, met een gigantische opkomst: 1.800 oud-leden, onder wie alle zangeressen van onze wereldberoemde Hermes House Band.”

De oud-ledenverenigingen organiseren in principe alleen ongemengde activiteiten maar gaan na de fusie ook gemengde activiteiten organiseren, verklapt de tiendejaars RVSV’ster. „Onze adressenbestanden worden samengevoegd.”

Bij het RSC en de RVSV wordt half april de juridische fusieknoop doorgehakt. Voor het samengaan van beide verenigingen moet een reeks formaliteiten worden vervuld. Dat bepaalt of de fusieplannen dit najaar gerealiseerd kunnen worden.

Ketelaars is al aan het nadenken over een passend vervolg op zijn huwelijksaanzoek. „Een groot huwelijksfeest eind dit jaar of een bruidstaart. Want zo’n mijlpaal moet natuurlijk gevierd worden.”