Fact checks zijn mooi, maar geen eindredactie achteraf

Altijd goed om je feiten te checken, als krant – ook achteraf, als het moet. Maar een tikje pijnlijk is het soms wel. Want hoe kwam het ‘ongecheckte’ feit dan in de krant?

Afgelopen donderdag bracht de krant een fact check, waarin een bericht werd nagetrokken dat veel werd opgepikt in de Nederlandse media en dat óók NRC had gebracht, namelijk dat Nederlandse baby’s het meest huilen van alle baby’s ter wereld – een Brits onderzoek uit The Journal of Pediatrics.

Een subtiel methodologisch stukje van redacteur Wetenschap Sander Voormolen die de cijfers uit dat onderzoek sterk relativeerde („nattevingerwerk”); zo sterk zelfs dat het eindoordeel van de fact check luidde: „onwaar”. Tikje zwaar oordeel, dit is vooral een kwestie van weging en je kunt dus ook zeggen: de bewering is onvoldoende gefundeerd. Hoe dan ook, de moeders en vaders van Nederland kunnen weer ademhalen – of opgelucht huilen.

Maar waarom bracht NRC dit bericht dan, twee dagen eerder?

Twee leden van de Wetenschapsredactie hadden het onderzoek maandagochtend bekeken, en het te licht bevonden. Te weinig Nederlandse baby’s en maar één meetmoment; te dun, vond men, niks mee doen.

Maar die boodschap werd niet overgebracht aan de nieuwsdienst een verdieping lager, die door de eindredactie gevraagd was een bericht te maken van dit geinige nieuwtje. Een redacteur van de nieuwsdienst raadpleegde op zijn beurt niet de Wetenschapsredactie. Hij belde wel met een deskundige, die het een interessant onderzoek vond, en maakte een bericht dat online ging en ook NRC Handelsblad haalde. Na interventie van de verblufte redactie Wetenschap werd dat niet doorgeplaatst in nrc. next, en haastig van de site gehaald.

Kortom, een klassiek gevalletje van langs elkaar heen werken.

Elke redactie kent zulke missers in communicatie – maar het risico is wel groter nu NRC een aparte nieuwsdienst heeft die in volcontinu-productie moet voorzien in de online nieuwsstroom. Dat maakt onderlinge afstemming op de redactie extra belangrijk – het is ook de regel, maar in dit geval ging het dus mis. Een goede herinnering aan het belang van afstemming op de redactie.

Overigens, waarom is het bericht eigenlijk offline gehaald? Het stuk scoorde hoog in de kliklijsten, maar wie het zoekt vindt nu een dode link. Dat wekt alleen maar argwaan. Alternatief: laat het staan met een aanvulling en verwijzing naar de latere fact check.

Nog eens het mes in eigen vlees.

Hoogleraar migratierecht Thomas Spijkerboer tekende bezwaar aan tegen een fact check waarin een bijzin van hem – uit een stuk op de Opiniepagina – ook werd beoordeeld als „onwaar”. In de context van zijn stuk bezien was dat oordeel volgens hem niet terecht.

In dat opiniestuk over de diplomatieke twisten met Turkije had Spijkerboer geschreven dat president Erdogan met zijn referendum een positie zou krijgen die „veel lijkt” op die van zijn Franse en Amerikaanse collega’s. Hij wilde maar zeggen, zo’n presidentieel systeem is op zichzelf nog niet zo bizar.

Redacteur Buitenland Marc Leijendekker ging, na een kritische lezersbrief over die passage, te rade bij deskundigen. Hij kwam tot een ander oordeel: de positie die Erdogan nastreeft lijkt juist veel meer op die van sommige Latijns-Amerikaanse of Afrikaanse presidenten. De bewering was dus „onwaar”.

De krant ziet, in mijn ogen terecht, geen grond voor een rectificatie. De context van het opiniestuk had in dit geval niet veel uitgemaakt; Spijkerboer wijst op de gebrekkige rechtsstatelijke waarborgen in Turkije, maar dat zegt nog niets over de juistheid van een vergelijking tussen presidentiële systemen. Hij vindt de uitbreiding van Erdogans bevoegdheden „een slecht idee”, maar ook dat slaat niet op de inhoud van die nagestreefde bevoegdheden.

Toch kan ik me Spijkerboers ongenoegen wel indenken. Je hebt een mooi stuk gehad op de opiniepagina van NRC, in dank aanvaard door de redactie, je krijgt leuke reacties van je omgeving – en dan pats, een strenge tik op de vingers van dezelfde krant omdat je een onwaarheid hebt gedebiteerd.

Ik heb hier al vaker geschreven over de opzet van de factcheckrubriek, en de vraag welke beweringen daar het meest geschikt voor zijn: feitelijke beweringen die eenduidig te toetsen zijn. Hoe lang de Willemsbrug is, valt goed te checken; met de lange arm van Erdogan ligt het wat gecompliceerder. En zelfs over cijfers valt vaak te twisten, zoals recente fact checks over moslims en geweld en één over een immigratie-bewering van Geert Wilders duidelijk maakten.

Het risico bij ongelukkige keuzes of een te scholastieke aanpak is dat je meer onduidelijkheid en controverse oproept dan oplost – het omgekeerde van waar een fact check voor bedoeld is.

Wat de bewering van Spijkerboer betreft: die is niet kwantitatief maar vergelijkend en ook nogal vaag geformuleerd („veel lijkt op…”). Minder geschikt, zou ik zeggen, maar nog niet ongeschikt; de nadere uitleg in Leijendekkers stuk was in elk geval nuttig en informatief.

Maar toch. Als de krant een vergelijking van presidentiële systemen relevant vindt, kun je je afvragen of het niet meer voor de hand had gelegen daar een stuk over te maken, in plaats van een auteur die er op de Opiniepagina een ongelukkige bijzin aan wijdt twee weken later in een fact check te kapittelen.

Trouwens, ook hier: als die bijzin van Spijkerboer onwaar is, waarom heeft de redactie die dan niet uit het stuk gehaald voordat het werd afgedrukt?

Fact checks kunnen een mooi journalistiek instrument zijn, de krant gebruikte ze bijvoorbeeld met groot succes bij de debatten tussen lijsttrekkers bij de jongste verkiezingen.

Maar ze zijn geen eindredactie achteraf, zeker niet van bijzinnen.

Reacties: ombudsman@nrc.nl