Lance Armstrong, een fietsende Faust die zijn ziel verkocht aan de duivel

Lance, de rockopera Oud-wielrenner Lance Armstrong wordt gezien als de grootste bedrieger in de sportgeschiedenis. Zijn verhaal wordt nu bezongen in een Nederlandse rockopera.

Lance Armstrong op weg naar zijn zevende Tourzege, 24 juli 2005. Foto Olivier Hoslet/EPA

Die beruchte foto die Lance Armstrong destijds op Twitter zette: lui op de bank lag hij daar, onder zijn zeven, ingelijste gele truien. ‘Back in Austin, just laying around’, stond er. Een flinke fuck you, zo leek het, of zo kwam het over. Alle bedrog lag op tafel, maar Armstrong leek geen berouw te tonen. Hij was immers Lance, de man van de records. Die truien? Kom ze maar halen.

Het is een van de onderwerpen in de rockvertelling Lance – The Rise and Fall, over de opkomst en ondergang van wielrenner Lance Armstrong, die als Icarus die naar de zon vloog, zijn vleugels verloor en neerstortte. ‘Seven Yellow Jerseys’ zingt Guus Meeuwis in een midtempo americana-song die hij met muzikant JW Roy schreef. „My sweet yellow jerseys (…) I bought them with pain.”

Over hoe meer de renner in het nauw kwam, en wie hij om zich heen had. De rockopera, in boekvorm en op cd onder muzikale leiding van JW Roy met de vocalisten Lea Kliphuis, Frank Lammers, Rick de Leeuw, Guus Meeuwis en Alex Roeka, en begeleid door de Lance-band (gitarist Cok van Vuuren, bassist Reyer Zwart, toetsenist Jan Hautekiet en drummer Jeroen Kleijn), beschrijft vele facetten. Het is een vervolg op de St. Willebrord Sessies, een collectie wielersongs die in 2012 in de oude werkplaats van de legendarische mecanicien Hubert van Hooijdonk in wielerdorp St. Willebrord werd opgenomen door het stel musicerende fietsvrienden. JW Roy: „We keken al een tijd uit naar een vervolg en vonden in Lance een mooi rond verhaal dat in Oslo 1997 begint en eindigt op zijn bank, met die provocatieve foto.”

Narcistische karikatuur

Armstrong is een dankbaar onderwerp voor de rockopera: een zalig narcistische karikatuur die hoog vliegt en diep valt. Deze mythe over hoogmoed heeft alle elementen: de geheimen, het verraad, het verlies van vrienden, er blijft niets meer over. Presentator Eric Corton is de barman die het door schrijver en columnist Bert Wagendorp geschreven verhaal in de bar op het toneel vertelt. Oud-renner Peter Winnen zet in de ouverture meteen de toon: „Ach, waarheid en leugen: al eeuwen zijn het zulke intieme kompanen, dat de een haast niet van de ander te onderscheiden is. ‘He is the biggest fraud in the history of sports’, zei Travis Tygart, Lance’ nagel aan de doodskist. Zou het?”

Van links naar rechts oud-renners Rob Harmeling en Peter Winnen, muzikant JW Roy en presentator Eric Corton. Foto Gerke Visser

De rockopera Lance is niet om hem schoon te praten, of op een voetstuk te zetten, zeggen de initiatiefnemers, Wagendorp en JW Roy. Dit is geen bekering of een verheerlijking van Armstrong. „Er zitten teksten tussen die Armstrong echt woedend zouden maken”, denkt JW Roy zelfs. De twee makers rekenen wel graag af met „makkelijke moralisme” en hypocriet gedrag. „Wel constant topprestaties eisen, maar als blijkt dat dat niet helemaal volgens de regels ging, zijn we de Hollandse dominee. Die doping – daar deed je aan mee of je stopte als profrenner. Je had geen keuze, daar ben ik van overtuigd”, zegt Wagendorp. „Maar wat zou jíj doen als jij de keuze kreeg, als je geweldig zou presteren met wat hulp? Het is de naïeveling, die denkt dat de wereld schoon en rein is.”

Nooit versloeg Wagendorp, destijds als sportverslaggever voor De Volkskrant, zelf Tour de Frances met Armstrong erin. Hij was toen al correspondent in Londen. Maar in zijn krant heeft Wagendorp het beeld over Armstrong – een verrader, een boef – altijd meer willen nuanceren. Wagendorp: „Lance was het Barbertje dat moest hangen in de slechte periode van het wielrennen. Er waren veel mensen die deden wat hij deden, misschien nog wel geraffineerder aangepakt dan hij, en tallozen zijn niet gepakt. Hij was de koning die zeven keer had gewonnen. Hij werd bekritiseerd, geschorst en bestraft. Niet onterecht natuurlijk. Maar er zit altijd een andere kant aan het verhaal.”

Zijn ze bewonderaars? Nu ja, van de fietser zeker. Een harde primitieve sport vinden ze het wielrennen – het sterkste mannetje op de apenrots. Geen compromissen, alles aan de kant. „Je zou kunnen zeggen dat Lance zich aanpaste aan de heersende moraal.” Een fietsende Faust die zijn ziel verkocht aan de duivel, schrijft Wagendorp. Na zijn kanker kwam Armstrong terug en zag hij hoe de Italianen hem hard op epo voorbijgingen. „Toen maakte hij de keuze: terug, of ik ga ze op eigen middelen verslaan. En hij klopte aan bij dopingdokter Michele Ferrari, de beste die precies wist welke doping en trainingsmethodes hem vooruit gingen brengen. Hij verkocht zijn ziel aan de duivel, het is een klassiek verhaal.”

Genadeloze manier van intimideren

‘In een rotte wereld meedoen’, dat heeft wel wat volgens de makers. Kwalijker is hoe Armstrong met mensen omging om zich in te dekken. „Die genadeloze, bijna maffioso manier van intimideren, mensen buiten het wielermilieu waren echt bang, keken over hun schouder. Emma O’Reilly, zijn voormalige masseuse, zette hij volkomen klem.”

Een gele trui van Lance Armstrong. Foto Gerke Visser

In ‘Ballad of Emma O’Reilly’ bezingt singer-songwriter Lea Kliphuis de vrouw die met haar verhaal over Armstrong naar journalist David Walsh liep. Het is een klaaglijke treurzang van een vrouw die het goed bedoelde maar kapot werd gemaakt. In ‘Newspaperman’ wordt sportjournalist David Walsh, de wraakengel die de dopingzondaar wist te ontmaskeren, bezongen door acteur Frank Lammers. En George Hincapie, de meesterknecht bij Armstrongs zeven Touroverwinningen, kreeg ook een eigen lied, ‘The Loyal Lieutenant’. Dichter-zanger Alex Roeka toont zich het meest tegenstander van Armstrong in ‘Beyond What’s Right and Wrong’. En er is de blues over de tragisch overleden begenadigd klimmer Marco Pantani.

Muzikaal gezien is het americana wat de slok slaat; uit het Texas van Armstrong. Tussen country en folk, de melancholie en de schurende blues. Het is tevens de lijfmuziek van JW Roy die zijn eerste wielersong ooit voor NOS-programma De Avondetappe maakte over de huilende biecht van Erik Zabel. Leidend in de liedjes op Lance werd het fietsritme van Armstrong: met 90 slagen per minuut naar boven. „Liedjes in een zesachtste maat, een walsachtig ritme dat goed past bij 90 beats per minuut. Dat is precies ook de lekkerste trap op de Tacx, de fietstrainer die thuis staat.”