‘Deze man was nooit eerder in beeld’

Cold case

Vijf jaar jaagde een coldcaseteam op een seriemoordenaar. DNA leidde tot de arrestatie van een 58-jarige man.

Op deze plek, de noordzijde van de Willemsbrug in Rotterdam, werd in 1990 de prostituee Dini Stijger vermoord.

‘Het was een rustige arrestatie”, zegt René Bergwerff, leider van het coldcaseteam dat de dader opspoorde van ten minste twee moorden op Rotterdamse vrouwen. „Dinsdag ben ik zelf naar zijn huis gegaan met een collega. Uiteraard met back-up. Van tevoren hadden we de inschatting gemaakt dat we hem low profile op konden pakken. We belden aan, hij deed de deur open. Hij reageerde gelaten en liet het gebeuren. Maakte zelfs een verbaasde indruk.”

De arrestatie van een 58-jarige Schiedammer is de apotheose van een coldcase-onderzoek dat in 2012 begon, naar een seriemoordenaar die het op prostituees voorzien had – uiterst zeldzaam in Nederland. Aanvankelijk, herinnert Bergwerff zich, leek dat een hopeloze zaak. „De dossiers waren incompleet, getuigen bleken onbetrouwbaar, bewijs was kwijt of vervuild.” Toch heeft Bergwerff nooit gedacht dat het onderzoek zinloos was. „Het was gewoon een kwestie van volhouden, doorzoeken.”

De dader liet DNA-bewijs achter op en in de buurt van de lichamen van Dini Stijger en Francis Garcia-Hofland, respectievelijk in 1990 en in 1991 vermoord, 45 en 21 jaar oud.

In het sperma werd een ‘zeldzaam kenmerk’ gevonden, dat slechts bij vijfhonderd mensen in Nederland voorkomt. Het DNA-profiel van de plaatsen delict leidde via dat kenmerk naar twee verwanten van de opgepakte man, een ver en een naast familielid. Het DNA van de huidige verdachte komt overeen met de sporen die gevonden zijn op de lichamen van Stijger en Garcia-Hofland.

De man is vrijdagmiddag voorgeleid aan de rechter-commissaris. Hij is ook verhoord, maar daarover wil Bergwerff niets zeggen. Over de man doen inmiddels allerlei geruchten de ronde, zoals dat hij van Surinaamse afkomst zou zijn. Het OM noch Bergwerff bevestigt dat.

Na de arrestatie werden de nabestaanden ingelicht. Bergwerff ging zelf langs bij de moeder van Francis Garcia-Hofland. „Het is heel gek om over blijdschap te praten in deze context”, vindt de coldcaseteamleider. „Maar het gaf ongelooflijk veel voldoening deze vrouw te kunnen vertellen dat we iemand hadden opgepakt. Ze was erg emotioneel. Al dat verdriet, dat ook na zo’n lange tijd nog zo dicht onder de oppervlakte ligt.”

Prioriteit van de politie is nu de verdachte ook in verband te brengen met de moorden op Jeanette Sip (26), Beppie Michiels (35) en Mientje van Balkom (31), prostituees die ook een gruwelijk einde vonden in Rotterdam.

Toegedekt

Het vermoeden dat één man meer prostituees in Rotterdam heeft gedood is bijna zo oud als de moorden zelf. In 1991 presenteerde de recherche in Opsporing Verzocht al drie moorden als één geheel: die op Mientje van Balkom, Dini Stijger en Francis Garcia-Hofland.

De drie slachtoffers werden gedeeltelijk ontkleed gevonden, en waren na de moord toegedekt met materiaal dat toevallig voorhanden was: een stuk karton, een paraplu. De sterkste overeenkomst was echter de agressie waarmee de dader te werk was gegaan. De talrijke steekwonden getuigden van brute kracht, en hadden tot gevolg dat de vrouwen praktisch onthoofd gevonden zijn.

In de uitzending liet de recherche het moordwapen zien waarmee Francis Garcia-Hofland was toegetakeld: een kromme 12, een vil- en uitbeenmes dat in slachterijen wordt gebruikt. Een klopjacht op de herkomst bleef zonder resultaat. Ook presenteerden ze een compositietekening. Machiel Oeloff, die in 1991 het onderzoek leidde: „Er was toen een verdachte bij wie een heleboel omstandigheden leken te kloppen. De vraag was of we ’m op de plaatsen delict konden vastpinnen. Dat is ons nooit gelukt.”

Opvallend is dat die compositietekening een getinte man laat zien. Is het dezelfde man? „Nee”, stelt Bergwerff. „Er is geen link tussen de verdachte van toen en de verdachte nu. Deze man is nooit eerder in beeld geweest, ook nooit als getuige verhoord of anderszins bij de politie in het vizier gekomen.”

Kaarsje

Formeel, zegt Bergwerff, beslist de rechter of dit de man is die bekend staat als ‘de seriemoordenaar van de G.J. de Jonghweg’. „Als we zelf ook maar enige twijfel hadden dat dit niet de goede man was, hadden we ons niet aan een arrestatie gewaagd.”

Zo durft Anneke Gerrits nu te hopen dat de moordenaar van haar dochter Jeanette Sip eindelijk rekenschap moet afleggen over zijn daad. „Jeanette is altijd in onze gedachten. Ik droom iedere nacht over haar. Als we rode kool eten, denken we aan Jeanette, want dat was haar lievelingskostje. Bij haar foto brand ik dagelijks een kaarsje. We zijn haar nooit vergeten. Het is mooi om te merken dat de politie haar ook niet vergeten is.”