Denker met lef in Rutte’s entourage

Leslie d’Huy (1969-2017) was de raadadviseur die voor premier Rutte bijeenkomsten met Europese regeringsleiders voorbereidde. „Ze was altijd zichzelf, zonder opsmuk.”

Leslie d’Huy had al lang het idee dat ze niet oud zou worden.

Het zijn in 2014 zware zomermaanden voor Leslie d’Huy – als raadadviseur Europa een van de belangrijkste medewerkers van premier Mark Rutte. Op 17 juli stort de MH17 neer. In dezelfde tijd wordt duidelijk dat de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, de Luxemburger Jean-Claude Juncker, niets moet hebben van de Nederlandse kandidaat-eurocommissaris Jeroen Dijsselbloem.

Leslie d’Huy zit de hele dag aan de telefoon. Vanuit het huis dat ze heeft gehuurd in Zuid-Frankrijk, vooral bedoeld om vrienden en het gezin van haar zus Lynn te ontvangen, gaat ze op en neer naar Brussel. Eind juli reist ze met Rutte naar Luxemburg om met Juncker te praten – met z’n tweeën in het regeringsvliegtuig.

Aan het eind van die zomer hoort ze dat ze borstkanker heeft. Ze wordt behandeld, maar veel hoop is er niet. Haar arts zegt: „Je hebt nog een jaar of twee.”

Leslie d’Huy was toen 46. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken was ze afdelingshoofd geweest bij de Directie Integratie Europa en in Brussel had ze als ‘sherpa’ voor Rutte de topontmoetingen met andere regeringsleiders voorbereid. Ze stond bekend als een snelle denker, analytisch en strategisch, en viel op omdat ze zo vaak en uitbundig lachte. „Van haar klapzoenen kreeg je oorpijn”, zegt Maarten van Rossum, haar collega in Brussel en daarna ook in Rutte’s team van adviseurs. „Die waren haar trademark.”

„Leslie”, zegt Rutte, „was altijd zichzelf, zonder opsmuk. Dat is wat ik het meeste mis: haar persoonlijkheid.”

Leslie d’Huy groeide op in Bilthoven, haar moeder kwam uit Schotland en was ergotherapeut, haar vader was directeur van een machinefabriek. Ze had twee broers en twee zussen, zij was de jongste. Toen ze zes was, overleed haar oudste broer Frans Piet aan kanker, hij was zeventien. Haar oudste zus Fiona was al eerder verstandelijk gehandicapt geraakt – na een operatie aan een goedaardige hersentumor.

De kinderen twijfelden er nooit aan dat hun ouders verdriet hadden, zegt Lynn d’Huy. Maar ze zagen het niet. Eén keer, veel later, had haar vader een keer gezegd hoe verschrikkelijk het is om je kind te verliezen. Hij was gaan huilen en haar moeder zei dat ze er beter over konden ophouden.

Aan het eind van haar studie politicologie aan de UvA kreeg Leslie d’Huy de ziekte van Hodgkin, lymfeklierkanker. Ze was ingedeeld bij de patiënten die bestraling kregen, een andere groep had chemotherapie. Met alléén bestraling werd later gestopt – vrouwen bleken er borstkanker van te krijgen. Ook Leslie d’Huy.

De arts van toen stuurde pas nog een brief: hoe ellendig het allemaal was.

Leslie, zegt Lynn d’Huy, was als kind voor niets of niemand bang. In de kleuterklas ging ze met vriendinnen zwemmen in de vijver bij school. Háár idee. „Ze was verbijsterd over de reactie van de juffen.” Op haar zesde of zevende werd ze door haar ouders naar haar kamer gestuurd omdat ze tijdens het eten iets had gedaan wat niet mocht – en kwam met zelfgeknipte haren naar beneden.

Collega’s en vrienden zagen het later ook: Leslie had lef. Een golfbal die op het ijs lag? „Leslie stapte op het ijs en sloeg”, zegt Maarten van Rossum. Bij het jaarlijkse cabaret van Buitenlandse Zaken reed Leslie op een eenwieler over het podium, vertelt haar vriendin Hester Somsen, directeur Veiligheidsbeleid bij Buitenlandse Zaken. „De boodschap was: dit is wat er na de bezuinigingen voor ons overblijft. Zelfs een dienstfiets met twee wielen zit er niet meer in.”

Leslie, zeggen mensen om haar heen, had al heel lang het idee dat ze niet oud zou worden. Ze werkte hard, maar was steeds vaker moe. Ze praatte niet vaak over haar ziekte. „Heel soms in de auto,” zegt Hester Somsen, „als ze zelf reed en voor zich uit kon kijken”.

Eind augustus vorig jaar bleek dat de kanker was teruggekomen. Een paar dagen later had Rutte zijn optreden in Zomergasten van de VPRO, hij vroeg Leslie d’Huy mee. „Ik wilde haar wat afleiding bezorgen en ik wilde haar graag om me heen, als een dierbare collega die ik te weinig sprak.”

In de maanden erna vroegen de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Luxemburgse premier Xavier Bettel in Brussel af en toe aan Rutte hoe het met Leslie ging. Hij belde haar zelf om de twee, drie weken.

Leslie d’Huy had geen gezin. Ze had wel een geliefde, maar dat wisten alleen haar vrienden en familie. In een rouwadvertentie noemt hij zichzelf „je Tabbie”.

In vakanties ging ze vaak mee met het gezin van Lynn en na de zomer van 2016 trok ze bij hen in. Haar zus, zwager en hun drie kinderen zorgden voor haar.

Bij hen is ze op zaterdag 11 maart overleden. „We hebben bij de uitvaart We Zullen Doorgaan van Ramses Shaffy gedraaid”, zegt Lynn d’Huy. „Dat wilde Les. We draaiden het ook bij mijn broer. Het is een soort lijfspreuk geworden voor ons als familie: niet te veel achterom kijken.”