Column

De economie is een hysterische stuiterbal

Het gaat goed met de Nederlandse economie. De werkloosheid daalt sneller dan verwacht. De overheid boert goed. Het nieuwe kabinet moet het bestaande overschot niet uitgeven. Want de economie blijft kwetsbaar. Zo kunnen bezuinigingen in een toekomstige recessie worden voorkomen. Was getekend: de economen van De Nederlandsche Bank.

Het gaat goed met de Nederlandse economie. De werkloosheid daalt, sneller dan verwacht. De overheid boert goed. Het nieuwe kabinet moet het bestaande overschot wel uitgeven. Want de economie blijft kwetsbaar. Zo kan de overheid de groeipotentie van de economie vergroten. Was getekend: de economen van het Internationaal Monetair Fonds.

Stimuleren of niet? De discussie continues. Nu de economie, negen jaar nadat de crisis begon, weer goed draait, is het déjà vu all over the place. Twee diametraal tegengestelde adviezen van twee gerespecteerde economische instituten in één week. Wie heeft gelijk?

Beide, vrees ik. De Nederlandse economie is kwetsbaar vanwege dat typisch Hollandse fenomeen van torenhoge hypotheken én torenhoge pensioenspaartegoeden. Die twee zorgen ervoor dat huishoudens tijdens een recessie een financiële optater krijgen. Hun huizen worden minder waard ten opzichte van de hypotheken erop en komen soms onder water te staan. Hun pensioenen worden tegelijk ook minder waard.

Dat heeft direct effect. De pensioenfondsen korten de pensioenen en verhogen de premies. Geschrokken van de huizenprijzen gaan Nederlanders extra aflossen. Dat samen drukt de consumptie en geeft de bedrijvigheid een knauw: winkeliers verkopen minder, restaurants verliezen klandizie.

De Nederlandse economie is uitzonderlijk beweeglijk. De economen van DNB en het CPB toonden het over de afgelopen recessies aan. Onze economie gaat harder omhoog én harder naar beneden, vooral omdat de consumptie hier veel harder inzakt dan in andere landen. Gaat het weer goed, dan stuitert de economie snel de andere kant op. En dat geldt dus ook voor de overheidsfinanciën: die kunnen tijdens een recessie snel weer verslechteren. Vandaar het advies van DNB-president Klaas Knot dat overschot niet meteen weer uit te geven. Pas op, dat wordt weer bezuinigen zodra de economie dipt. Krijgt de economie nóg een optater.

DNB, CPB én IMF vinden eensgezind dat een nieuw kabinet die kwetsbaarheid moet verminderen door de belasting- en pensioenstelsels te hervormen. Zorg dat de hoge hypotheken en het verplichte pensioensparen Nederlanders minder klem zetten in recessies. Door de hypotheekrenteaftrek verder te beperken en het pensioenstelsel minder rigide te maken.

Die opdracht ligt op de onderhandelingstafel van de partijen die een nieuw kabinet gaan vormen. En daar heb je geld voor nodig. Dat weet Knot ook wel. Zulke hervormingen kosten de overheid geld, al was het maar om verliezers te compenseren. Maar dat is het waard want áls je die hervormingen doorvoert, wordt de economie minder kwetsbaar. Dat maakt het oppotten van een begrotingsoverschot minder noodzakelijk. Maar dan hebben we het wel over de lange termijn: nieuwe belasting- en pensioenstelsels invoeren kost jaren. Gooi in de tussentijd het geld niet over de balk, suggereert Knot. Het IMF maakt zich daar minder druk over. Waarschijnlijk ook omdat het IMF vindt dat er tijdens die toekomstige recessie niet snel bezuinigd hoeft te worden.

De middenweg tussen deze twee adviezen klinkt als volgt: het begrotingsoverschot laten slinken is het waard als daardoor op lange termijn de economie minder grillig wordt. Maar reken je niet rijk, want als er een nieuwe klap komt, dan liggen we zo weer op de grond.

Marike Stellinga is econoom en schrijft elke zaterdag op deze plek over politiek en economie.