Column

Afronden

Het afronden van een gesprek is moeilijk. Ik kende iemand die, als ze wel weer klaar was met de visite, zei: „Ik wilde nu toch wel tot een zekere afronding komen…” Komisch, omdat het zeldzaam is dat iemand zo eerlijk is.

Een bijzonder gênant moment uit mijn eigen leven vond plaats toen ik met iemand stond te praten op een feestje, die op een gegeven moment om zich heen ging kijken. Ik zei, grappend: „Je bent op zoek naar interessanter gezelschap?” Waarop zij zei: „Ehm, ja.” Het gênante vind ik geloof ik vooral dat ik blijkbaar zo veel zelfvertrouwen had gehad, dat ik die vraag zo grappend had gesteld – alsof ik ervan uit ging dat niemand interessanter zou kunnen zijn dan ikzelf.

Het is normaler om het afronden te doen op een manier dat zogenaamd niemand doorheeft dat er wordt afgerond. „Hee, maar ik moet er weer vandoor!” Of: „Hee, maar wat ontzettend leuk om jou weer eens gesproken te hebben!” Eigenlijk voldoet heel veel, als je maar begint met een monter ‘hee, maar!’.

Onlangs hoorde ik over een afrondingstechniek van een hogere klasse. Tijdens een gesprek dat je afgerond zou willen zien, doe je het volgende: je loopt achterwaarts weg. Ineens. Gewoon, tijdens het praten. Ondertussen ga je steeds iets harder praten, want de afstand tot het gesprek wordt groter. Op een gegeven moment ben je min of meer buiten gehoorsafstand. En dan ben je klaar. Het klinkt als een bizarre techniek, maar ik heb hem in vivo geobserveerd en hij werkt wel degelijk. Er is wel veel lef voor nodig, overigens. Je moet die eerste stap naar achteren maar durven te zetten.

Vaak wens ik dat je gesprekken zou kunnen afronden zoals dat met walkie-talkies gebeurt: „Over en uit.” Of zoals bij een talkshow. „Ik hoor de eindtune – bedankt voor dit moment. En voor de kijkers thuis: tot morgen.”

Paulien Cornelisse is cabaretier en schrijver.