Zo kun je meer uit je spaargeld halen

Nul procent rente

Ja, de rente op spaargeld is laag. Maar als je wat moeite doet, kun je het rendement best iets opkrikken. Verhuis je vermogen naar het buitenland, of kies voor duurzaam.

Illustratie XF&M

We zijn er onderhand aan gewend: we krijgen amper meer rente voor geld op een spaarrekening. De rente daalt immers al ruim vijf jaar. Veel particulieren stapten daarom over op beleggen, om een hoger rendement te halen. Maar als je ineens duizenden euro’s nodig hebt omdat je auto kapot is of het dak van je koophuis lekt, heb je niets aan aandelen. Dan heb je gewoon contant geld nodig voor die onverwachte uitgave.

Dat pleit ervoor een bedrag op een spaarrekening aan te houden, dat je in geval van nood direct kunt opnemen. Moet je het dan maar gelaten accepteren als je bank voor de zoveelste keer de rente verlaagt? Welnee. Linksom of rechtsom kun je het rendement op spaargeld vaak best iets opschroeven. Drie opties.

Zelfs als een bank aan deze voorwaarden voldoet, kun je je spaarcenten nog (deels) kwijtraken.

  1. Verhuis je spaargeld naar een andere bank

    Er zijn vele aanbieders en je hoeft echt niet met nul of een miezerige 0,1 of 0,3 procent rente genoegen te nemen. Maar liefst vier banken geven meer dan een half procent rente en nog negen aanbieders zitten precies op die 0,5 procent. Dat blijkt uit onderzoek van MoneyView en de Consumentenbond afgelopen maand. Knab eindigde met Kwartaal Sparen bovenaan met 0,70 procent rente, ASR werd tweede met 0,60 procent. Sommige aanbieders hebben wel de rente alweer verlaagd sinds deze test, zoals Knab, dat nu op 0,65 procent zit. Check dit op spaarrente.nl of op de site van de Consumentenbond.

    Let wel goed op de voorwaarden die een bank stelt. Zo krijg je bij Knab alleen die 0,65 procent als je er ook een betaalrekening hebt – en die kost minimaal 60 euro per jaar. Heb je die niet en wil je niet al je betalingsverkeer overhevelen, dan kun je beter zakendoen met nummer twee op de lijst, ASR. Een kapitaaltje van 10.000 euro is daar na een jaar gegroeid tot 10.060 euro. Bij Knab zou je maar vijf euro rijker zijn geworden, met 10.005 euro op je rekening: 10.065 euro min die 60 euro.

    Met een deposito, waarbij je geld voor minimaal een jaar vastzet, kun je een hogere rente krijgen. Als je geld langer dan drie jaar vastzet, bieden sommige banken meer dan 1 procent. Maar als je snel bij je spaargeld wilt kunnen, is een deposito geen optie.

  2. Kies voor een buitenlandse aanbieder

    Zestien jaar lang lag de Nederlandse spaarrente boven het Europese gemiddelde. Maar sinds vorig jaar zomer zijn spaarders beter af over de grens, blijkt uit cijfers van de ECB. Dat wil nog niet zeggen dat het verstandig is om je spaargeld te verkassen. Check eerst op de website van de buitenlandse aanbieder of die onder het depositogarantiestelsel in zijn land valt. En of die je spaartegoed volledig uitkeert als de bank failliet gaat – in euro’s. Een andere valutasoort kan namelijk minder waard zijn of worden.

    Zelfs als een bank aan deze voorwaarden voldoet, kun je je spaarcenten nog (deels) kwijtraken. Icesave viel keurig onder de IJslandse depositogarantieregeling, maar toen die bank failliet ging, had de IJslandse overheid onvoldoende geld om alle spaarders hun geld terug te betalen. Onze overheid heeft de Nederlanders onder hen toen gered, maar waarschuwde sindsdien meermalen dat het dit niet nog eens doet. Kies dus zorgvuldig. Venezuelaanse banken bieden 16 procent rente en Rusland 7 procent, zo valt te lezen op deposits.org. Maar de economische- en politieke situatie in die landen is verre van stabiel. Als een bank omvalt, is het bovendien handig om niet te ver weg te wonen en de lokale taal te spreken, om zo nodig live met de toezichthouder van je bank te communiceren. Anders kan het wel eens tergend lang duren voor je je geld terug hebt.

    Weet dat banken in het Verenigd Koninkrijk gemiddeld 2,5 procent spaarrente geven, die in Ierland 1,35 procent en die in Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk 1 procent. Vaak kunnen inwoners van andere landen bij hen echter geen spaarrekening openen. Maar bij de Engelse internetbank B kan je wél terecht, gratis, en krijg je 0,75 procent rente per jaar. Dat wordt vanaf 2 mei 0,50 procent, maar wellicht blijkt dat een interessant aanbod als de tarieven van Nederlandse banken de komende tijd verder dalen.

    In Frankrijk bieden de meeste banken een spaarrekening aan tegen 0,75 procent rente, die ook openstaat voor mensen buiten Frankrijk: de Livret-A. De rente is zo hoog omdat de Banque de France (die ook de rente vaststelt en slechts tweemaal per jaar wijzigt) deze zwaar subsidieert. Om een Livret-A te openen, moet je je wel live melden bij een Franse bank. Misschien stond er al een vakantie in Frankrijk gepland? Vergeet niet om naast je identiteitsbewijs een inschrijvingsbewijs van je gemeente mee te nemen en een recente belastingaanslag.

    Mogelijk is de Duitse internetbank N26 ook een optie. Die begint binnenkort met spaarrekeningen (rentepercentage nog onbekend) en een rekening openen is er een eitje en kan volledig in het Engels.

  3. Ga voor maatschappelijk rendement

    Een groeiende groep mensen accepteert dat spaargeld niet veel rendement oplevert als daarmee wél ondernemers en organisaties mee worden gesteund die de wereld in hun ogen mooier of beter maken. Denk aan culturele of maatschappelijke instellingen, fair trade- en duurzame bedrijven of projecten voor natuurbehoud. Van deze ontwikkeling profiteren het 100 procent duurzame ASN Bank en Triodos Bank. Hun spaarrente ligt meestal lager dan elders en toch blijft het aantal spaarders er toenemen: elke maand komen er bij Triodos Bank 1.000 à 1.500 bij, schat de woordvoerder. Triodos Bank durfde het zelfs aan om vanaf deze week helemaal géén rente meer uit te keren op de meeste spaarrekeningen. Dat leidde volgens een woordvoerder tot nog toe „nauwelijks tot opzeggingen” en zou zelfs nieuwe klanten hebben opgeleverd, „die onze eerlijkheid waarderen”. Bedenk wel dat hoe minder rente je krijgt, hoe sneller de financiële waarde van je spaargeld daalt, nu de inflatie afgelopen jaar steeg naar zo’n 1,8 procent.