Recensie

Verbaas je niet, maar beleef de liefde

Dola de Jong

Twee vrouwen die van elkaar houden, maar tegenpolen zijn en elkaar daardoor niet bereiken. Dat is het thema van deze heruitgegeven roman van een bijna vergeten schrijfster.

Verteller Bea poogt helderheid te scheppen over ‘de tussenruimte’ tussen de vrouwen. Foto Hollandse Hoogte

De thuiswacht van Dola de Jong vertelt het verhaal van de vriendschap en/of liefde tussen Bea en Erica, twee 21-jarige vrouwen in het Amsterdam van vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Verteller Bea poogt helderheid te scheppen over dat grijze ‘en/of’-gebied waarin hun verhouding zich afspeelt. Een gebied dat ‘de tussenruimte’ zou kunnen heten. Hoe en tegen welke achtergrond deze tussenruimte nooit helemaal heeft kunnen desintegreren is onderwerp van De Jongs nogal weergaloze roman uit 1954, die nu, na de heruitgave van En de akker is de wereld (1947), ook is herdrukt. De schrijfster laat Bea vertellen via terugblikken met ruimte voor reflectie, maar laat je die verhouding ook beleven in het hier en nu. De wisselwerking tussen de vertelperspectieven laadt de roman met een wrang gevoel en diepe verlorenheid.

Kort na hun eerste ontmoeting worden Bea en Erica huisgenoten. Bea, secretaresse, noteert over Erica, journalist, met de tastende afstandelijkheid die een ware getuige eigen is: ‘Die eerste avond maakte ze op mij de indruk alsof zij haar volwassenheid niet aanvaarden kon.’ En: ‘Het blonde haar was kortgeknipt met een franje in de nek, als bij een jongen die nodig naar de kapper moet.’

Bea is getuige tegen wil en dank: zij is beschouwelijk van aard. En tot haar eigen gruwel zeer verantwoordelijk. Welhaast tastbaar is de verbazing van de huiselijke Bea als zij erachter komt dat de wereldse Erica geen bed bezit. De vanzelfsprekendheid waarmee ze vervolgens een bed voor haar aanschaft verbijstert haar evenzeer. Erica, geschetst als een gekweld en rusteloos dier, blijft nachten weg. Maakt harde grappen over haar moeizame familieverhoudingen, die haar tot haar hilariteit graag noden eens een jurk te dragen. Ze haalt haar schouders op, zuipt, maakt geen verontschuldigingen en kijkt Bea lang en doordringend aan.

Mooi toont De Jong (1911-2003) de adolescente ontgoocheling die hoort bij voortschrijdend zelfinzicht. Bea’s ‘angstige verwondering’ over zichzelf blijft. Haar zwijgen, haar secundaire manier van reageren, kwelt haar. Via haar relaties met anderen laat De Jong Bea’s zichtlijnen op wie zij is, geleidelijk aan verwijden.

Over Bas, een prille geliefde, realiseert zij zich ‘hoe vage schuldgevoelens al direct veel van het geluk verbonden aan deze kennismaking en verhouding bedorven hadden’. Tijdens een telefoongesprek met deze Bas voelt ze Erica’s aanwezigheid, ‘met ieder zintuig op het telefoongesprek geconcentreerd.’ Maar, zo verklaart ze datgene wat almaar onuitgesproken tussen hen blijft: ‘We hadden ieder besloten ons eigen leven te leiden. […] Ingegeven door het infantiele verlangen om een bepaalde, ingebeelde vrijheid te bewaren.’

Erica ondertussen beleeft hevige verliefdheden met verschillende vrouwen. Bea voelt zich een ongemakkelijke figurante in die ontmoetingen. Telkens neemt ze afstand van Erica’s hartstochtelijkheid en beschrijft haar met de pijnlijke precisie van diepe liefde die zich niet uiten kan. In een wanhopige nacht barst er dan toch een bom tussen de huisgenoten. ‘„Zo ben ik! [...] En zo ben jij ook. Jij ook, Bea. Geef het maar toe!” Wild snikkend maar triomfantelijk als een wereldbedwinger bleef ze die sommatie herhalen.’ Maar Bea geeft niet toe.

Als de oorlog hun levens binnendringt en Erica actief wordt in het verzet, is de liefde van Bea voor Erica zo groot dat zij alles op alles zet om haar naar het buitenland te helpen. Onverbiddelijk leidt De Jong ons naar de vraag die Bea ten diepste kwelt: wat zou er ná de tussenruimte ontstaan zijn tussen haar en Erica? Luid klinkt de vraag die ieder zich ooit gesteld moet hebben over een eerste grote liefde: had onze liefde het gered met de kennis van nu? Wrang, nee wreed haalde de tijd hen in.

Er rest Bea niets anders dan de door haar gehate beschouwende vermogens in te zetten bij een ultieme poging haar gevoelens voor Erica te eren: ze herbeleven en beschrijven. Het verhaal óver hun tussenruimte is de schrijnende catharsis. Dola de Jong lijkt via Bea ten diepste te willen zeggen: verdoe geen tijd met verbazing over gevoelens van liefde, beleef ze. Je kunt nooit weten hoe lang het mogelijk is ze wel of niet beantwoord te zien.