Column

‘t Wordt kouder buiten de club, na Gibraltar

Onthutsend en leerzaam, het Gibraltar-tumult dit weekeinde. Luttele dagen nadat premier Theresa May haar Brexit-brief naar Brussel had gestuurd, klonk in Londen al oorlogsretoriek, inclusief hunkering naar Falkland-heroïek. „Vijfendertig jaar geleden stuurde een andere vrouwelijke premier [Margaret Thatcher] een taskforce de halve wereld over om de vrijheid van een kleine groep Britten te verdedigen tegen een ander Spaanstalig land”, aldus Michael Howard, voormalig leider van de Conservatieven. „Ik weet zeker dat de huidige premier dezelfde vastberadenheid toont.” Onverantwoorde retorische escalatie, alleen omdat Spanje blijkens interne EU-onderhandelingsrichtlijnen een veto kreeg op de Gibraltarese aspecten, niet eens van de echtscheiding zelf, maar van een toekomstige Europees-Britse handelsdeal. Weliswaar probeerde May de oorlogstaal van haar voorganger weg te lachen, maar haar woordvoerder weigerde Howard te veroordelen en ook het Britse kabinet weersprak hem niet: nationalistische Brexit-retoriek zal de sfeer blijven verzieken. De Gibraltar-twist bevestigt een scenario dat ze in Ierland en Noord-Ierland vrezen: EU-lidmaatschap werkt als een pleister; met de bruuske ontrafeling van talloze in veertig jaar tussen overheden en burgers gespannen draadjes kunnen historische wonden weer gaan etteren. Ons continent is er vol van.

Toen de Unie in 2012 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg werd in Groot-Brittannië en ook Nederland schamper gereageerd. De timing, midden in de eurocrisis, voedde ironie; en was de prijs wel verdiend? Critici betoogden dat de Frans-Duitse vrede eerder aan de NAVO te danken was. Inderdaad schiep de Amerikaanse veiligheidsgarantie na 1945 het kader waarbinnen de Europese integratie zich kon ontplooien. Tegelijk is niet vol te houden dat louter de NAVO de band tussen Europese landen en burgers zo hecht zou hebben kunnen maken als ze is. Vrede en verzoening konden voor Fransen, Duitsers en anderen enkel onder de kapstok ‘Europa’ gestalte krijgen. Vandaag is het de vrede op de westelijke Balkan die staat of valt met een Europees perspectief. In Servië, Bosnië en Albanië is het roerig en houdt het verlangen naar EU-aansluiting ontwrichtende krachten in toom. Tijdens zijn recente bezoek aan Brussel kreeg Trumps vicepresident Mike Pence het van Commissievoorzitter Juncker ingepeperd: als jullie in Washington doorgaan met de Brexit als voorbeeld voor andere lidstaten te stellen, valt de Unie uiteen en hebben we binnen de kortste keren oorlog op de Balkan. Niet toevallig: Slovenië en Kroatië, de twee ex-Joegoslavische landen die de Unie al binnen mochten, streken hun laatste financiële en territoriale geschillen glad onder druk van de toetreding – dus precies zoals toetreder Spanje zich in 1986 constructief opstelde inzake Gibraltar, en de Britten landingsrechten gaf.

In haar vermakelijke memoires The Downing Street Years (1993) giet Margaret Thatcher haar relaas over de relaties met de rest van Europa in termen van teleurstelling, haar miscalculaties en Frans-Duits verraad. Maar op één cruciaal moment had ze niets te klagen en ze erkent het ruiterlijk. Toen Argentinië in april 1982 de Britse Falklandeilanden innam kreeg ze volle steun van Mitterrand, Kohl en de anderen. De Europese Gemeenschap besloot tot sancties jegens Argentinië: een gesloten front dat voor Thatcher vitaal was in haar gesprekken met Reagan in Washington en de VN in New York. Toen de IJzeren Dame in mei voor militaire herovering koos, moesten de partners slikken, maar ook toen gold de wet van Europese solidariteit. Omgekeerd voelen de Britten na ‘Gibraltar’ wat ze verliezen: geen hulp meer bij het vasthouden aan de strategische rotsen en eilanden van een ex-Empire. Het wordt kouder buiten de club.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).