‘Sporters weten nu: ik ben niet de enige’

Seksueel misbruik in de sport

In mei start een onderzoek naar misbruik in de sport. Vier oud-sporters in Europa doen de komende dagen hun verhaal. Zaterdag deel 1.

Foto Mark Waugh

Zelf vond hij het allemaal nergens op slaan. De bezorgdheid bij ouders, de opgerakelde feiten over zijn getroebleerde verleden, de karaktermoord in de media.

En toch stapte Wiljo L. (73) zondag op als wedstrijdsecretaris bij voetbalvereniging AZC in Zutphen. Een dag eerder onthulde radioprogramma Argos hoe hij als veroordeelde ontuchtpleger nog altijd actief was met kinderen in de sport. Het clubbestuur wist af van zijn misbruikincidenten in de jaren tachtig en negentig, maar gunde hem een tweede kans. L. was sinds 2004 vrijwilliger bij AZC.

En dat had hij vermoedelijk nóg kunnen zijn, ware het niet dat er in november 2016 een oud-profvoetballer was die in de Engelse krant The Guardian voor het eerst openlijk vertelde hoe hij als kind was misbruikt door zijn trainer: Andy Woodward (43). Zijn verhaal vestigde de aandacht op een probleem dat mogelijk veel groter was dan werd aangenomen: misbruik in de sport.

Wat Woodward wilde? Niet meer dan een paar slachtoffers de moed geven hun geheim te delen – een geheim dat hem van binnen ruïneerde. Maar tot zijn verbazing ontketende hij een schandaal, met een omvang van honderden slachtoffers die zich bij de Britse politie hebben gemeld.

„De media en de mensen hebben het geweldig opgepikt”, zegt Woodward zaterdag in NRC, bij de start van een internationale interviewserie met misbruikslachtoffers uit de sportwereld. Na hem volgen ex-turnster Gloria Viseras (Spanje), oud-judoka Anita Staps (Nederland) en ex-zwemster Karen Leach (Ierland). Woodward: „Mensen op straat stoppen om me de hand te schudden. Ze zeggen: jij hebt onze ogen geopend.”

Lees ook ‘De dader werd mijn zwager’,
een interview met Andy Woodward

Verborgen leed

Door de impact van zijn verhaal is er in Nederland nu een Onderzoekscommissie seksuele intimidatie en misbruik in de sport. Na hem vertelde oud-wielrenster Petra de Bruin bij Nieuwsuur dat ze stelselmatig was misbruikt, wat sportkoepel NOC*NSF in december de aanzet gaf een onafhankelijk onderzoek in te stellen. Als er in Engeland zoveel verborgen leed was, hoe zat het dan hier?

Getuigenissen als die van Woodward en De Bruin zijn van groot belang. Hoe meer slachtoffers op de voorgrond treden, hoe minder taboe het onderwerp is en des te meer ‘stille’ slachtoffers volgen. „De gelegenheid is er”, ziet Nicolette Schipper-van Veldhoven, lector sportpedagogiek aan de Hogeschool van Windesheim. „Zij beseffen: ik ben dus niet de enige.”

De onderzoekscommissie is er een met gezag, met oud-minister Klaas de Vries als voorzitter. De andere commissieleden zijn oud-staatssecretaris Clémence Ross-van Dorp (Sport) en Egbert Myjer, oud-rechter bij onder meer het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

De metaforen voor wat ze zouden kunnen aantreffen zijn snel gevonden – beerputten, doofpotaffaires – maar ondanks meerdere meldingen die al zijn gedaan heeft de commissie nog geen zicht op de omvang. Bovendien is nuance van belang. Dit is wetenschap, geen heksenjacht.

Even belangrijk als het leed van slachtoffers is de vraag of we ook recht doen aan hun leed. Hoe het kan dat vrijwilligers na een gedwongen vertrek bij sportclub A toch kunnen overstappen naar sportclub B? Is het juist dat iemand die in het tuchtrecht is veroordeeld, met een Verklaring Omtrent Gedrag toch weer trainer kan worden bij een andere club?

Nicolette Schipper-van Veldhoven, die als lector sportpedagogiek samenwerkt met het NOC*NSF, is blij met de aandacht voor het thema. Ze prijst de rol van Woodward en De Bruin, omdat hun verhalen een probleem concreter maken. „In de sport zijn we nog altijd te goeder trouw. Het gekke is: bij een kinderdagverblijf willen we precies weten wie ons kind opvangt, maar bij een sportclub gooien ouders hun kind over de schutting.”

Vergelijking met RK-Kerk

De getuigenissen van slachtoffers leiden tot meer bewustwording. En dat, stelt de lector, leidt weer tot meer alertheid en preventie. „Er wordt me wel eens gevraagd of ik het goed vind, al die aandacht. Ja, júist. Als journalisten er niet mee bezig waren, hadden we nooit van die zaak bij die voetbalclub in Zutphen geweten. Terwijl dat een treffend voorbeeld is hoe van hoe het niet moet. Ik was stomverbaasd toen ik hoorde dat een man die ontucht pleegde met meerdere meisjes, gewoon weer tussen kinderen werkt. Zo’n man geef je geen tweede kans.”

De vergelijking met het misbruik in de rooms-katholieke kerk dringt zich op. Schipper-van Veldhoven: „Net als sportclubs had de kerk altijd een positief imago. Beide stralen ze een gevoel van veiligheid uit: hier is alles goed. Maar in de kerkgeschiedenis speelde dat doofpoteffect veel langer, het was institutioneel. In de sport zijn het toch vooral kleine clubs, waar bestuurders onbewust het gevoel hebben dat ‘zoiets’ bij hun club niet gebeurt. Onterecht.”