Rebellen voelen zich eindelijk gesteund

Amerikaanse raketaanval op Syrië

De tegenstanders van president Assad putten hoop uit de Amerikaanse luchtaanval. Maar ze blijven vooralsnog kwetsbaar.

Al jarenlang klagen veel Syrische tegenstanders van het regime van president Assad dat het Westen hen in de steek heeft gelaten. Hoe hard Assad en zijn troepen ook tegen de rebellen en vaak ook de eigen burgers optraden, westerse staten beperkten zich als het er op aankwam steeds tot verbale protesten. Ze legden Rusland en Iran vrijwel niets in de weg bij hun uiteindelijk geslaagde pogingen om Assad weer vast in het zadel te helpen.

Nu president Trump na sterke aanwijzingen van een nieuwe Syrische gifgasaanval voor het eerst Amerikaanse raketten op een Syrische luchtmachtbasis heeft laten afvuren, juichen woordvoerders van de rebellen dit van harte toe. „We hopen dat de aanvallen doorgaan zodat voorkomen kan worden dat het regime zijn vliegtuigen kan gebruiken om nieuwe aanvallen te lanceren of weer terugvalt op het gebruik van wapens die internationaal zijn verboden”, zegt Ahmad Ramadan, woordvoerder van de Syrische Nationale Coalitie, een alliantie van groepen die zich tegen Assad verzetten, tegen Reuters.

Hasan Haj Ali, commandant van het Vrije Leger van Idlib, dat deel uitmaakt van het Vrije Syrische Leger, verwelkomde de Amerikaanse actie als een teken dat „er nog menselijkheid in de wereld bestaat”. Volgens hem komt de Amerikaanse raketbeschieting „in een zeer belangrijke fase” van de Syrische oorlog. Die heeft in totaal al naar schatting 400.000 mensen het leven gekost.

Ook Alaa Alyousef, die in totaal 25 familieleden verloor als gevolg van het gifgas dat bij een bombardement dinsdag op het plaatsje Khan Shaykhun vrijkwam, juicht de Amerikaanse actie toe, volgens AP. Die „verzacht ons leed een beetje”, zegt hij. Maar hij wijst erop dat de luchtaanvallen weinig verschil zullen maken als vijftien andere luchtmachtbases van het regime ongemoeid worden gelaten.

Dat die angst niet ongegrond is, bleek vrijdagmorgen al. Er werden nieuwe bombardementen gemeld op de plaats Khan Shaykhun in de provincie Idlib. De provincie is een van de laatste bolwerken van het Syrische verzet tegen het regime van Assad. Strijders van Fatah al-Sham, een voormalig filiaal van Al-Qaeda, maken er de dienst uit.

Intussen is de vraag, die niet alleen velen in Syrië maar ook elders in de wereld bezighoudt: laat de regering-Trump het bij deze ene vergeldingsactie voor het gebruik van chemische wapens of kiest ze voor een meer duurzame betrokkenheid bij de strijd tegen het bewind van Assad?

De Syrische minister van informatie lijkt uit te gaan van het eerste scenario. „Ik geloof dat deze actie beperkt was in tijd en ruimte en hij was verwacht”, verklaarde minister Ramez Turjman voor de Syrische staatstelevisie. Gevraagd naar eventuele tegenacties, al dan niet in samenwerking met Rusland, antwoordde hij: „Ik denk niet dat er enige escalatie zal zijn.”

Volgens het Syrische leger zijn er zes doden gevallen bij de raketaanval op de basis Shayrat. Daarnaast raakten enige militairen gewond en was de materiële schade groot. Volgens andere berichten zou zich onder de doden ook een Syrische generaal bevinden. Russische media meldden dat de Amerikaanse raketten negen gevechtsvliegtuigen hebben verwoest. De startbaan zou echter nog intact zijn.

Ook Turkije, dat de rebellen steunt en de laatste maanden enigszins buitenspel leek te zijn geraakt in het conflict, liet bij monde van een woordvoerder van president Erdogan weten de luchtaanvallen als een „positief antwoord op de oorlogsmisdaden van het bewind van Assad” te zien.

Donderdag had Turkije verklaard dat autopsie op slachtoffers erop wijst dat bij de aanval van dinsdag op Khan Shaykhun het verboden zenuwgas sarin is gebruikt.

Rusland en Syrië houden vol dat het gas vrijkwam doordat een bom van een Syrisch vliegtuig neerkwam op een wapendepot van de rebellen, waar ook chemische wapens zouden zijn opgeslagen. De meeste onafhankelijke experts wijzen deze verklaring van de hand.