Panda’s voor de keizer van Japan: een fabel

Panda-diplomatie

China wekt graag de indruk dat panda-diplomatie oude wortels heeft. Maar het verhaal over een 7de-eeuws pandageschenk aan de Japanse keizer is onzin.

Wie goede betrekkingen met China onderhoudt, krijgt iets zwart-wits en wolligs. De panda’s Wu Wen en Xing Ya staan in een decennialange traditie van Chinese panda-diplomatie. Meer dan vijftien bevriende naties ging Nederland voor, te beginnen met Rusland in 1957.

China benadrukt graag dat panda-diplomatie nóg dieper in de Chinese geschiedenis is geworteld. In het jaar 685 gaf keizerin Wu Zetian (624–705), een roemruchte heerseres uit de Tang-dynastie, twee panda’s cadeau aan de Japanse keizer. Het Wikipedia-lemma over panda-diplomatie begint ermee. China Daily schreef een paar jaar geleden in detail over „twee ruime kooien, versierd met rode bloemen, omringd met keizerlijke wachters en dierverzorgers”. De panda’s rolden op een kar naar de haven van Yangzhou, en werden daarna ingescheept.

Het moet destijds een knap staaltje dierverzorging geweest zijn. Twee panda’s eten in een maand een paar duizend kilo bamboe. Dat moest dus mee, over zee. En je moet de dieren koest en gezond houden, in een kooi op een schommelend schip.

Zou daar ook iets over bekend zijn? De China Daily noemt geen bron, Wikipedia verwijst naar de LA Times.

Eén mailtje naar de de Britse Azië-kenner Tim Barrett, die een biografie van keizerin Wu schreef (The woman who discovered printing, 2008), en het verhaal ligt plat op zijn rug.

Een trein later

Barrett, emeritus-hoogleraar China- en Japankunde aan de University of London, had nog nooit van het verhaal gehoord, om te beginnen. Dat intrigeert hem zo dat hij er zijn vertrek naar Londen voor uitstelt. „Ik laat me niet uit het veld slaan. Ik neem een latere trein.” Na een paar uur zoeken in historische bronnen mailt Barrett terug. „Geen panda’s, geen keizerin.”

Deze cadeau-panda’s zijn een fabel van respectabele proporties. Het verhaal wordt in vele boeken en nieuwsverhalen aangehaald en het doet al zo’n zestig jaar de ronde. Het staat al, zonder enige reserve, in Auf Noahs Spuren (1956), een destijds populair dierenboek van de Duitse zoöloog Herbert Wendt. Wendt schrijft erbij dat dit eeuwenoude staaltje panda-diplomatie al in de 19de eeuw bekend was.

Wat is hier misgegaan?

Een blog in het Chinees, van een historicus die zich ‘Dayijuemi’ noemt, legt het precies uit. In de Nihongi, de Japanse keizerlijke annalen, staat een relaas uit het jaar 658 – en dus niet uit 685. Wu Zetian was nog niet eens aan het de macht.

Maar dat doet er niet toe, want geen enkele Chinese keizer of keizerin had er iets mee te maken. De Nihongi vertelt dat een Japanse generaal ten strijde trok tegen een volk in het noordoosten van Japan, de ‘Sushen’. Van die veldtocht nam hij twee levende „witte beren” mee en zeventig huiden, en gaf ze aan de keizer.

Waar de expeditie zich afspeelde, is niet duidelijk – het kan in Mantsjoerije geweest zijn, of op het Japanse eiland Hokkaido.

IJsberen?

„Met China heeft het verhaal niks te maken”, verzekert Dayijuemi. En van panda’s spreken de Japanse annalen al helemaal niet.

Nu worden panda’s in hun huidige leefgebied door de lokale bevolking wel bai xiong genoemd, „witte beren”. Daar zullen de panda’s in het spel gekomen zijn.

Maar welke beer nam de Japanse generaal nou echt mee toen hij de Sushen had bestreden? IJsberen, zou je zeggen. Maar die uitleg is problematisch. Er leven nu geen ijsberen in de regio. In het verleden wel, schrijven ijsbeerspecialisten. Maar de enige bron van hun informatie is… de Nihongi van 658. Zo komen we niet verder.

Barrett denkt aan bruine beren. Die leven van nature, en nog altijd, in Mantsjoerije en op Hokkaido. ‘Bruine beer’ kan verkeerd vertaald zijn als ‘witte beer’, legt hij uit. En, voegt de Brit toe: bij het Ainu-volk van Hokkaido, waaraan de ‘Sushen’ misschien gerelateerd waren, werden beren vereerd en geofferd.

Zo kan een bruine beer in Japan zijn veranderd in een Chinese panda in een met rode bloemen versierde kooi op zee. Waar het precies mis is gegaan, blijft vaag. Maar voilà: China heeft voor panda-diplomatie een historisch precedent gevonden. „En iedereen blijft het maar herhalen”, smaalt ‘Dayijuemi’. „Voor geschoolde historici is dit bespottelijk.”