Niemand weet precies hoeveel wilde panda’s er nog zijn

Telproblemen

Een internationale werkgroep van deskundigen zegt dat de panda niet langer ‘bedreigd’ is, maar ‘kwetsbaar’. Dat blijkt uit Chinese cijfers, maar China vindt de conclusie voorbarig.

Pandajong Na Na hangt in een boom van een pandacentrum in Wolong. Deze panda is kandidaat om te worden uitgezet in het wild. Ami Vitale / National Geographic

Goed nieuws uit de bamboebossen! De reuzenpanda is bezig met een comeback. Uit Chinese cijfers zou blijken dat het aantal wilde panda’s in tien jaar tijd met zeventien procent is toegenomen.

De cijfers zijn zo gunstig dat de panda, hét icoon van bedreigde diersoorten wereldwijd, niet langer geldt als bedreigd. Natuurorganisatie IUCN, de bewaker van de Rode Lijst van bedreigde soorten, besloot in september om de status van de panda te wijzigen van ‘bedreigd’ naar ‘kwetsbaar’.

Daar hadden de Chinezen ook weer niet op gerekend. De Chinese overheid is trots dat het aantal panda’s toeneemt, maar noemt het besluit van IUCN voorbarig. En Chinese wetenschappers riepen in Science op om de panda zijn bedreigde status terug te geven. Ze vrezen dat ambtenaren en natuurbeschermers tevreden achterover zullen leunen nu de panda niet langer een bedreigde diersoort is.

Experts ruziën over de betrouwbaarheid van de cijfers die China heeft aangeleverd. Ze vrezen dat China het aantal panda’s overschat en dat het dier daardoor onterecht zijn bedreigde status verloor. Hoe zit het met die cijfers? Hoe kan het dat er discussie is over het aantal wilde panda’s?

De IUCN-werkgroep achter het panda-besluit houdt voet bij stuk. „Ieder ander panel van experts zal op basis van deze gegevens dezelfde conclusie trekken”, zegt Wang Dajun van Beijing University aan de telefoon. Wang is één van de drie wetenschappers in de commissie.

Samen schreef het drietal vorige maand een artikel in Conservation Letters waarin ze hun beslissing toelichten. Het is uniek dat een IUCN-commissie zich op deze manier verdedigt. Het artikel geeft een zeldzaam inkijkje in de werkwijze van de IUCN. Het laat zien hoe onderzoekers worstelen met het vinden van betrouwbare gegevens. En hoe dun de lijn tussen ‘bedreigd’ of ‘kwetsbaar’ kan zijn.

Het IUCN deelt soorten op de Rode Lijst in negen categorieën in, van ‘niet bedreigd’ tot ‘uitgestorven’. Die categorieën zijn bedacht om een snelle indruk te geven van het uitstervingsrisico van een soort. Er zijn harde criteria waarmee getoetst wordt in welke categorie een dier of plant valt. De omvang van het verspreidingsgebied, de populatiegrootte en de vraag of de populatie toe- of afneemt worden meegewogen.

Specialistengroepen voeren de toetsing uit. Wetenschappers nemen vrijwillig plaats in zo’n groep. Er zijn 140 groepen, waaronder een berengroep die de panda-beoordeling heeft uitgevoerd. Specialistengroepen worden geacht om álle bekende onderzoeken en tellingen van een soort mee te nemen in hun beoordeling.

Voor de panda is dat niet zo moeilijk. Er is maar één pandatelling. Dat is de telling die de Chinese overheid om de tien jaar laat uitvoeren. De resultaten van de laatste telling, de vierde, werden in 2015 gepresenteerd. China maakte trots bekend dat duizenden vrijwilligers 1.864 panda’s hadden geteld. Bij de vorige telling, uit 2004, bleef de teller nog steken op 1.596 panda’s. Een toename van 17 procent in tien jaar.

Maar de Chinese cijfers worden betwist. Opvallend genoeg óók door leden van de IUCN-berengroep die nu hebben besloten dat de panda geen bedreigde diersoort meer is.

„Ik denk niet de cijfers accuraat zijn”, zegt panda-onderzoeker Wang. „De nationale pandatelling is een black box, we weten niet hoe de cijfers tot stand komen. Maar ik geloof wél dat het aantal panda’s toeneemt.”

Eten als een typemachine

Het zwakke punt van de telling is dat panda’s niet direct worden geteld, maar worden geschat op basis van de drollen die ze achterlaten. Panda’s schuiven bij het eten bamboestengels door hun kaken als papier door een typemachine. Doordat elke panda met een andere snelheid eet, verschilt de lengte van één hap bamboe van panda tot panda. Individuele panda’s zijn dus te onderscheiden aan de hand van bamboestukjes in hun poep.

Tussen poep en panda zitten verschillende aannames en rekenstappen. Hoe verschillend moeten twee drollen zijn om ze aan verschillende panda’s toe te schrijven? Zulke aannames introduceren een onzekerheid. Normaliter wordt die onzekerheid vermeld: „We hebben 1.900 panda’s geteld, plus of min 50 panda’s.”

Maar dat is niet wat China doet. „China presenteert de telling alsof elke individuele panda is geteld”, zegt Dave Garshelis, medevoorzitter van de IUCN-berengroep. „In werkelijkheid is het onmogelijk precies te weten hoe veel panda’s er zijn.”

Wang en Garshelis kunnen de cijfers niet controleren of de berekening herhalen, want China geeft de ruwe data niet vrij. Wang: „De meest directe bron waar ik toegang toe heb is een eindverslag van de pandatelling uit de provinvie Sichuan.” Dit rapport is alleen in het Chinees en op papier verkrijgbaar en vermeldt ook geen onzekerheidsmarges.

De IUCN-groep is verder gaan rekenen met de cijfers uit dit rapport. „In het rapport waren subpopulaties gedefinieerd die bestonden uit één of twee dieren”, zegt Garshelis. „Een bioloog zou dat nooit doen. We hebben samen gekeken en kwamen tot conclusie dat veel van deze panda’s één grote subpopulatie vormden, van 400 dieren.” Dat is een cruciaal verschil: dieren waarvan de grootste subpopulatie kleiner dan 250 is, gelden als bedreigd. Als de commissie de subpopulaties niet had samengevoegd, had de panda zijn bedreigde status gehouden.

Is het niet raar dat de onderzoekers hun beslissing baseren op een rapport dat ze niet hebben gelezen, waarin cijfers staan die ze niet kunnen controleren?

De situatie is niet ideaal, geven alle betrokkenen toe. Tegelijkertijd geven ze aan dat het überhaupt een luxe is over de telling te beschikken die zó uitgebreid is als de Chinese. „We weten meer over de panda dan over elke andere beer”, zegt Garshelis. „We hebben geen idee hoe veel Maleise honingberen er zijn, maar het IUCN vraagt ons om toch een schatting te maken. Dat doen we noodgedwongen op basis van de omvang van hun leefgebied.”

Hoe zit het met de angst dat er minder geld en aandacht voor de panda zal zijn, nu het dier niet langer bedreigd is? „De panda is nationaal erfgoed voor China”, zegt Wang. „De overheid zal het niets uitmaken of de panda nu kwetsbaar is of bedreigd. Aan de andere kant zie ik dat China zich razendsnel ontwikkelt. Er worden snelwegen en treinsporen aangelegd die het leefgebied verder versnipperen. Daar maak ik me wel zorgen over.”

„De pandapopulatie is herstellende, maar nog lang niet hersteld”, zegt Ron Swaisgood, panda-expert van San Diego Zoo en lid van de IUCN-panda-groep. „In de nabije toekomst blijft de panda afhankelijk van natuurbescherming.”