Literair autisme en de autisten van het Binnenhof

De verkiezingen zijn alweer bijna vergeten, het nieuwe parlement is geïnstalleerd, de flamboyante leider van de christendemocraten is teruggekeerd van het zomerse eiland Malta en de formatie is in volle gang. Dat betekent dat er weken of maanden lang ogenschijnlijk niets gebeurt, zoals in een lamlendige Touretappe, een tussenrit in de derde week door het krakend hete Zuid-Franse landschap.

Een aantal van de lijsttrekkers, die tot voor kort zo zichtbaar probeerden te zijn dat ze zelfs opdoken in onze dromen, trekt zich dag in dag uit terug in de Stadhouderskamer op Binnenhof 2 en hult zich in een vooroorlogs aandoende radiostilte. Parlementaire journalisten posten tot ver na de zomer voor een dichte deur.

Bij het AD waren ze zo wanhopig dat ze de Napolitaans blauwe pakken van de partijleiders maar gingen recenseren: die waren allemaal hetzelfde.

Omdat het ernaar uitziet dat ik nog wat tijd zal hebben voordat ik mij mag verheugen over mijn nieuwe regering, zocht ik een mooi boek om te lezen. De protagonist en verteller van de recent verschenen roman Pauwl van Erik Jan Harmens (1970) is een zogenaamde autist, maar van het weinig mediagenieke soort, zonder speciaal oog voor het precieze aantal lucifers in een doosje of andere verfilmbare talenten.

Het knappe van dit boek is dat Harmens de lezer meevoert in het perspectief van zijn personage en zijn ongebruikelijke wereldbeeld van binnenuit laat ervaren, dat bij nader inzien helemaal niet raar is, alleen anders. ‘Het is 07.00 uur precies als ik naar beneden loop (standaardprocedure). Ik zou ook om 07.05 uur naar beneden kunnen lopen, ik kan het ook elke dag precies om 07.00 uur doen. Het geeft structuur. [...] Ik beloof dat als er om 06.55 uur brand uitbreekt op de bovenverdieping, ik niet ga wachten tot 07.00 uur om naar beneden te lopen. Zo belangrijk is het nou ook weer niet.’ Pauwl is eigenlijk helemaal geen boek over autisme, maar een klein meesterwerk over de willekeur van logica.

De politieke logica van het Binnenhof kan nogal merkwaardig overkomen. Eens in de vier jaar mogen we stemmen, daar wordt een enorme heisa van gemaakt, en daarna gebeurt er tijdenlang niets totdat er een regering aantreedt die in grote lijnen gelijk is aan de vorige. Om onze stem wordt extravert gebedeld en daarna trekken de protagonisten zich als autisten terug in hun eigen wereldbeeld.

Je zou kunnen verzinnen dat dit allemaal anders moet en dat we een soort directe democratie nodig hebben via internet, zoals de Vijfsterrenbeweging in Italië wil, of via een stortvloed aan referenda, zoals Thierry Baudet voorstaat met zijn Forum voor Potjeslatijn.

Maar dankzij Pauwl heb ik oog gekregen voor de mooie, zuivere en bewonderenswaardige kant van autisme. Onze politieke rituelen en respect voor instituties zijn een waarborg voor stabiliteit. Ze geven structuur. Natuurlijk zou je het in theorie ook anders kunnen doen, zo belangrijk is het nou ook weer niet, maar zolang er geen brand uitbreekt op de bovenverdieping is het verstandiger om het zo te laten.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer verbindt om de week actualiteit met literatuur.