In China zijn dieren er voor menselijk gebruik

Dierenbescherming

In China denken generaties heel verschillend over dieren en de natuur. Een milieu-journaliste schrijft over de bedreiging van zeldzame fauna door staatsbedrijven. Een partijveteraan vindt dat maar niks: ‘de mens is uniek en superieur aan dieren’.

Op de foto met de grote baas. Achttien jonge reuzenpanda´s worden door verzorgers bij elkaar gebracht voor een portret met de directeur van het Fok- en Onderzoekcentrum voor reuzenpanda´s Ami Vitale - National Geographic

Gestoomde wilde slang – met Sichuanse kruiden en koriander – is in Shanghai nauwelijks meer te krijgen. Gefrituurde berenklauwen, gegrilde apenlippen, gewokte zwaluwstaarten of lynx-karbonades: geen restaurant in China serveert nog langer in het wild gevangen dieren. Althans, op papier. Sinds president Xi’s tirade tegen hedonisme daalt de consumptie van haaienvinnensoep en de verkoop van tassen van krokodillenleer. Restaurants waar 22 soorten dierenpenissen worden geserveerd, zoals het Kracht Uit De Hete Pot-restaurant in Beijing, worden een zeldzaamheid.

Als het om de bescherming van alle wilde dieren, die kruipen, lopen of vliegen gaat lijkt er in China sprake van een kentering. Sinds de aanscherping in 2016 van de (uit 1989 daterende) ‘Wet van de Volksrepubliek China voor de bescherming van wilde dieren’ genieten apen, dassen, lynxen, tijgers, schubdieren, wasberen, wolven, rivierdolfijnen, Chinese krokodillen, alle soorten vogels en alle vis dezelfde bescherming als de panda. Zij belanden niet meer als vanzelfsprekend in de wok.

Maar los van de panda, het nationale troeteldier, is het voortbestaan van 156 andere wilde soorten in groot gevaar. De Aziatische olifant wordt nog maar zelden gesignaleerd, de tijgerpopulatie is geslonken tot 30, in heel Binnen-Mongolië zwerven nog maar enkele tientallen wolven, in de Yangtze zwemmen nog maar een tiental dolfijnen en de Chinese alligator is uitgestorven.

Niet verwonderlijk dat geen Chinees meer wild eet, de schaarste heeft de prijzen opgedreven tot astronomische hoogte. Daarom is welvarend China steeds meer varkens- en koeienvlees gaan eten, wat meer broeikasgassen veroorzaakt dan alle auto’s bij elkaar in China.

China wil behalve een economische wereldleider ook een ‘ecologische beschaving’ zijn en heeft daarom de wetgeving verbeterd. Dat heeft positieve gevolgen. De handel in bewerkt en onbewerkt Afrikaans olifantenivoor is verboden. De laatste dertig ivoor-bewerkings-ateliers moeten voor het eind van dit jaar gesloten zijn. De handel in neushoorn-horens was al sinds 1993 verboden, maar pas nu wordt de controle uitgebreid. En de jacht, de stroperij en de handel in wilde dieren en wilde-dierenproducten is nu helemaal verboden – al zijn er uitzonderingen voor de 20.000 fokkerijen van tijgers, maanberen en angora-katten, vanwege de traditionele Chinese medicijnkunde. Tijgerbotten worden vermalen tot poeders die in de 40.000 traditionele medicijnen-praktijken worden verkocht. Het gal van maanberen wordt, na op gruwelijke wijze te zijn afgetapt van altijd gewonde dieren, ook in deze apotheken verkocht. En angora’s worden gebruikt voor de bontproductie. Het mag dan zo zijn dat slechts drie procent van de materia medica van traditionele Chinese geneesmiddelen afkomstig is van dieren, China’s geloof in deze medicijnkunde heeft wereldwijd consequenties voor de biodiversiteit.

Tekenend voor de veranderende mores in China is dat tijdens de jaarlijkse maart-sessie van het Chinese Volkscongres 36 jongere volksvertegenwoordigers voorstelden om de wet opnieuw aan te scherpen met een totaal verbod op de commerciële boerderijen waar maanberen en tijgers worden gefokt. „Het gaat vele jaren duren voordat dit voorstel wet wordt, als dat al een keer gebeurt”, voorspelt de Chinese milieu-journaliste Shi Yi (35).

Ook een verandering is dat onderzoeksverslaggevers als Shi Yi sinds een jaar of vijf ruimer baan krijgen om dieper te graven in de achtergronden en oorzaken van in China nieuwe hot topics als luchtvervuiling, voedselveiligheid, dierenwelzijn en dierenrechten. „Mijn generatie kijkt wezenlijk anders aan tegen milieu- en dierenbescherming dan de generaties van mijn ouders en grootouders. Zij kennen deze termen niet eens! Dieren, alle dieren, zijn er om te eten en te gebruiken, zo simpel ligt dat voor hen”, aldus de in Shanghai woonachtige, maar uit ruraal Guizhou afkomstige journaliste.

Openlijke kritiek is taboe

In de gecensureerde wereld van de Chinese media kan Shi Yi niet vrijelijk haar gang gaan. Openlijke kritiek op de nieuwe, aangepaste wet op de bescherming van wilde dieren is bijvoorbeeld taboe. Die wet wordt namelijk gepresenteerd als een doorbraak en een bewijs dat de Communistische Partij van China met de tijd mee gaat. Zodra Shi Yi en haar collega’s stuiten op de belangen van staatsbedrijven, zoals mijnen, de traditionele Chinese farma-industrie en houtbedrijven, worden hun hoofdredacteuren bloednerveus. Haar reportages over de illegale houtwinning in China en Congo zijn na publicatie op de websites van de Shanghai Media Groep weer van het net gehaald. En hoe dichter bij huis, hoe strenger de censuur. Schrijven over hoe in noord- en zuidwestelijk China en de Himalaya’s de grote natuurreservaten met bedreigde dieren en zeldzame fauna worden bedreigd door mijnbouw, industrialisatie en urbanisatie is haast onmogelijk. „Dan raak je de kern van het Chinese economische ontwikkelingsmodel en dat mag niet openlijk bekritiseerd worden door de media”, lacht zij berustend.

Hoe verder van huis hoe meer vrijheid. Zij mocht drie maanden lang rondreizen in centraal-Afrika om met indrukwekkend succes door te dringen tot de Chinese bendes die ivoor, neushorens en zeldzame houtsoorten smokkelen. Het leverde haar de titel Chinese Journalist van 2016 op. „De smokkelaars bestaan uit hele kleine, gesloten gemeenschappen die in mij een klein, gevaarloos meisje zagen en mij toelieten in hun levens omdat ik hun dialect spreek”, lacht de inderdaad frêle Shi Yi. „Het is waar dat ik vijf of tien jaar geleden nooit toestemming had gekregen om op onderzoek uit te gaan, laat staan dat mijn verhalen waren gepubliceerd. Nu ben ik een van de vele jonge journalisten die schrijven over ecologie en het belang van biodiversiteit”.

„De smokkelaars bestaan uit hele kleine, gesloten gemeenschappen die in mij een klein, gevaarloos meisje zagen”

Shi Yi is net terug in Shanghai van een reportage uit de grensstreek van de Chinese provincie Yunnan met Birma. Een van de laatste mannelijke, Aziatische olifanten is daar in januari gedood omdat hij een dorp had aangevallen en een kind had gedood. „Door het met officieel toestemming doden van dit mannetje is de kans dat de Aziatische olifant in China snel zal uitsterven nog verder vergroot”, legt zij uit. Met andere woorden: tussen de praktijk in een gebied dat bijna 5000 kilometer van Beijing is verwijderd en de bedoeling van de aangescherpte wilde dieren-wet gaapt nog een kloof zo groot als de Yangtze. Haar verhaal waarin de plaatselijke autoriteiten op milde wijze worden bekritiseerd is alleen in het Engels en niet in het Chinees gepubliceerd.

Botsende denkbeelden

Shi Yi’s werk en opinies botsen frontaal met de denkbeelden van de oudere gardes in de partij en de media. Een van de meest uitgesproken tegenstanders van de nieuwe wetgeving is de Beijingse hoogleraar/schrijver/blogger Zhao Nanyuan (70). Als adviserend lid van het Chinese parlement, het Nationale Volkscongres, heeft hij zich lang verzet tegen aanscherping van de wilde dierenwetgeving. Hij is er mede verantwoordelijk voor dat wilde dieren in deze wet nog steeds worden beschouwd als ‘natuurlijke grondstoffen’.

Praatgrage Zhao legt in een theehuis vlakbij de naargeestige dierentuin van Beijing uit waarom ‘die milieuactivisten’ het fout hebben.

„Helaas laten wij ons tegenwoordig steeds meer beïnvloeden door het westerse, imperialistische idee dat mens en dier gelijkwaardig zijn. Al die nieuwe wetten om dieren te beschermen, ontkennen dat de mens uniek is en superieur aan dieren, we berokkenen onszelf veel schade met de verboden op het gebruik van dieren”, oreert Zhao Nanyuan.

Om er bozig aan toe te voegen: „Andere landen hebben niet het recht ons te vertellen hoe wij onze dieren moeten behandelen. Dat sommigen in China daar naar luisteren is een fundamentele denkfout en in strijd met de leer van de Chinese wijsgeren Confucius en Mencius die leefden in de vijfde en vierde eeuw voor de christelijke jaartelling”.

Hij legt uit: „Confucius noch onze andere filosoof Mencius heeft zich ooit uitgesproken over dierenwelzijn, Mao Zedong trouwens ook niet. Mao beschouwde dierenbescherming als contra-revolutionair. Toen Confucius een stal in brand zag staan was zijn enige vraag of de boer het vuur had overleefd, hij vroeg niet naar de dieren. Mencius zei dat een echte heer ver van de keuken hoort te blijven om niet gestoord te worden door het gekrijs van varkens die geslacht worden. Met andere woorden dieren zijn er om door de mens te worden gebruikt. Dat is een gedachte die door de meeste Chinezen gedeeld wordt, verzeker ik je.”

Wilde zwaan

De eerste keer dat Zhao zelf constateerde dat in China het denken over de verhouding mens en dier aan het veranderen was, was eind jaren tachtig van de vorige eeuw. Een groep jongens in zijn buurt had in een van de meren van de Chinese hoofdstad een wilde zwaan gevangen om die vervolgens op een straatbarbecue te leggen. Andere buurtbewoners protesteerden heftig en haalden de politie erbij.

„Als die jongens dat tien jaar eerder hadden gedaan tijdens de Culturele Revolutie was er niets aan de hand geweest en dan hadden de meeste buurtbewoners graag meegegeten”. Zhao wil maar zeggen dat wildedierenbescherming een welvaartsverschijnsel is. „Maar dat is ook het enige positieve dat ik er over kan bedenken.”

Waar de jonge milieu-journaliste Shi Yi de geperfectioneerde bescherming van panda’s ziet als een voorbeeld en een voorloper van de bescherming van alle wilde dieren en hun natuurlijke habitat, ziet Zhao Nanyuan een bewijs dat de ‘zwart-witte diplomaten’ in de eerste plaats het belang van de mens dienen.

Bamboebossen moeten wijken

Feit is dat China jaarlijks tientallen miljoenen besteedt aan de zorg van de 1.839 panda’s in gevangenschap, maar nog steeds weinig doet aan de conservering van de beren in het wild. Bamboebossen van de provincies Sichuan en Yunnan moeten wijken voor oprukkende steden, nieuwe industrieterreinen en wegen, ook al bevinden zich daar panda’s, lynxen, vossen en zeldzame vogel- en plantensoorten.

De belangen van de mens, de economie, de Communistische Partij gaan voor, zegt professor Zhao en dat zal altijd zo blijven. „Of je een wild dier nu opeet, afslacht, gebruikt voor de traditionele Chinese medicijnen of, zoals de panda’s Wu Wen en Xing Ya, uitleent aan jullie Nederlanders: het maakt principieel geen verschil. De mens is uniek en superieur aan dieren. We mogen deze dieren dus probleemloos gebruiken voor onze geopolitieke toneelstukken en jullie willen er óók nog voor betalen,” zegt Zhao die er onverholen trots op is dat hij heeft meegewerkt aan de bescherming van de maanberen- en tijgerfokkerijen.

„Het imago van de panda is kunstmatig, het beeld van dit gevaarlijke wilde dier als een schattig, aaibaar beest is door ons verzonnen. Als de mens de kakkerlak aardiger en leuker had gevonden dan de panda dan hadden wij jullie nu kakkerlakken cadeau gegeven”, zegt de conservatieve volksvertegenwoordiger. „En jullie verschillen principieel niet van ons in het denken over mens en dier, want jullie sluiten deze panda’s toch ook op in een mooie gevangenis”, voegt hij er sarcastisch grijnzend aan toe.