Immigranten hebben vaker onveilig seks

Van alle autochtone Nederlanders ouder dan zestien jaar ging ongeveer 5 procent vorig jaar minimaal één keer naar de huisarts of een polikliniek voor een soa-test. Onder niet-westerse allochtonen van de tweede generatie was dat 15 procent.

Foto Koen van Weel/ANP

Nederlanders van niet-westerse afkomst laten zich aanzienlijk vaker dan gemiddeld testen op seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) en hiv. Met name de ‘tweede generatie’, van wie één of beide de ouders in het buitenland is geboren, ondergaat geregeld zo’n test. Dat concluderen het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vrijdag na onderzoek.

Van alle autochtone Nederlanders ouder dan zestien jaar ging ongeveer 5 procent vorig jaar minimaal één keer naar de huisarts of een polikliniek voor een soa-test. Onder niet-westerse allochtonen van de tweede generatie was dat 15 procent. Surinaamse Nederlanders zaten daar met 18 procent nog iets boven.

Bij het testen op het aidsvirus hiv is dat verschil nog veel groter, zagen de onderzoekers. Ruim een kwart van de ondervraagde Surinaamse Nederlanders gaf aan het afgelopen jaar zo’n test te hebben ondergaan. Onder autochtone Nederlanders was dat nog geen 4 procent.

Een mogelijke verklaring is volgens expertisecentrum Soa Aids Nederland dat tweede-generatie Nederlanders in verhouding vaak meerdere sekspartners hebben. „Mensen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben vaker wisselende partners en lopen daarmee dus een grotere kans op het oplopen van een soa of hiv”, aldus een woordvoerder.

Minder vaak een condoom

Tegelijkertijd gebruiken ze tijdens het vrijen minder vaak een condoom, blijkt uit het onderzoek van het CBS en het RIVM. Volgens Soa Aids Nederland komt dat voor een deel door gebrek aan informatie over voorbehoedsmiddelen, maar verschilt het ook per cultuur. In sommige groepen is het een taboe. „Ze denken: als ik het nu voorstel, dan lijkt het net alsof ik heel vaak onbeschermde seks heb. Dus doe ik het maar niet.”

Om het gebruik van condooms aan te moedigen richt Soa Aids Nederland zich nadrukkelijk op Nederlanders van niet-westerse afkomst. „Maar verandering van gedrag is lastig. Het feit dat je condooms moet gebruiken, daar wordt op scholen aandacht aan besteed”, stelt Birgit van Benthem, afdelingshoofd soa’s bij het RIVM. „Vaak weten mensen het wel, maar is het op het moment zelf toch een issue. Dan is het gemakkelijker om achteraf een test te doen. En als je, op het moment dat je al onveilige seks hebt gehad, de weg naar de soa-poli weet te vinden, dan is dat op zich wel positief.”