Cultuur

Interview

Interview

Foto Andreas Terlaak

‘Iedereen is welkom in onze slachterij’

Francis Kint

Voldoende toezicht is noodzakelijk om „naar fatsoen” te slachten, zegt de Vlaamse Vion-topman Francis Kint. Zijn bedrijf filmt de slachterijen om „dierenwelzijn zeker te stellen”. Consumenten kunnen komen kijken.

Francis Kint (55) is naar eigen zeggen een nuchter persoon. Slachten? „Daar ben ik nu wel aan gewend.” Zo’n drie keer in de week is de Vlaming, sinds september 2015 topman van vleesverwerker Vion Food Group, te vinden in de slachterij tegenover het hoofdkantoor van Vion in Boxtel, waar wekelijks zo’n 90.000 varkens worden gedood.

Je hoeft van hem dan ook niet te verwachten dat hij het filmpje van de misstanden in het Belgische slachthuis in Tielt afdoet met bewoordingen als ‘gruwelijk’ en ‘misselijk makend’, zoals staatssecretaris Martijn van Dam (Landbouw, PvdA) vorige week deed in de Tweede Kamer. Kint was onderweg toen hij door een Vion-commissaris gebeld werd over de beelden, gefilmd met een verborgen camera. Hij zette zijn auto stil en bekeek ze. Varkens waarvan de keel onverdoofd wordt doorgesneden, een varken dat verdrinkt in een waterbassin. Gevraagd naar zijn eerste reactie antwoordt hij zakelijk, met twee punten. Hij dacht: dit is niet goed voor de industrie. En: als die slachtlocatie beter was ingericht, dan had dit zo niet gehoeven.

Toch kun je je voorstellen dat Vion, slachter van varkens en koeien en de grootste vleesverwerker van Nederland, op zijn minst een beetje baalt van de timing van ‘Tielt’. Een schandaal als dit zet de hele sector – in ieder geval tijdelijk – in een negatief daglicht. En dat terwijl Vion juist weer eens góéd nieuws wil delen.

Jarenlang ging ongeveer alles verkeerd bij het bedrijf. Het deed mislukte overnames in het buitenland en kwam bij de Rabobank een aantal jaar terecht in bijzonder beheer, de bankafdeling voor bedrijven in nood. Vion was gedwongen het (renderende) onderdeel Vion Ingredients, dat van slachtafval producten maakt voor de farmaceutische industrie, te verkopen. Er waren voedselschandalen, zoals de verkoop van 11.000 kilo varkensvlees als (duurder) biologisch. En in de top van het bedrijf was het zeer onrustig. Voor de komst van Kint versleet Vion vier bestuursvoorzitters in vijf jaar.

Inmiddels lijkt Vion, zoals Kint zelf zegt, op de goede weg. Vrijdag presenteerde het bedrijf zijn jaarverslag. In 2016 maakte Vion voor het tweede jaar op rij weer winst: 31 miljoen op een omzet van 4,7 miljard. Met de banken kan Vion weer beter overweg. Kint: „Sinds ik ben begonnen is hun attitude echt veranderd.” Met een nieuwe lening van 200 miljoen bij vier banken, wil Vion onder meer verdere verbeteringen maken aan slacht- en vleesverwerkingslocaties die dat nog nodig hebben.

‘Naar fatsoen’ slachten

‘Jij gaat naar een industrie die aan verbetering toe is’, hoorde Kint bij zijn vertrek naar Vion van een bekende naam uit de supermarktwereld – „geen Belgische of Nederlandse trouwens”. Sinds zijn aantreden, zegt hij, is hij dan ook bezig met het verbeteren van dierenwelzijn.

Niet dat de slachterijen niet aan de wettelijke eisen voldeden, zegt Kint. „We hebben natuurlijk extern toezicht.” Bij elk slachthuis zijn altijd inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) aanwezig.

Maar er waren slachtlocaties die „het personeel onvoldoende hielpen om het zaakje naar behoren te doen”. En dat is niet goed. Om „naar fatsoen” te slachten, heb je volgens Kint drie zaken nodig. Goed opgeleid personeel. Voldoende toezicht. En een logische indeling van een slachthuis. Want hoe ingewikkelder de gang naar de slacht, hoe meer stress. „En een dier met stress doet niet wat het moet doen. Dat leidt tot misstanden.”

Een dier met stress doet niet wat het moet doen. Dat leidt tot misstanden

Neem een varken. Die kun je helpen zo rustig mogelijk naar zijn dood te leiden, zegt Kint. Door het dier niet alleen, maar in kleine groepjes te verplaatsen. Of door de gang naar het hok waarin de dieren met CO2 bedwelmd worden, zo kort mogelijk te maken. Zonder bochten. En het liefst een beetje heuvel op, dat vinden varkens prettiger.

Kan Vion zo garanderen dat misstanden, zoals in Tielt, niet voorkomen?

„Garanderen… niets in het leven kun je helemaal garanderen, maar in principe is dat gegarandeerd. Tijdens onze volgende vergadering is het ook weer een hoofdthema. Dan bespreken we bijvoorbeeld of de camera’s voor het toezicht wel goed afgesteld staan. We denken er ook over om beelden in de kantine te tonen, om de sociale controle te vergroten.”

Wie zin heeft, kan het slachten ook zelf bekijken. Sinds een aantal maanden heeft Vion op de Duitse site een filmpje staan over de slacht van varkens en runderen, binnenkort volgt Nederland. De film is onderdeel van de strategie die al onder Kints voorgangers werd ingezet: Vion moest transparanter worden. Sinds 2014 zet het bedrijf bijvoorbeeld elk kwartaal keuringsverslagen van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) online.

Zit de consument eigenlijk wel te wachten op filmpjes van slachthuizen?

„Nee, maar hij wil wel de gelegenheid hebben om het te kúnnen zien. Dat heb je dikwijls met dit soort initiatieven. De vraag is altijd, hoeveel mensen doen dat? Dat aantal is zeer beperkt. Maar het feit dat ze het kunnen is belangrijk.”

De staatssecretaris zegt bij alle slachterijen cameratoezicht te willen. Hebben jullie dat op al jullie locaties?

„Ja, dat doen we al vrij lang. De beelden worden ook bekeken door de NVWA. Maar het is niet de bedoeling dat ze publiek worden.”

Waarom niet? Transparanter kan niet.

„Juridisch zitten daar haken en ogen aan. En daarnaast: wij hebben nog nooit een bezoek geweigerd.”

Iedereen is welkom?

„Ja, in principe wel. Al zijn onze locaties niet geschikt om constant rondleidingen te geven. Wel gaan we onze nieuwe slachterij in Leeuwarden zo inrichten dat je het volledige proces kunt volgen achter vensters.”

We gaan onze nieuwe slachterij in Leeuwarden zo inrichten dat je het volledige proces kunt volgen achter vensters

Maar als iedereen altijd binnen mag komen kijken bij jullie, waarom zou je dan geen beelden delen?

„Daar zijn die beelden niet voor. Die zijn er om dierenwelzijn zeker te stellen, niet om mensen te laten zien wat wij doen. Daar hebben wij bijvoorbeeld zo’n filmpje voor.”

Zo’n filmpje is door jullie gemonteerd. Jullie kiezen wat wij daar zien en niet zien.

„En daarom is iedereen welkom.”

Kint werkte jarenlang voor de Belgische groente- en fruitverkoper Univeg. Daarvoor was hij onder meer werkzaam bij bananenbedrijf Chiquita.

U komt uit de groente en fruit. Wat is het grootste verschil met vlees?

„Ik heb wel eens gezegd: dit is de eerste industrie die ik tegenkom die zijn eigen aankoopprijs elke week publiceert. Want als de prijzen stijgen moet je dat aan je klant uitleggen, en als ze dalen belt die de volgende dag: jouw aankoopprijzen zijn gezakt. Het verdienmodel is bijzonder hard. Maar er zijn ook overeenkomsten. Het zijn allebei bulkproducten. Je bent uitwisselbaar, je hebt geen merk. Dat maakt dat je met krappe marges moet werken, dus je moet de mentaliteit hebben dat élke cent belangrijk is. ”

Even later vult hij aan: „Bij Chiquita heb ik verschillende pr-crises meegemaakt. Mijn oude baas zei toen: ‘Bepaalde plantages zíjn ook niet om aan te zien. Dat moeten we verbeteren.’ Dat kan alleen van binnen uit. Iedereen kan iets roepen, maar alleen van binnen kun je iets veranderen.”