Column

Homo

schrijft elke vrijdag over de taal van deze week. Vandaag: betonscharen, homohaat en homotolerantie.

Als je alleen de taal had om de mensheid te begrijpen kwam je niet ver en zeker deze week niet. Want het was een week met raadselachtige woorden. Zo was daar maandag ineens „de betonschaar” en hij dreunde de hele week na. Hij zou gebruikt zijn bij de mishandeling van twee homoseksuele mannen in Arnhem en dat is al afschuwelijk genoeg. Maar wat mij opvalt, is dat iedereen het ineens over die betonschaar heeft of het de gewoonste zaak van de wereld is. Of het een balpen is, een regenpak of een broodtrommel, of het een ding is dat iedereen in zijn tas heeft.

Kende u de betonschaar? Ik kende hem niet. Ik dacht eerst dat het een nagelschaartje was voor kalknagels, maar dat was het niet. Sterker nog, het is niet eens een schaar, zag ik toen ik hem googelde, maar een hele grote nijptang met lange, slanke benen. En je knipt er ook helemaal geen beton mee, zo zei de meneer van de bouwmarkt, maar het ijzeren vlechtwerk in beton. Dus ik stel voor dat we hem vanaf nu ‘ijzerknipper’ noemen en hem vooral thuislaten.

Datzelfde geldt voor het woord ‘homohaat’. Sterker nog, dat mag van mij helemaal weg. Het woord komt van ‘homoseksueel’ en dát is een woord dat in Nederland gebruikt wordt sinds eind negentiende eeuw. Het is gebaseerd op het Griekse woord ‘homo’, dat ‘eigen’ of ‘zelf’ betekent – oftewel: seksueel gericht op de eigen sekse.

Wat ik mooi vind aan het woord ‘homoseksualiteit’ is dat er eigenlijk al een handleiding in verstopt zit hoe je homo’s moet behandelen, namelijk: eigen of zelf, zoals jezelf. Daarom snap ik dat woord ‘homohaat’ dus ook nooit, want waarom zou je mensen van je eigen sekse die je gelijk moet behandelen – zoals jezelf – haten?

Ik snap al helemaal niet waarom het woord ‘homo’ ooit een scheldwoord werd. Zeker als je er ook nog het Latijnse woord voor homo bij haalt, dat ‘mens’ betekent. Want waarom zou je iemand voor jezelf uitschelden, laat staan voor ‘mens’?

Maar het vreemdste woord in deze context vind ik toch altijd weer ‘homotolerantie’. Het betekent dat je het goed moet vinden dat mensen homo zijn. Dat je ze moet dulden. Ik vind dat gek. Ik vind het gek dat er een apart woord is bedacht voor iets dat vanzelfsprekend zou moeten zijn en dat geen naam zou mogen hebben. Waarom zou je iets moeten tolereren dat heel normaal is? Want dat is tolereren eigenlijk hè: iets goedvinden dat al in de Grondwet staat.

Maar het woord homotolerantie doet ook net of we homo’s net zo makkelijk ook niet hoeven tolereren. En of dat ook steeds kan veranderen. Alsof het een keuze is of je tolerant voor ze bent, of intolerant. Alsof we een drempel over moeten, alsof het van onze tolerantie afhangt of homo’s er mogen zijn. Maar het ergste van tolereren – en ook van niet-tolereren natuurlijk – is dat er het ongenoemde uitgangspunt onder zit dat wat je tolereert niet acceptabel zou zijn. Of dat daar nog vragen over zijn. Zoals we fruitvliegjes tolereren, gluten, collega’s die geen deodorant gebruiken of vouwfietsers in de treinspits.

Ik stel daarom voor dat we stoppen met homotolerantie en al helemaal met homo-intolerantie en dat we die woorden vervangen door ‘samenleven’. Dat is ook niet iets dat vanzelf gaat, maar het moet wel. Want homo’s zijn eigen, ze zijn als jezelf.

Daar heb je geen tolerantie voor nodig.

Taaltips graag via Twitter op @Japked