Column

Heineken-Sligro-toren

Als je Nijmegen binnenrijdt kom je eerst langs zo’n kreukvrij nieuwbouwwijkje waarvan er honderden zijn in ons land: namaakjarendertighuizen, -grachtengevels en -boerderijtjes. We wonen graag in historische replica’s, maar nog nergens is die nostalgie zo radicaal doorgevoerd als ze nu in Nijmegen willen. Op de Valkhofheuvel, aan de overkant van de Waalbrug, moet een middeleeuwse toren gaan verrijzen, 54 meter hoog. Want die stond er ooit, van 1155 tot 1795.

O ja, laten we meteen al die andere in de klei gezonken forten en kastelen wederopstaan in sierbeton. Torens, kerken, het centrum van Rotterdam? Vestingmuurtje erom, en great again.

Vrijdag is er een stadsdebat tussen voor- en tegenstanders van de ‘Donjon’, die elf jaar terug voor de lol met steigers en doeken was nagebouwd. Prachtig, vonden veel torenbeklimmers. Dus kwam er een referendum en 60 procent zei ja tegen een permanente replica.

„Iedereen die geen smaak had was voor”, noteerde Kees Fens in de Volkskrant. Maar het gaat dieper dan smaak. De kloof die deze torentwist blootlegt is die tussen intellect en markt. De voorstanders, zoals de beoogde huurders, Heineken en Sligro, maakten met een ontwikkelaar een ‘integraal experience- en hospitalityplan’: Skylounge, B&B… dat werk. Nostalgie + spektakel = omzet.

Protesten klinken er vooral uit de universitaire hoek. Zo wijst Jos Joosten, hoogleraar Nederlandse letterkunde, er op zijn persoonlijke website op dat die toren onderdeel was van een groter burchtcomplex. Alsof je een kerk sloopt en „alleen de toren opnieuw neerzet midden in een leeg grasveld.”

Het gras op de Valkhofheuvel is vooral afgesleten, en vol hondendrollen. Een entreebordje meldt dat dit „wellicht de meest interessante plek van Nederland” is. Daar kijk je van op. Dit treurveldje? Met zijn urinegeuren en vertrapte peuken? Toch wel. Onder mijn voeten liggen resten van de Bataven, de Romeinen, de Vikingen, van een paleis van Karel de Grote, van de Middeleeuwen… een archeologische spekkoek met lagen tot aan de Tweede Wereldoorlog.

Na 1795 kwam hier een Engelse landschapstuin, waar sindsdien niets meer aan gedaan is. Bemoste muurtjes, een ruïne, een vervallen kapelletje. Ooit nam een gemeente over zulke cruciale en beeldbepalende plekken zelf de leiding, daarbij geadviseerd door historici en andere deskundigen. Maar denken werd verdacht, en bestuurders leerden luisteren naar het volk en de markt. En dat zullen we weten ook. Hallo, Heineken-Sligro-hospitality-experience, met je skylounge als selfiedecor. Prachtig, vindt de gemeente, zolang het allemaal maar particulier wordt betaald. Die schouderophalende houding is niets minder dan achterbakse barbarij en moet gestopt worden voordat zij kan overslaan naar andere steden.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek elke vrijdag een column.