Recensie

En de winnaar van de Woutertje Pieterse Prijs is: de tekenaar

Jeugdliteratuur

De Woutertje Pieterse Prijs gaat zaterdag sowieso naar een boek mét tekeningen. Is tekst niet prijzenswaardig genoeg?

Tekening uit 'Hoe Tortot zijn vissenhart verloor', Ludwig Volbeda.

Alleen een goed verhaal lijkt niet meer genoeg om de Woutertje Pieterse Prijs te kunnen winnen. De zes genomineerden voor de grootste Nederlandse jeugdliteratuurprijs zijn dit jaar allemaal boeken mét illustraties. Oftewel: alle kinderliteratuur die werd opgetrokken uit louter letters legde het dit jaar af tegen boeken mét visueel vuurwerk. Is dat niet gek?

Voor een deel is het een teken van de brede, terechte emancipatie van de illustrator: van oudsher krijgt de schrijver alle aandacht, terwijl de tekeningen minstens even belangrijk zijn. Zonder tekenaar Martijn van der Linden was Stem op de okapi (Woutertje-winnaar in 2016) er misschien nooit geweest. De illustraties van Sylvia Weve in Doodgewoon (winnaar in 2015) kregen van de Woutertje Pieterse-jury de waardering die de Gouden Griffel niet kon geven: die prijs gaat alleen over tekst, en was dus slechts voor Bette Westera’s woorden.

De Woutertje Pieterse Prijs is het ook aan zijn beginselen verplicht – het was altijd al de regel dat vormgeving en illustraties ‘zwaar meewegen’ in de beoordeling, al bleef het een weging: er waren jaren waarin de jury absoluut niet leek te geven om tekeningen, of de afwezigheid daarvan.

Maar dat is niet meer de mode, leert een oog op de genomineerden van de laatste paar jaren: plaatjesloos is vrijwel kansloos. Dat Anna Woltz vorig jaar met haar Gips niet eens genomineerd werd voor de Woutertje Pieterse Prijs, terwijl zij wél de Gouden Griffel won, en dat dit jaar haar even sterke (en even tekeningloze) Alaska ontbreekt – is dat toeval? Heeft de jury zo’n eigenzinnige smaak, of mist ze gewoon wel eens wat: dat het schitterende Siens hemel van schrijfster Bibi Dumon Tak én illustrator Annemarie van Haeringen nu niet tot de laatste zes hoort, is tenslotte óók gek.

Wat je de Woutertje Pieterse Prijs alsnog moet nageven: de beste werken onder deze genomineerden moeten wel degelijk geprezen worden vanwege de tekst én het beeld. Tom Schamp is toptekenaar én woordacrobaat; de bekroning van Het grootste en leukste beeldwoordenboek ter wereld zou de erkenning zijn van die dubbelrol. En illustrator Ludwig Volbeda bepaalde net zo goed als schrijver Benny Lindelauf de leeservaring van het meesterlijke Hoe Tortot zijn vissenhart verloor. Dat boek zou de prijs moeten krijgen – en dan delen Volbeda en Lindelauf de cheque van 15.000 euro.

Dit zijn de zes genomineerden:

Henriette Boerendans en Bette Westera: Aap Beer Zebra

Gottmer, 58 blz. € 15,95. 4+

De hiërarchie is uitzonderlijk: de naam van illustrator Henriette Boerendans staat vóór die van schrijfster Bette Westera. Terecht, want ook inhoudelijk is te merken dat het abc-boek Aap Beer Zebra het vooral van de tekeningen moet hebben. Bij de letter d bijvoorbeeld spat de dromedaris van de pagina, ondanks de weinig spetterende kleuren en de toch niet echt aaibare vormen die Boerendans’ houtsnede-techniek oplevert. Westera’s versjes zijn daarentegen voorspelbaar maakwerk: ‘Wie van mieren eten leeft, / heeft een lange tong die kleeft’, et cetera. De miereneter die we daarnaast zien staan, die maakt wél indruk.



Lida Dijkstra en Martijn van der Linden: De ring van koning Salomo

Luitingh-Sijthoff, 191 blz. € 15,99. 10+

Highbrow kinderliteratuur: Lida Dijkstra brouwde iets nieuws uit het Bijbelverhaal over koning Salomo en joodse en islamitische boeken, én middeleeuwse bronnen. Zoiets deed zij eerder, in het heerlijk sprankelende half-Middelnederlandse ratjetoeboek Verhalen voor de vossenbroertjes (2011). Maar ditmaal komt het niet tot leven: het sprookjesavontuur vol demonen en engelen blijft een deftig en afstandelijk en flink ingewikkeld epos. De soms cartooneske duiveltjes van Martijn van der Linden brengen nauwelijks lucht in het verhaal.



Gerda Dendooven: Stella

Querido, 45 blz. € 15,99. 6+

Schrijver en tekenaar Gerda Dendooven schept eigenzinnige sprookjes: volstrekt authentiek, al ademen ze het gevoel dat ze er altijd al waren. Het sterke Takkenkind (2012) evenaart ze nu met Stella. Een vissersechtpaar treft op een dag een baby in de netten aan, ze nemen haar op in hun gezin, maar Stella groeit zo snel tot reusachtige proporties dat ze niet meer in de wereld past. Het is een roerend sprookjesverhaal over een buitenbeentje dat thuis ontheemd raakt, maar de beelden maken nog net iets meer indruk – waar het verhaal wat voorspelbaar wordt, behouden de tekeningen de verrassende combinatie van Dendoovens karakteristieke robuustheid met warmte en zachtheid.

Benny Lindelauf en Ludwig Volbeda: Hoe Tortot zijn vissenhart verloor

Querido, 235 blz. € 19,99. 12+

Wat vertellen we de kinderen, na een jaar waarin Trump, religiehaat en uitzichtloze ongelijkheid het nieuws beheersten? Geven we ze dan een uitweg, gaan we voor escapisme? Hoe Tortot zijn vissenhart verloor is dat, op het eerste gezicht: een onwerelds sprookje van een grote originaliteit en absurditeit, over een cynische topkok op het slagveld van onophoudelijke oorlogen. Hij loopt over naar het leger met de beste winkansen, verleidt de militairen met zijn culinaire kwaliteiten en is keihard tegenover kwetsbaren, tot hij ‘Halve George’ ontmoet. Dit boek staat vol met de geweldigste geurende zinnen – als stilist is schrijver Benny Lindelauf uniek in de jeugdliteratuur, net als debuterend illustrator Ludwig Volbeda trouwens, die met zijn gedetailleerde tekeningen iets onvergetelijks heeft gemaakt. Tegelijk voelt het verhaal van Tortot in deze tijden relevant: de wereld is nog niet verloren, als het hart van een cynicus kan smelten door de schoonheid van de verbeeldingskracht. Hoe Tortot zijn vissenhart verloor is een ontsnapping en een verhaal van nu ineen, en daarmee hét jeugdboek van het jaar.

Tom Schamp: Het grootste en leukste beeldwoordenboek ter wereld

Lannoo, 61 blz. € 19,99. 6+

Voor minder dan twee superlatieven deed schrijver/tekenaar Tom Schamp het niet, en inderdaad: zijn beeldwoordenboek is het overweldigendste kinderboek van het afgelopen jaar, én het aller-Schampigste boek dat hij ooit maakte, zijn magnum opus. Het brengt het universum bijeen waaruit deze Vlaamse duizelkunstenaar zijn eerdere boeken opbouwde. Zijn pagina’s stromen wel vaker over van de beelden en woorden, grapjes en gedachtesprongen, figuren, voorwerpen en culturele verwijzingen, maar dit boek is Schamp on acid. Lezend en kijkend is er dankzij zijn taalspel en beeldacrobatiek never a dull moment – al is lezen bij dit boek eigenlijk niet aan de orde, en het is ook méér dan kijken. Het is rondstruinen, dwalen en rennen wat je doet, over associatieve paden zoals alleen Schamp die kan uitstippelen. Zijn vernuft en zijn humor maken dat je nooit uitgekeken raakt.

Toon Tellegen en Sylvia Weve: Op een ochtend vroeg in de zomer

Querido, 55 blz. € 16,99.8+

Toon Tellegens universum blijft expanderen: zijn dieren blijven brieven schrijven en bij elkaar op visite gaan. De taartbeluste beren en olifanten die aan kroonluchters slingeren krijgen in dit boek nieuw gezelschap van een eendagsvlieg die uitgenodigd wordt om morgen op de verjaardag van de krekel te komen – een schitterende grap. Even mooi is die van de meikever die de hele dag, heel meikeveriaans, opruimend in de weer is – maar daarmee is het nog geen hoogtepunt in Tellegens oeuvre, als bijvoorbeeld De tuin van de walvis (2015) was. De combinatie met illustraties van Sylvia Weve pakt ook niet helemaal geslaagd uit: de focusloze drukte verhoudt zich maar slecht tot de mijmerende dieren.

Bekijk hier de boeken, klik erop om de volgende van de zes te zien: