Recensie

Autotest: de Audi Q2, een prima auto voor babyboomers

Mooi is de Q2 niet, maar dat zijn Audi’s zelden, vindt .

Foto Peter de Krom

Het grootste probleem van Audi, ik weet dat het raar klinkt, is gebrek aan humor. Die heeft Mini wel. Karikaturale details als de lachwekkend grote koplampen en de kinderlijk barokke dashboards brengen het vleugje zelfspot dat de aandachtshonger van de kopers snaaks parodieert.

Audi’s lachen niet, ze stralen niet. De SUVs grijnzen als rijke, dikke boeren met kiespijn die best weten dat ze het van hun uitstraling niet moeten hebben, maar voor hun libido nu eenmaal niet bij Opel kunnen aankloppen. Alles aan die speklappen is doods meesterschap. De afwerking: perfect. De vorm: lusteloos massief. Geen enkele relativering van de grootspraak, men wil slechts vet en machtig zijn. De bonkige Q7 wekt de indruk dat hij door zijn veren is gezakt. De compactere Q5 is als een strakzittend jasje om een seniorenlijf met overgewicht. De tot nu toe kleinste SUV, de Q3, is een soort bungalowtent op wielen.

Design is daar een structureel tekort. Het is Audi zelfs bij de kleintjes niet gelukt ze de schattigheid mee te geven die ze in de versierarena zo hard nodig hebben. De Mini-concurrent A1 heeft de seksloze neutraliteit die ze met waaghalzerige kleurencombinaties trachten weg te moffelen.

Maar de nieuwe Q2, de mini-SUV, is een lichtpunt. Hij heeft iets geestigs, iets vertederends. Het zit ’m in het schalkse knikje op de flank, dat halverwege de achterdeuren opwipt, en in de verkleining. De van de Q3 geleende vorm met schuin aflopende achterkant wint door de krimp aan bekoorlijkheid. Hij is als het welpje van een onaantrekkelijke diersoort die er pasgeboren nog best schattig uitziet, het lammetje van het Q3-schaap. De bijna vierkante achterlichtjes schitteren als neonrobijntjes in de blauwe lak. De grote, brede Audi-muil is zo gefotoshopt dat hij niet langer de onsmakelijke associatie oproept met een opengesperd herenboerensmoel op de tandartsstoel. Een zegen is de matgrijze sierplaat op de C-stijl achter, die de massieve staalvlakken een beetje opbreekt.

Alleen in naam een SUV

Je mag hem met zijn VW Polo-maten haast geen SUV meer noemen, wat de voorwielaangedreven Q2 sowieso alleen in naam is. Het is bijna een gewone hatchback met een beetje hoogte. Ik kwam mensen tegen die dachten met een A3 van doen te hebben, de Golf van Audi. Mini-vogels kunnen Audi bashen wat ze willen; voor de babyboomers is dit een onthutsend levendig modelletje.

Binnen is het een Audi zoals alle kleine Audi’s – doordacht, smaakvol en proper. De 1.4-liter TFSI-benzinemotor is voorzien van CoD ofwel Cilinder on Demand, cilinderuitschakeling. Bij voorzichtig rijden, vallen twee van de vier cilinders uit. Dat voel en hoor je een beetje aan de licht toegenomen vibraties in het motorblok, maar je rijdt zuiniger, voor een auto met 150 pk zelfs extreem zuinig; 1 op 20 is haalbaar. De lichtbouwstrategie werpt vruchten af, het wagentje weegt 1.255 kilo.

Bevrijdend vind ik ook dat de Q2 niet zielig stoer doet. Het is een zoetgevooisd werktuigje met plaats voor vier en 405 liter kofferruimte. Het kan nog best hard ook, 212 kilometer per uur maar liefst; Q2-vrouwen met een Q7-man zullen hem met recht als ‘pittig karretje’ bestempelen.

Toch snap ik niet waarom ze mijn Q2 hebben verjongd met grotere lichtmetalen velgen, sportstoelen, aluminium decoratielijsten en een racy sportstuur met afgeplatte onderkant. Het doelgroepwensdenken is schrijnend. Op de Audi-site staat de auto afgebeeld naast een romantische hipster met een hoedje, een gescheurde spijkerbroek en een wereldbol onder de arm, symbool van kosmopolitisme denkelijk. Vrienden uit Ingolstadt, die baard hééft helemaal geen auto, hij weet niet eens wat een Audi is. Ik durf te wedden dat geen koper jonger wordt dan 40 en geen Q2 ooit harder rijdt dan 130. Het babyboomgeluk dat vader Drees bevocht met machtige pensioenen heeft geen haast. Het percentage 50 Plus-stemmers onder Q2-rijders ligt vast hoog. Met een SUV’je van ruim 53 mille onder je kont wil je best knokken voor verworven rechten.

Want dat kost het kleintje. Geen nood! Met een driecilinder en 24 pk minder, zonder de automaat met dubbele koppeling, zonder afgeplat stuur, zonder led-koplampen en sportstoelen ben je voor iets boven de 30.000 euro al in een geriatrisch paradijs. Dan heb je óók elektrische ramen en airconditioning. Naar Audi-maatstaven zijn het best schappelijke prijzen. Maar niemand zal zo’n kale kip in overweging nemen. Wij kiezen voor een goudgerande oude dag met alle opties. Drees heeft niet voor niets voor ons gevochten.