Interview

‘De PvdA moet weer leuk worden’

Jonge Socialisten

Jonge kiezers hebben de PvdA massaal overgeslagen bij de verkiezingen. Hoe dat komt? „De PvdA is te saai, er is geen discussie.”

Foto Martijn Beekman

Natúúrlijk bestaat de Partij van de Arbeid (PvdA) over tien jaar nog. Tegen het einde van het gesprek in het Haagse café De Eeuwige Jachtvelden veren Randy Martens (29), Shirodj Raghoenath (24) en Lieke Kuiper (24) op. De drie jonge PvdA’ers geloven nog in hun partij. Ondanks het historische verlies, van 38 naar 9 Tweede Kamerzetels. En ondanks het resultaat onder jonge stemmers tot 24 jaar: niet meer dan 1 procent van hen stemde op de PvdA, bleek uit onderzoek van Ipsos. „Maar”, voegt Martens er direct aan toe, „dan moeten we nu wel iets gaan veranderen.”

De drie zijn actieve, vooraanstaande PvdA’ers. Randy Martens, ambtenaar bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, is lid van het landelijk partijbestuur. Hij was een van initiatiefnemers van het manifest Kies voor de Toekomst, van twee weken geleden – dat nu al door zo’n 500 jonge PvdA’ers is ondertekend.

Lieke Kuiper is sinds juni vorig jaar voorzitter van jongerenorganisatie Jonge Socialisten. Shirodj Raghoenath, student biomedische technologie in Eindhoven, is secretaris van de Jonge Socialisten in Noord-Brabant.

Als je de toekomst van de PvdA nog ergens zou kunnen vinden, dan is het wel bij deze jongeren. Wat is er volgens hen misgegaan?

Ze vinden alle drie: aan de sociaal-democratische ideen mankeert niks. Hun analyses gaan vooral over de partij zelf – en minder over de verloren kiezers. De PvdA, vinden ze, is te saai. Er wordt te weinig gediscussieerd en jongeren voelen zich er niet op hun gemak.

„Kijk naar Jesse Klaver”, zegt Randy Martens. „Van zijn verhaal is 90 procent sociaal-democratisch en mensen komen daarvoor in stadions klappend bijeen.”

Waarover wordt er volgens jullie te weinig gediscussieerd bij de PvdA?

Martens: „Over het klimaat bijvoorbeeld. Dat vinden jongeren heel belangrijk, want wij liggen nog niet in ons graf als het helemaal uit de hand loopt. Nog tijdens ons leven gaat het mis. In het kabinet-Rutte II had de partij afgesproken: we gaan het zus en zo doen en that’s it. Maar als je er echt over gaat praten, is er maar één conclusie mogelijk: het is niet genoeg.”

Als de PvdA dat had gezegd, weet je ook wat GroenLinks zegt: doe dan ook meer.

Martens: „Dat gebeurt natuurlijk. Een klassieke oppositietruc. Maar ik vind dat je altijd inhoudelijke en fundamentele discussies moet voeren, ook als je regeert. Het is nu eenmaal zo: regeren is halveren. En was het maar halveren geweest.”

Ze lachen alle drie.

Martens gaat verder: „Maar die discussie was er dus niet. De uitkomst was steeds: dit hebben we afgesproken met de VVD, dus zo doen we het.”

Als de PvdA wél discussieert, is het volgens de drie ook meteen te ontoegankelijk – de partijbijeenkomsten bijvoorbeeld. Om een partijstandpunt te veranderen, kunnen leden een motie of amendement indienen op het congres. In januari waren dat er honderden.

„Sommige leden schrijven op hun zolderkamertje zo vijftig moties”, zegt Kuiper. „Maar veel jonge mensen denken: ‘Ik ga iets groots en engs doen als ik met zo’n motie kom.’ Zij moeten hun ideeën laagdrempelig kunnen pitchen. Ze moeten kunnen zeggen: ik heb een idee. En als dat een goed idee is, wordt er wat mee gedaan. Dat hoeft niet op zo’n heftige, zware manier.”

Martens: „In een motie staat een opvatting en daar wordt over gestemd. Dan wordt er niet meer over gepraat. Dat is achterhaald.”

Raghoenath: „Je ziet op congressen dat jongeren op een gegeven moment helemaal de draad kwijtraken.”

Congressen verbeteren, win je daar kiezers mee?

Martens: „Ik verbind dat aan elkaar. Op bijeenkomsten bepalen wij ons programma. Als daar groepen – in dit geval jongeren – niet of nauwelijks aan het woord komen, wordt hun stem ook niet gehoord. Wat zij belangrijk vinden, werkt dan niet door in het programma.”

Heb je een voorbeeld?

Martens: „Jongeren zijn in mijn ogen de belangrijkste groep outsiders in de economie. Ze leven van klusje naar klusje, ze hebben het idee opgegeven dat ze een vast contract krijgen. In de partij hebben we het daar te weinig over. Veel mensen met een koophuis en een vast contract hebben niet eens door dat jongeren misschien wel mooie jasjes dragen, maar geen vast contract hebben.”

Raghoenath: „Dit hoor ik in mijn vriendengroep vaak terug: ze gaan van flexcontract naar flexcontract.”

Martens: „Discriminatie wordt misschien ook onderschat door de PvdA. Sommige jongeren met een migratieachtergrond worden dag in dag uit gebasht door de PVV. Als de partij dat met allemaal blanke mannen van vijftig bespreekt, komt het misschien puur uit goedheid in het programma. Maar als het jou zelf raakt, is zo’n onderwerp veel belangrijker. Misschien hebben we te weinig laten zien dat de sociaal-democratie bij uitstek tegen uitsluiting van groepen en discriminatie is.”

Zit een 18-jarige mbo’er in Winterswijk daar op te wachten?

Kuiper: „Het mooie aan de sociaal-democratie is dat het een beweging is waar al die groepen bij elkaar komen. Die jongen zit wel te wachten op een standpunt over werk. Je moet het dus allebei hebben. Je moet chai latte nippende yuppen de ruimte bieden, maar ook die jongen uit Winterswijk.”

Lukt het nog om die kiezer met dat verhaal te bereiken? Nu stemt de jonge linkse stedeling op GroenLinks en de jonge arbeider in de regio op SP of PVV.

Martens: „Nu is het niet gelukt, nee. Er is een nieuw soort verzuiling ontstaan: als je weet wie iemand is, wat hij doet en hoe hij leeft, weet je bijna ook al bij welke politieke partij hij uitkomt. Ik denk wel dat ons brede verhaal de toekomst heeft. De meeste mensen willen liever niet dat elke bevolkingsgroep een eigen partij heeft.”

Heeft zo’n brede achterban niet te veel verschillende meningen? Een mbo’er zit misschien niet te wachten op meer EU. Een universitair student in Amsterdam is daar positiever over.

Martens: „Het is natuurlijk een superterechte vraag. Maar Europese samenwerking hoeft niet ten koste te gaan van mensen met praktische beroepen, als je ervoor zorgt dat zij niet verdrongen worden door goedkopere arbeidskrachten. We moeten de mbo’er en de academicus verbinden. En dat is moeilijker dan voor één belang opkomen. Wat dat betreft heeft de sociaal-democratie een moeilijkere opdracht dan alleen voor groen of voor koopkracht te gaan.”

Hoe kan de PvdA die verschillende groepen jongeren weer aanspreken?

Martens: „Door te laten zien dat onze waarden werken. Ik vond de strijd voor het minimumjeugdloon echt goed. Samen met de vakbond voerden we actie en uiteindelijk regelde Asscher het in een wet. Daarmee laten we zien: jouw situatie deugt niet, je komt in actie, er is een partij die het regelt. Jongeren willen zekerheid.”

Jongeren hebben de PvdA er niet voor beloond.

Raghoenath: „Ik stond tijdens de verkiezingscampagne voor een paar klassen. Negen van de tien jongeren die ermee te maken hadden, wisten niet dat wij dit geregeld hebben.”

Martens: „Dat is hetzelfde met de ov-kaart voor mbo’ers. Die is er omdat de PvdA het niet vond deugen dat hbo’ers en wo’ers die wel krijgen voor hun achttiende en mbo’ers niet. Ik denk dat weinig mbo’ers dat weten.”

Kuiper: „De PvdA kan beter worden in het vieren van successen. Ik ben echt heel trots op die ov-kaart.”

Hoe moet de PvdA volgens jullie beter luisteren naar jongeren?

Martens: „Op een landelijke partijbijeenkomst moet die mbo’er zonder ov-kaart kunnen zeggen: ‘Dit is oneerlijk.’ Maar als je je daar niet welkom voelt, zeg je niks en word je dus ook niet gehoord.”

Kuiper: „We kunnen ook bijeenkomsten organiseren waar je een pitch kunt houden van een minuut.”

Is dat dan de oplossing? Dat het leuker wordt bij de PvdA?

Martens: „Dat is een belangrijke voorwaarde. Het is nu gewoon niet leuk om op die partijbijeenkomsten te zijn. Als je daar bij je eerste bezoek al denkt: wat is dit voor achterhaalde club, kom je niet meer terug.”

Kuiper: „Veel mensen zeggen dat we moeten verjongen. Maar een blik jongeren opentrekken is niet de oplossing. Ze moeten zich welkom voelen. Als er een moment is om met die oude cultuur te breken, is het nu.”