Cultuur

Interview

Interview

Coco Chanel in poppen

Met poppen, „een vorm tussen mens en ziel”, geeft theatermaker Ulrike Quade Coco Chanel gestalte. Steeds kapotgaan en steeds opnieuw beginnen.

Ze is internationaal vermaard. Ulrike Quade. In 1971 geboren op het boerenland bij Keulen, sinds haar 19de theatermaker in Nederland. Recentelijk werd ze in de hoogte gestoken voor haar adembenemende medewerking aan een Deense Madama Butterfly.

En nu stort ze zich op Coco Chanel. Kunstenaar, mode-icoon, manipulator. Zakenvrouw, nazi-collaborateur. Handige bliksem die in 1945 alle GI’s in Parijs verraste met een fles van haar parfum No. 5 voor hun liefje thuis – en die op slag geen kwaad meer kon doen. Coco Chanel is de ontwerpster wier kledingstukken eerst de burgerij choqueerden en vervolgens zo tijdloos werden dat de wereld er zonder haar anders zou hebben uitgezien.

Terwijl ik me realiseer dat ik toevallig een little black dress draag, een van Chanels visionaire ontwerpen, kijk ik in een studio op een Amsterdams bedrijventerrein naar een repetitie van wat Ulrike Quades voorstelling Coco zal worden. Dansers en een mimespeelster blazen de poppen leven in. Alhoewel, poppen… deze Coco Chanel is een hoed en een jurk, niet veel meer.

„In dat kledingrek hangen haar mannen”, wijst Quade. Ik zie colberts, blazers, een overhemd. Allemaal breedgeschouderd, met grote handen. Er is ook een leren jas met een leren pet: dat zal Chanels nazi-geliefde zijn.

De hoed en de pet wisselen een hartstochtelijke kus. Daarna heeft de jurk ineens die pet op. En telefoneert met Winston Churchill.

Ulrike Quade doet het met poppen. Een pop kan een lijf hebben, benen, armen. Maar soms is hij alleen een kop, of een stel handen.

Waarom poppen?

Quade heeft het over „de onmiddellijkheid” van de pop. „Als je een pop bij je hebt, ben je meteen met zijn drieën. Mensen laten zich raken door poppen.”

En jij dwingt dat af, zeg ik.

„Ja.”

Voor oudere generaties heeft het poppentheater een kinderachtig imago, daartegen heeft Quade zich vaak moeten verweren. Nu hoeft dat niet meer, merkt ze. Jongeren accepteren het zonder omhaal. „Die leven in een digitale wereld. Daar spreekt vanzelf dat een pop een identiteit heeft.”

Ik zie Quades poppen en geloof dat ze leven, ook al is dat overduidelijk niet waar. Hoe doet ze dat? „Poppen maken is beeldhouwen met een schaar”, zegt ze. „Met niet te veel haar, dat is belangrijk. Een paar plukken is genoeg.” Hoe krijg je er leven in? „Door de ogen. Er moet iets glinsteren.”

Nu wekt een danseres-poppenspeelster een van Chanels vrienden, de kunstenaar Jean Cocteau, tot leven. Ze manipuleert zijn hoofd, haar voeten zijn zijn handen, er steekt een sigaretje tussen haar tenen. „I don’t like reality, it’s too realistic”, legt de danseres hem in zijn geamuseerd bewegende mond.

„Poppen zijn magie, poëzie, mystiek”, zegt Quade, „een vorm tussen mens en ziel.”

En ze zijn hardvochtig. Zoete broodjes worden niet gebakken.

Uit blokken schuimrubber heeft ze negen versies van Coco Chanel bevrijd. Van het kleine meisje, „een klein hoofdje, zonder persoonlijkheid”, tot de Grande Dame. Die inderdaad heel groot is: „een silhouet, dat iedereen herkent”. „Fashion has become a joke”, zegt een smalle mond. Ze heeft een grimmige blik – deze pop is de bejaarde Chanel.

Met een pop kan ik laten zien waarom ik eenzaamheid mooi vind

„Ze doet me denken aan een schildpad. Zij wordt ouder en kleiner, haar kleding blijft hetzelfde. Ze steekt haar hoofd uit haar schild.”

Een week later wordt er gewerkt aan een scène uit Chanels kindertijd. Ze is een hulpeloos hoofdje, door haar vader achtergelaten in een klooster. Tussen haar handjes wordt de rozenkrans een parelsnoer – een nieuwe Coco is geboren.

„Chanel heeft gezegd: Je sterft minstens vier keer in je leven”, vertelt Quade. „Dat is de rode draad van deze voorstelling. Coco verbeeldt iemand die steeds weer kapot gaat en telkens opnieuw begint.”

Wat definieert Coco Chanel?

„Haar dadendrang. Aan zelfreflectie deed ze niet, ze reageerde per definitie praktisch. Ze had overal een mening over en kleurde alles met haar eigen perspectief. Chanel was geobsedeerd door bewegingsvrijheid voor het lichaam. Het leidde ertoe dat ze de moderne mens vormgaf: doe maar uit dat corset, met dat ding kun je niet leven.

„Kijk ik naar Coco, dan zie ik eenzaamheid. Met een acteur wordt dat larmoyant. Maar met een pop kan ik laten zien waarom ik die eenzaamheid mooi vind. Zo zet ik haar neer, in haar jeugd, haar carrière en in de Tweede Wereldoorlog. Ze deed altijd wat ze wilde, in haar werk, in haar leven. Ja, ook in de liefde. Ze nam de vrijheid om minnares te zijn.”

Chanel collaboreerde, las ik.

„Coco Chanel overleefde de oorlog door opportunisme. Ik vergoelijk niet wat ze deed. Ze bediende zich van de nazi’s ten behoeve van haar bedrijf. Ze leefde een luxeleven, in een dubbele kamer in de Ritz in Parijs, ze liet zich beminnen door een Duitse officier. Maar dat maakt van haar nog geen oorlogsmisdadiger.”

Die conclusie trekt Quade niet lichtvaardig. „Ik woon de helft van mijn leven in Nederland, maar ik ben een Duitse”, zegt ze. „En dat brengt schuld met zich mee.” Ze vertelt hoe ze „zoals bijna iedereen van mijn leeftijd in Duitsland” opgroeide zonder enig verhaal over het verleden. „Er werd gezwegen. Er was een oorlog geweest maar daar had niemand het over”. Tot ze op school filmbeelden uit Auschwitz te zien kreeg. Onvoorbereid, in de geschiedenisles, zag ze de gruwelijke beelden. „De lerares zei: Dit hebben wij gedaan, dit moeten jullie goedmaken.” Quade was diep geschokt. „Ik was elf, ik had werkelijk geen idee. Ik nam de schuld op me.”

Het slot van de voorstelling. Een stokoud Chanelletje naait aan een lap zwarte stof. „Travaille, je travaille” murmelt ze. Dat blijft er over van de fiere Chanel die we in vele, altijd strijdbare, vormen zagen: een roerende verschijning met oude beentjes en verfijnde blote voetjes. Die voetjes zal alleen het publiek op de eerste rijen zien – en toch maakte Quade ze.

Waar loopt jouw ‘Coco’ op uit?

„Op een wereld die Chanels werk in zijn DNA heeft opgenomen. En op een oude vrouw die niet beseft dat ze overleefd is. Ze is niet meer nodig.”

Zo wordt Coco meer dan een mooie voorstelling over een legendarische figuur. Ulrike Quade doet een gooi naar de onsterfelijkheid van de kunsten. Je travaille, je travaille. Ik werk, ik werk. Ik kan niet dood, ik moet door.

‘Coco Chanel’ van de Ulrike Quade Company. Première 13 april, Amsterdam, Bellevue. Daarna tournee.