Recensie

Serie ‘Goede Hoop’ biedt weinig aanleiding tot patriottische trots

Zap

De documentaireserie over de rol van Nederland in de geschiedenis van Zuid-Afrika geeft de kijker in de eerste afleveringen al veel stof om over na te denken.

Hans Goedkoop in ‘Goede Hoop’ (NTR).

Het is een dure, deels extern gefinancierde (met bijdrage van stichting VSB Fonds) zevendelige documentaireserie, Goede Hoop (NTR). Aansluitend op de gelijknamige tentoonstelling in het Rijksmuseum gaat historicus en presentator van Andere Tijden Hans Goedkoop op zoek naar sporen van Nederland in het huidige Zuid-Afrika.

In tijden van herlevend patriottisme ben ik bij voorbaat op mijn hoede, als in kaart wordt gebracht wat voor groots er door onze voorvaderen is verricht in het Verre Zuiden. De trots wordt uiteraard overschaduwd door schuld en schaamte over de arrogantie waarmee de oorspronkelijke bewoners van de Kaap en achterland, zowel mens als dier, ondergeschikt werden gemaakt aan de handelsbelangen van de kolonisator.

De Boerenoorlog en de Apartheidspolitiek komen pas in later afleveringen aan bod, maar de eerste drie bieden al stof genoeg om heel lang over na te denken.

Er wordt zorgvuldig geprobeerd de huidige Zuid-Afrikanen, vooral de zwarte meerderheid, te betrekken bij de geschiedenislessen. En dan blijkt ook weer dat zaken nooit zo eenduidig liggen als je geneigd bent te denken aan deze kant van de wereld. Zo voerden de makers een Malay (Zuid-Afrikanen van Aziatische afkomst) mannenkoor op, dat in het Nederlands zingt over Piet Hein en de Zilvervloot. Ook is het Afrikaans niet meer exclusief de taal van de witte onderdrukker: het wordt zelfs meer gesproken door kleurlingen en zwarten, die het als een essentieel onderdeel van hun identiteit zien.

In tegenstelling tot de reisseries van de VPRO is Goede Hoop overwegend vrij conventioneel vormgegeven en zelfs niet erg meeslepend verteld. Toch is het wel een aanrader voor wie dit deel van de vaderlandse geschiedenis slecht beheerst, wat overigens geldt voor bijna iedereen in Nederland. Goedkoop wordt in deel 3, In het Wild, geëscorteerd door een meer gespecialiseerde historicus, Luc Panhuysen. In een Toyota Landcruiser treden ze in de voetstappen van de Nederlands-Schotse ontdekkingsreiziger en schilder Robert Jacob Gordon (1743-1795). Hij verkende als eerste het achterland van de Kaap, muntte de nu als pejoratief ervaren woorden Hottentot en Kaffer voor respectievelijk de Khosa en de Khoi. Gordon beschreef en schilderde het kameelpaard, dat met zijn lange nek wel een fabeldier leek, maar ook dat het vlees van deze giraffen bitter smaakte, omdat ze de eveneens bittere bladeren van de acacia aten.

Volgens Panhuysen en Goedkoop had Gordon moeite met „de stelselmatige verdelging van de Bosjesmannen”, die immers alleen maar in de weg liepen van de kolonisten, maar ook met de kille manier waarop dieren werden gedood en geanalyseerd. Toch deed ook Gordon dat, zo blijkt uit zijn nauwgezette meting van de schaamlippen van een Hottentottin.

In de nuchtere koopmansgeest werden dieren en mensen dingen, die een economische en eventueel een wetenschappelijke waarde vertegenwoordigden, maar per definitie niet gelijk stonden aan de superieure christelijke en blanke indringer.

Ten slotte staan de reizigers van nu stil bij het verhaal van Sarah Baartman, in 1810 als tentoonstellingsobject naar Europa verscheept. Haar skelet maakte deel uit van een antropologische collectie, maar werd in 2002 teruggebracht naar Zuid-Afrika, waar ze alsnog met ceremonieel begraven werd. Dat graf, zo zien we nu, werd daarna met verf besmeurd, vermoedelijk door Afrikaners, die boos waren dat de monumenten voor hun helden moesten wijken. Nee, het is geen serie die een bijdrage kan leveren aan Hollands patriottisme.