Advies: wacht met meer concurrentie op spoorlijnen

Spoorwegen Een grote omslag op het spoor is niet gewenst, zegt een kabinetsonderzoek. Maar meer marktwerking moet op termijn kunnen.

Station Utrecht Centraal. Foto Sander Koning/ANP

Het is niet verstandig om de concurrentie op het spoor drastisch uit te breiden of in te perken. Het huidige model, waarbij de hoofdlijnen worden gegund aan NS en regiolijnen worden aanbesteed, functioneert goed. Wel moeten er nu maatrgelen worden genomen om in 2019 te kunnen kiezen voor meer marktwerking vanaf 2025.

Dat zegt Hans van der Vlist, werkzaam bij overheidsconsultant ABDTOP, in een toelichting op het onderzoek ‘Kiezen voor een goed spoor’ dat vrijdag naar de Tweede Kamer is gestuurd. Met Peter van den Berg, staatsraad bij de Raad van State, onderzocht Van der Vlist de ordening op het spoor na 2024. Daarbij gaat het om de vraag of de reiziger gebaat is bij meer concurrentie tussen vervoersbedrijven. Naast NS rijden op dit moment Arriva (onderdeel van Deutsche Bahn), Connexxion (van het Franse Transdev) en Syntus (van het Franse Keolis) op het Nederlandse spoor.

Tot 2025 beschikt NS over het recht om het hoofdrailnet, inclusief de hogesnelheidslijn (hsl) tussen Amsterdam en Breda, te exploiteren. Marktwerking is beperkt tot lijnen buiten de Randstad. De enquêtecommissie Fyra concludeerde dat de ambivalente positie van NS – commercieel én publiek belang – voor problemen zorgt. Het kabinet besloot vier scenario’s met verschillende mate van marktwerking voor na 2024 uit te laten werken.

Van der Vlist en Van den Berg vertalen de vier scenario’s in drie modellen. De twee uiterste modellen gaan uit van NS als nationale vervoerder enerzijds, volledige aanbesteding anderzijds. In het eerste model kunnen NS en spoorbeheerder ProRail onder één paraplu worden gebracht, in het tweede model kan NS onder meer geen eigenaar van de stations meer zijn.

Veel kansrijker is het hybride model, dat lijkt op de huidige situatie. Hierbij zijn varianten in twee richtingen denkbaar: NS krijgt het hoofdnet gegund of NS moet stukken spoor afstaan bij wanprestaties.

Hogesnelheidslijn

Dat kan ook gebeuren met de hsl. Als NS in 2019 nog steeds ondermaats presteert met de dienst IC Direct, ligt het „voor de hand om deze lijn in de aanloop van 2025 openbaar aan te besteden”. Verlies van de hsl is de grote vrees van NS.

De onderzoekers pleiten voor een monitor die de prestaties van alle vervoerders goed kan vergelijken. Van der Vlist: „Dat moet gebeuren door een onafhankelijke partij, dus niet het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De ACM zou het kunnen doen.” Ook moet het reisgemak worden verbeterd, bijvoorbeeld door een landelijk systeem voor in- en uitchecken, los van vervoerders.

De auteurs geven de onderhandelaars in de kabinetsformatie een boodschap mee: „In de (politieke) discussie wordt vaak uit het oog verloren dat ordening en sturing slechts middelen zijn om goed en betaalbaar spoorvervoer te realiseren.”