Aanval op Syrië: opeens zijn de neocons dolblij met Donald Trump

Analyse Met de raketaanval op Syrië volgde Trump het boekje van de militaire en politieke gevestigde orde in Washington. Maakt Trump de draai naar een ‘gewoon’ presidentschap?

Foto Michael Reynolds/EPA

Het machtsevenwicht verschuift in Washington. De Amerikaanse aanval met kruisraketten op een vliegveld van de Syrische regering toont aan dat president Donald Trump zich door andere groepen laat beïnvloeden dan in de eerste weken van zijn presidentschap. De macht van de gevestigde politieke en militaire orde groeit. De vrijbuiters in Trumps entourage, die de eerste weken gezichtsbepalend waren, spelen opeens geen rol meer.

In een regering die geen echte visie heeft, kan zo’n verandering snel gaan. Donald Trump, de non-interventionist die pleitte voor terugtrekking uit de wereld, heeft gekozen voor een escalatie in Syrië. Nu hij een vliegveld van president Bashar al-Assad heeft aangevallen, strijdt Amerika in de Syrische burgeroorlog op twee fronten mee. Amerika bombardeert voor rebellen en Assad doelen van Islamitische Staat, maar heeft zich nu ook tegen Assad gekeerd.

Donald Trump heeft voor een vacuüm gezorgd in het Witte Huis. Hij heeft geen vaste overtuigingen en laat zich leiden door wat de buitenwereld hem influistert. Hij veranderde vorige maand van mening over de gezondheidszorg na een gesprek met Paul Ryan, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden. Hij veranderde van voor- in tegenstander van martelen dankzij één opmerking van minister James Mattis van Defensie. Hij voerde overhaast een (mislukt) inreisverbod in uit islamitische landen na druk van topstrateeg Steve Bannon.

Complotdenkers

De afgelopen maanden luisterde Trump veel naar Steve Bannon. Hij gaf ruim baan aan rechts-populisten, complotdenkers en leiders uit de zogeheten ‘alt right’-beweging. Trump droeg hun pro-Russische houding uit, omarmde hun complottheorieën gretig, en benoemde kopstukken op sleutelposities: Bannon kreeg een zetel in de Nationale Veiligheidsraad. Complotdenker Michael Flynn werd Nationale Veiligheidsadviseur. Sebastian Gorka, net als Bannon uit de Breitbart-stal, werd zijn hoogste terrorisme-adviseur. De groep stelt zich anti-Republikeins op, bijvoorbeeld in hun verzet tegen vrijhandel, ‘globalisme’ en militaire interventies.

Trumps buitenlandse politiek volgde de eerste weken hun lijn. Hij zocht verzoening met Rusland, hij liet merken dat hij niet langer op de omverwerping van Assad uit was. De echte vijand, zei hij, is het ‘radicaal-islamitische terrorisme’ – een term die het Pentagon contraproductief vindt. Trump zocht ruzie met de eigen inlichtingendiensten, die volgens de ‘alt right’-beweging deel uitmaken van de Deep State.

Maar de Breitbart-groep kwam allengs steeds meer onder druk. Michael Flynn werd weggestuurd omdat hij had gelogen over contacten met Rusland. Steve Bannon werd deze week uit de Nationale Veiligheidsraad gezet.

Rijzende ster

De rijzende ster is Trumps schoonzoon, Jared Kushner (36). En dat is goed nieuws voor de oude elite in Washington. Hij heeft van Trump de verantwoordelijkheid gekregen voor de meest uiteenlopende klussen: hij moet Washington reorganiseren, hij moet vrede tussen Israël en de Palestijnen bereiken, en Trumps visie op vrijhandel bepalen. Deze week dook hij op in Irak, waar hij zich door de legerleiding liet informeren over het verloop van de oorlog tegen Islamitische Staat.

Kushner laat zich nooit openbaar uit over zijn ideeën, maar lijkt vooral de relatie tussen Trump en de politieke en militaire orde te willen herstellen. Sinds deze week mag de legerleiding én het hoofd van de inlichtingendiensten weer aanschuiven bij vergaderingen van de Nationale Veiligheidsraad. De invloed van luitenant-generaal Herbert McMaster, de traditioneel ingestelde nieuwe Nationale Veiligheidsadviseur, groeit. Hij had om het vertrek van Bannon gevraagd.

De raketten op Syrië zijn niet alleen een vergelding voor de gifgasaanvallen op Idlib. Ze zijn ook een signaal aan de wereld dat Trump nu streeft naar een ‘normaal’ presidentschap. Vrijwel al zijn voorgangers, Democraten én Republikeinen, zagen Amerika als een supermacht die het recht heeft militair in te grijpen. Om een humanitaire ramp te voorkomen (Obama in Libië), als vergelding (Clinton in Irak), of om democratie te bevorderen (Bush in Irak). Trump, die zich hier altijd tegen verzette, doet nu precies hetzelfde.

Commander-in-Chief

Er kan nog een andere, heel pragmatische reden meespelen. Trumps populariteit is historisch laag voor een beginnend president, tussen de 30 en 40 procent. Militaire operaties zorgen meestal voor een snelle stijging in populariteit, omdat Amerikanen zich verenigen achter hun Commander-in-Chief. De afgelopen 24 uur werden Trumps kruisraketten toegejuicht door vrijwel alle tv-zenders en kranten. Dat zal Trump, zich altijd bewust van zijn pr, niet zijn ontgaan.

De neoconservatieven in zijn eigen partij zijn dolblij. Zij speelden geen rol van betekenis, maar zien Trump nu ‘normaliseren’, zeggen ze, ‘presidentieel worden’. Het neoconservatieve tijdschrift The Weekly Standard, altijd kritisch jegens Trump, jubelt: ,,Het Trump-tijdperk begint nu pas. (..) De passieve Obama-jaren zijn echt voorbij. Bondgenoten en vrienden worden bemoedigd, en vijanden snappen nu dat de tijden zijn veranderd.”

Maar de ‘alt right’-beweging, de harde kern van Trumps achterban, voelt zich in de maling genomen. Trumps aantrekkingskracht was dat hij anders was dan zijn voorgangers, en dat hij niet geloofde in interventiepolitiek. Paul Watson van complottensite Infowars, een bondgenoot van Trump, schreef: „Ik denk dat Trump toch niet ‘de marionet van Poetin’ was. Hij was gewoon nog zo’n Deep State/neocon-marionet.”