Tussen de banden zitten zes Irakezen

Mensensmokkel

Tijdens een themazitting behandelde de rechtbank vier mensensmokkelzaken. „Deze mensen zien zichzelf niet als slachtoffers.”

Foto Peter Hilz

Als de Iraakse Asil B. (40) en haar zoon Nayyaz A. (19) op vrijdagavond 30 september de haven van Hoek van Holland binnenrijden, worden ze direct aan de kant gezet. Getrainde detectiehonden van de Koninklijke Marechaussee lopen blaffend langs het voertuig. Zaklampen schijnen in de laadruimte die is gevuld met autobanden. Daartussen verschuilen zich zes Iraakse vluchtelingen. Dit lijkt op mensensmokkel.

Daarvoor moeten B. en A., die sinds 2006 in Nederland wonen, zich op donderdagochtend in de rechtbank van Rotterdam verantwoorden. Het is niet de enige mensensmokkelzaak die de rechtbank behandelt. Tijdens deze „themazitting” komen nog drie andere smokkelzaken voor de rechter: een man die tien Albanezen in een koelwagen vervoerde; een man die een vrouw aan valse papieren hielp; en twee verdachten die eenentwintig Irakezen in een vrachtwagen vervoerde.

Het Openbaar Ministerie in de havenstad zag het aantal mensensmokkelzaken de afgelopen jaren stijgen. Kwamen in 2013 en 2014 23 van zulke zaken binnen, in 2015 waren dat er 20, en het afgelopen jaar zelfs 40. Die trend heeft zich niet doorgezet in het eerste kwartaal van 2017. De teller is blijven steken op zeven.

Mensensmokkel gaat in Nederland meestal via personenauto’s, busjes met dubbele wanden, koelwagens, vrachtwagens, of gewoon via het vliegtuig, zegt Harm Hulleman. Hij is als operationeel expert tactische opsporing ondermeer belast met mensensmokkel. Hulleman: „Soms tellen mensen duizenden euro’s neer voor de overtocht.”

Die reis verloopt bijna altijd in etappes. Van land naar land, en van smokkelnetwerk naar smokkelnetwerk, stelt Warner ten Kate, landelijk officier van justitie en belast met mensensmokkel. Tijdens die reis worden mensen volgens Ten Kate door professionele bendes ondergebracht in „safehouses”, vaak op campings of in hotels.

Dat leek ook het geval in de zaak van B. en A. Zo straalde de telefoon van één van de zes Irakezen uit naar een Rotterdamse camping, die in een eerder smokkeldossier al opdook. Opmerkelijk, volgens het OM. En kort voor de aanhouding kwamen op de telefoon van A. oproepen van Deense en Engelse nummers binnen. Was hier een geraffineerde smokkelbende aan het werk?

A. en B. laten daar niks over los. En ook de zes Irakezen hielden hun lippen stijf op elkaar toen gevraagd werd naar „reisroutes” en contactpersonen. Dat laatste is een terugkomend ritueel in de smokkeldossiers, weet politieman Hulleman. „Deze mensen zien zichzelf niet als slachtoffers.”

De verklaringen van de zes Irakezen waren minimaal. Nee, A. en B. hadden ze nooit gezien. Sterker: één verstekeling dacht dat moeder en zoon zelf ook vluchtelingen waren, verklaarde hij. Wat ze zich allemaal wel herinnerden was dat een „getinte man” ze het busje in hielp.

Volgens A. is een vage vriend verantwoordelijk voor de mensensmokkel. De man is onvindbaar. Zelf wilden moeder en zoon de veerboot naar Engeland nemen om de autobanden te verkopen.

Officier van justitie Mirjam Blom vindt dat een „ongeloofwaardig verhaal”. Ze eist 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 voorwaardelijk.

De uitspraak volgt over twee weken.