Struikelen en herdenken

Column

Auke Kok is schrijver en journalist. NRC

Joachim Elte was een Joodse accountant van 51 jaar en hij woonde in de Nicolaas Maestraat tot hij op transport werd gesteld, waarna hij op 28 februari 1945 in Bergen-Belsen overleed. Dat weet ik allemaal vanwege de ‘struikelsteen’ die drie jaar geleden in de Nicolaas Maestraat in Amsterdam-Zuid werd geplaatst ter nagedachtenis van Elte. Deze stolperstein maakt deel uit van een herdenkingsproject van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Door heel Europa liggen zulke steentjes, voorzien van messing plaatjes met daarop namen en data, voor de huizen van Joden die werden afgevoerd en vermoord. Uiteraard liggen er ook veel in Amsterdam, ruim vierhonderd.

Het woord struikelsteen lijkt ironisch bedoeld: je moet de plaatjes van tien bij tien centimeter zoeken wil je ze zien. Je struikelt er mentaal over, als je het plaatje hebt gevonden sta je vrijwillig stil bij de Jodenvervolging. Sympathiek project: juist vanwege de bescheiden omvang dringt het zich niet aan je op.

Oké – maar laat nu juist dat steentje in de Nicolaas Maesstraat tallozen tot razernij hebben gebracht, alleen maar omdat één echtpaar er graag vanaf wil. Vanwege een door het echtpaar aangespannen rechtszaak kwam de kwestie in de publiciteit, waarna de darmen van Twitter en Facebook tot in Israël boven de hoofden van het echtpaar werden geleegd. De locatie, een dure straat in Zuid, deed de zaak ook al geen goed.

De Telegraaf-verslaggeefster Saskia Bellema complimenteerde zichzelf door in haar eigen krant te beschrijven hoezeer zij de steentjes voor haar Amsterdamse woning juist koestert. Om haar grensoverschrijdende menslievendheid te onderstrepen liet ze ook haar regelmatige poetsen van het messing niet onvermeld.

De storm ging pas liggen toen het stel in de Nicolaas Maestraat zijn motief prijsgaf. Vanwege het overlijden van hun kind zijn ze extra gevoelig voor het steentje; de nieuwsgierigen die bezorgd naar hun huis opkijken, maken het leed nog erger. Ze gedenken de Holocaust met een handgeschreven document in huis. Aangedaan door de scheldpartijen ze hun proces maar gestaakt.

Zo was de wereld dus te klein omwille van één steentje, terwijl een zaak die oneindig veel groter is dan dat getraumatiseerde echtpaar geruisloos kan passeren. Een ander monument dat draait om de namen van slachtoffers zal volgend jaar al verrijzen langs de Weesperstraat: maar liefst vierhonderd meter aan hoge muren, labyrintisch en reusachtig, met meer dan honderdduizend namen erop. Het gigantische Namenmonument zal een Holocaustmonumentje dat er al staat naar een andere plek verjagen. Het gekke is dat we al een mooi Auschwitzmonument hadden. Maar de ‘gebroken spiegels’ van Jan Wolkers liggen vredig in het Wertheimpark; niemand struikelt erover, maar misschien is dat een nadeel.

Nog even en we struikelen met zijn allen over de kolos van architect Daniel Libeskind; vier Hebreeuwse megaletters, alleen uit een vliegtuig leesbaar, die samen ‘In herinnering aan’ betekenen. Over de plek is gedebatteerd, over de omvang naar mijn weten niet.

Herdenken anno nu is veel gedoe om niks, en weinig gedoe om alles.