Recensie

Stings harde rockgeluid doet composities weinig recht

Pop

Stings gitaarspel was soepel, zijn stem fit, maar de subtiliteit van zijn composities kwam in de Afas Live minder tot zijn recht.

Vooral Stings oudere repertoire bleek met de rockstijl moeilijk te combineren. Foto Paul Bergen/ANP KIPPA

Wie niet beter wist kon denken dat in Afas Live, in Amsterdam, een jonge Britse rockband op het podium stond, met een iets oudere voorman. Zo uitbundig gedroegen de muzikanten zich gisteravond, en zo onomwonden drong het rock-element zich op. Maar de zanger was Sting, de inmiddels 65-jarige bassist/componist die zich thuis voelt in genres als jazz, reggae én renaissancemuziek, maar hier zijn elektriserende alter ego benadrukte.

Dat leidde tot een gespierde show, met Sting als spil midden op het toneel, omringd door zes tot negen muzikanten. Ze speelden een ruime selectie uit Stings veertigjarige carrière: nummers van zijn eerste band The Police, van zijn solowerk in de jaren tachtig en negentig, en van zijn nieuwste album, 57th & 9th (2016). Op dat laatste album manifesteerden zich al de straffe drums en een prominente gitaar, in combinatie met zijn eigen ploppende basgeluid, in enkele aantrekkelijke liedjes zoals ‘I Can’t Stop Thinking About You’ en ‘Down, Down, Down’.

Lees ook de recensie van het album 57th &9th: Sting leeft zijn oude muzikale ambities uit

Stings muzikale kwaliteit is onveranderd: gisteravond was zijn gitaarspel soepel, zijn stem fit – zuiver uithalend in een schetterende noodkreet, of juist teder murmelend in ‘Englishman In New York’. Opvallend was ook dat Sting veel klassiek geworden liedjes heeft geschreven, die hij hier zelf uitvoerde, maar die soms in versies van anderen bekender zijn. Bijvoorbeeld het tere ‘Fields Of Gold’ door Eva Cassidy, of ‘I Hung My Head’, stemmig gezongen door Johnny Cash. En natuurlijk zijn ‘Every Breath You Take’ dat het in hiphopversie schopte tot Puff Daddy’s monsterhit ‘I’ll Be Missing You’.

Als songschrijver beslaat Sting een breed terrein. Maar in zijn eigen uitvoeringen, lag de focus gisteravond te nadrukkelijk bij een hard, schel rockgeluid. Daardoor kwamen de subtiliteiten van zijn composities minder tot hun recht. Vooral zijn oudere repertoire bleek met de rockstijl moeilijk te combineren: de drums waren hard, en de schelle gitaarsolo die inbrak op het reggae-achtige ‘So Lonely’ klonk plompverloren. Hoewel er ook andersoortige, verrassende arrangementen waren, zoals de toevoeging van een broeierige bandoneon, in ‘Fields Of Gold’.

De band bleek te bestaan uit vaders en zonen: gitarist Dominic Miller en zoon Rufus (ook gitaar), en in het achtergrondkoor zong Stings oudste zoon Joe Sumner. Terwijl de veelal jonge muzikanten, onder wie zijn eigen zoon, steeds joliger werden, bleef het midden op het podium nogal statisch. In een strakke zwarte broek en mouwloos T-shirt, gaf Sting de contouren van zijn afgetrainde ledematen prijs, maar hij bewoog of danste nauwelijks. Dat was bevreemdend bij de energie van ‘Walking On The Moon’, of het recente ‘50,000’. Maar het klopte in toegift ‘Fragile’. Die ijle hymne, waarin Sting wervelend gitaar speelde, werd een ingetogen, roerend statement.