Recensie

Rome zoals het nooit eerder te zien was

De monumentale Atlas of Ancient Rome is een ‘kolossale herinnering’ van alles wat daar in veertien eeuwen gebouwd is. Duizenden tekeningen van bekende, onbekende en verdwenen tempels, woningen, aquaducten gebouwen maken het mogelijk om door het antieke Rome te dwalen.

Hoeveel beschrijvingen van het oude Rome zouden er zijn? Een oppervlakkige zoektocht op het internet levert al gauw duizend treffers op. De vraag rijst dan ook: is er nog wel behoefte aan weer een ‘atlas van het oude Rome’?

Blader je even door de onlangs verschenen Atlas of Ancient Rome van de Italiaanse archeoloog Andrea Carandini (1937), hoogleraar aan de Sapienza Università di Rome, dan is het antwoord meteen een volmondig ‘ja’. Op dit boek zaten we te wachten.

Dit forse, tweedelige werk – een tekstdeel, verluchtigd met afbeeldingen, en een deel met een onnoemelijk aantal platen en plattegronden – voegt niet alleen nieuwe informatie toe aan onze kennis van bestaande antieke monumenten, maar voorziet ze ook van een context. Aan de hand van een duizelingwekkend aantal voorbeelden wordt duidelijk gemaakt wat het verband is tussen de zichtbare en onzichtbare restanten. Carandini laat zien hoe Rome is voortgekomen uit de ‘hutten van Romulus’ op de Palatijn, de muren om de Palatijn, de heiligdommen op het Forum en de Capitolijn en de religieuze centra van Vesta en Jupiter.

Met zijn levenswerk The Atlas of Ancient Rome, een verbeterde en herziene, Engelstalige versie van het Italiaanse origineel (2013), wil Carandini een droom verwezenlijken, een droom waarin je door het oude Rome kunt dwalen en je de stad kunt zien zoals hij er toen uitzag. En dat ‘toen’ is niet alleen de keizertijd, of die van de eerste koningen van Rome. De atlas vormt zoals Carandini schrijft in de inleiding ‘een kolossale herinnering van alles’. Van alles wat in Rome werd gebouwd of door mensen handen bewerkt vanaf omstreeks 800 voor Christus op de Capitolijn tot de vroege Middeleeuwen.

Sigmund Freud

Ter verduidelijking van zijn streven gebruikt Carandini een metafoor van Sigmund Freud uit Das Unbehagen in der Kultur (1930): ‘Stel dat Rome geen bewoonde stad is maar een psychisch wezen met een vergelijkbaar lang en rijk verleden, waarin dus niets van wat ooit is geweest verloren is gegaan. Dan zouden de paleizen van de keizers in hun oorspronkelijke staat op de Palatijn zichtbaar zijn en dan zou de Engelenburcht nog zijn voorzien van de schitterende beelden die er stonden tot het moment waarop de Goten Rome innamen. Verder zou nu op de plek van het Palazzo Cafarelli zonder dat dit paleis hoefde worden afgebroken weer de tempel van de Capitolijnse Jupiter staan, niet alleen in de vorm waarin de Romeinen uit de Keizertijd die zagen, maar ook in zijn eerdere staat toen hij nog Etruskische vormen en terracotta antefixen had. [...] Op het Piazza della Rotonda zouden we nu niet alleen het huidige Pantheon zien, zoals Hadrianus het ons heeft nagelaten, maar ook het oorspronkelijke gebouw van M. Agrippa. [...] En de toeschouwer zou alleen maar zijn oogopslag hoeven te veranderen of wellicht zijn standpunt iets te wijzigen om de ene of de andere aanblik op te roepen.’

Zoals volgens Freuds psychoanalyse een afdaling in de menselijke geest het mogelijk maakt om vele gebeurtenissen uit het verleden terug te vinden, zo is het volgens Carandini mogelijk zijn om door rigoureuze analyses het volledige verleden van Rome (of welke stad dan ook) te ontrafelen en zo zijn ‘ware’ aard te ontdekken. ‘Van alles wat er ooit gebouwd of aangelegd is, blijft iets bestaan’, schrijft Carandini. ‘Freud gaf ons de droom en wij kunnen een poging wagen om die te verwezenlijken. [...] Maar in plaats van onze oogopslag te veranderen of ons standpunt te wijzigen, kunnen we nu gebruik te maken van computertechniek en geavanceerde cartografie en grafische technieken.[...] . In samenhang met archeologie maken die het mogelijk om door het oude Rome te wandelen zoals we nu door het moderne Rome lopen, al was het alleen maar door middel van het beeld.’

Bouwfases

In The Atlas of Ancient Rome draait het dan ook vooral om afbeeldingen. Ruim zeshonderd pagina’s schitterende kaarten, plattegronden, diagrammen en tekeningen van bekende monumenten en van verdwenen gebouwen, tonen de stad zoals die nooit eerder te zien was. Maar hoe fraai, helder en overzichtelijk de beelden op zichzelf ook zijn, ze kunnen niet zonder tekst. Of zoals Carandini steeds schrijft: context. Schriftelijke bronnen zijn ondersteunende en onmisbare elementen om het complete beeld te kunnen reconstrueren. Teksten zijn bovendien nodig om de opbouw van het tweede deel met de kaarten te begrijpen.

Aan de volgorde waarin de stadsdelen behandeld worden, de numerieke codering van de vele elementen, het kleurgebruik in de reconstructietekeningen en de totstandkoming van de reconstructies zelf liggen fundamentele keuzes ten grondslag, die bij elk hoofdstuk van het tekstdeel uit de doeken worden gedaan.

Zo wordt duidelijk dat weliswaar de indeling in veertien stedelijke districten (regiones), stammend uit de tijd van Augustus, is gehandhaafd, maar om inhoudelijke redenen worden ze in een andere volgorde gepresenteerd. Zo begint de atlas met het district VIII (de Capitolijn en de directe omgeving daarvan), het religieuze centrum vanwaar uit de stad is gegroeid en waar volgens Carandini de belangrijkste constituerende elementen hun oorsprong hadden.

Om zijn atlas meer te laten zijn dan een opsomming van losse monumenten, introduceert Carandini in zijn inleiding het begrip ‘Topographical Unit’ (TP). Een TP heeft een precies gedefinieerde formele, functionele, typologische of chronologische identiteit (of een combinatie hiervan), die los staat van de omvang en van de artistieke of historische waardering. Zo zijn zowel de kolossale Thermen van Caracalla als het kleinste altaar op de Palatijn een TP. Ook ‘gewone’ woningbouw, aquaducten, parken en zelfs losse architectonische onderdelen als kapitelen en friezen die tot een bouwwerk kunnen worden herleid, hebben een eigen TP. Elke TP wordt aangeduid met een Romeins getal van een betreffende Augustijnse regio plus een cijfer. Zo zijn de markthallen van Trajanus met VI 888 en de Thermen van Anthonius met XII 10 weergegeven. In totaal telt de atlas ruim zesduizend TP’s.