Raad van State: te veel directe democratie is gevaarlijk

Als er meer referenda worden gehouden, kan dat leiden tot grotere tegenstellingen in de samenleving, denkt de Raad van State.

Vice-president Piet Hein Donner van de Raad van State donderdag tijdens de presentatie van het jaarsverslag over 2016. Foto ANP / Koen van Weel

De toenemende populariteit van directe democratie is gevaarlijk. Als er meer referenda worden gehouden, kan dat leiden tot grotere tegenstellingen in de samenleving. Dat schrijft de Raad van State, een belangrijke adviseur van de regering en de hoogste bestuursrechter, in zijn donderdag verschenen jaarverslag.

In de beeldvorming is het democratischer om beslissingen voor te leggen aan de bevolking dan aan Tweede Kamerleden. Maar we hebben die Kamerleden niet voor niks, schrijft de Raad. Volksvertegenwoordigers zijn gekozen om wetten te maken en besluiten te nemen die „een samenhangend geheel” vormen en „algemene belangen” dienen.

Donner: referendumwet evalueren

Die taak van het parlement staat zelfs in de Grondwet. Dat betekent dat óf de Grondwet óf de huidige referendumwetgeving moet worden veranderd, schrijft de Raad. In een persconferentie zei vicepresident Piet Hein Donner donderdagochtend dat hij „persoonlijk” vindt dat de Grondwet niet aangepast moet worden. Hij wilde niet zeggen of hij daarmee bedoelt dat de referendumwet moet worden ingetrokken. Wel moet de wet „op zijn minst geëvalueerd worden”, zei hij.

Veel burgers begrijpen de rol van volksvertegenwoordigers niet goed meer, schrijft de Raad van State. Zij denken dat Kamerleden vooral de opiniepeilingen moeten gehoorzamen, of in ieder geval de mening van hun eigen achterban. Ook sommige volksvertegenwoordigers zijn zichzelf meer op deze manier „gaan zien en gedragen”. Dat verklaart ook de populariteit van directe democratie: als volksvertegenwoordigers er zijn om de mening van het volk te gehoorzamen, dan is het nog beter als het volk zelf beslist.

Volgens de Raad van State leiden referenda tot polarisatie en het vergroten van tegenstellingen in de samenleving. Politieke partijen proberen in campagnetijd vooral te scoren voor hun eigen achterban en daarbij zoeken ze de tegenstelling op met andere partijen.

Tweede Kamer moet ‘bruggen bouwen’

Bij besluitvorming in de Tweede Kamer is het juist de bedoeling om „bruggen te bouwen” tussen die deelbelangen, schrijft de Raad. En het „gemeenschappelijk belang” te dienen. Als Kamerleden daar fouten bij maken, kunnen ze daarvoor verantwoordelijk worden gehouden. Bij fouten die het gevolg zijn van een referendumuitslag is niemand verantwoordelijk.

De Raad van State schrijft verder in het jaarverslag dat internationale en Europese samenwerking nodig blijven, omdat Nederland sommige grote vraagstukken niet alleen kan oplossen.

Ook waarschuwt de Raad dat de democratie soms zó belangrijk wordt gevonden, dat de rechtsstaat ervoor zou mogen wijken. Daardoor dreigen belangrijke grondrechten, mensenrechten en rechtszekerheid als „hinderlijke belemmering” te worden gezien „als zij de gewenste resultaten in de weg staan”.

Tweede Kamerlid Kees Verhoeven (D66) is het niet eens met de kritiek op de referendumwet. Volgens hem laat het Oekraïnereferendum juist zien dat Kamerleden niet klakkeloos de uitslag overnemen. In februari stemde een meerderheid van de Tweede Kamer – ondanks de nee-stem in het referendum – vóór het Oekraïneverdrag. Wel vindt Verhoeven het een goed idee om de kritiek van de Raad van State „te betrekken in een evaluatie van de referendumwet”.

Benoeming Teeven ‘niet aan de orde’

Op de eerder voorgenomen benoeming van oud-staatssecretaris Fred Teeven bij de Raad van State wilde Donner niet ingaan. Die ging niet door nadat er veel ophef ontstond na het uitlekken van dit voornemen.

De benoeming van Teeven is „niet aan de orde” zei Donner. Maar hij voegde daar aan toe: „ Ik constateer dat de heer Teeven vier jaar lang een van de zwaarste klussen heeft gedaan en daar het volle vertrouwen van de Kamer in heeft gehad. Dus moet je daar als Raad van State geen opmerkingen over hebben.”