Panda’s zijn schattig: net baby’s, maar dan rustig

Psychologie

Panda’s hebben alle uiterlijke kenmerken die mensen schattig vinden: groot hoofd, rond gezicht, klein mondje en grote ogen. Tenminste, die lijken groot.

Panda Po uit de animatiefilm Kung Fu Panda (2008). Dreamworks

Aaaach! Een panda die niest! Een panda die van de glijbaan gaat! En hier: een babypanda die op een tafeltje klimt, maar hij haalt het nét niet. Moet je kijken hoe hij eraf valt – zó schattig!

De charme van de reuzenpanda laat maar weinig mensen onverschillig. Er bestaan mensen die panda’s stompzinnig vinden, dom en onhandig, hooguit een beetje grappig, maar dat is geen populaire mening. Panda’s vertederen nu eenmaal, dat is wat ze doen.

Maar hoe komt dat eigenlijk? Strikt genomen is alles wat je daarover kunt zeggen speculatie. Maar je kunt er wel over speculeren op basis van de wetenschap.

1 Panda’s zijn net baby’s, maar dan zonder het gekrijs.

Panda’s hebben precies die eigenschappen die de Oostenrijkse bioloog Konrad Lorenz (1903-1989) het Kindchenschema noemde en die mensen in onderzoek keer op keer schattig blijken te vinden: mollig, korte dikke pootjes, groot hoofd, rond gezicht, hoog voorhoofd, klein neusje, klein mondje en grote ogen. Die hele constellatie trekt sterk de aandacht, houdt die vast en wekt de behoefte om voor zo’n Kindchen te zorgen. Volwassen panda’s hebben die eigenschappen al, dus babypanda’s zijn helemaal het toppunt van aandoenlijkheid. En dan lijkt het ook nog alsof ze een witte luier om hebben, waarin ze rondwaggelen als een peuter die zijn eerste stapjes zet.

Echt grote ogen hebben panda’s niet, maar hun ogen lijken groter door de zwarte vlekken eromheen. Grappig genoeg opperde veldbioloog George Schaller in zijn boek The Last Panda (1993) dat die oogvlekken bij panda’s onderling misschien juist dreigend werken: hij zag panda’s die wilden tonen dat ze geen agressieve bedoelingen hadden hun kop afwenden of hun ogen met hun poten bedekken.

2 Panda’s zijn beren, maar opvallend gekleurd en ze lijken tam.

Hebben panda’s dan ooit wél agressieve bedoelingen? O, jazeker. De eerste reuzenpanda die ooit werd vrijgelaten, Xiang Xiang, hield het nog geen jaar vol bij zijn wilde soortgenoten. Begin 2007 werd zijn dode lichaam gevonden: hij was waarschijnlijk opgejaagd door andere panda’s en uit een boom gevallen.

Schaller beschrijft een panda die elke dag agressief om voedsel kwam vragen in een biologenkamp in China, nadat de mensen daar waren begonnen haar geitenvlees te voeren. In de dierentuin in Peking zijn verscheidene mannen ernstig gebeten nadat ze in de pandaruimte waren gevallen of geklommen.

Maar: als je ze ziet, zou je niet zéggen dat panda’s zoiets doen. Ze lijken zo aaibaar, zo tam. Tamme dieren hebben vaker een kinderlijk uiterlijk: vossen die speciaal gefokt werden op gebrek aan agressie kregen na een aantal generaties ook rondere koppen en kortere pootjes.

Daarbij komt nog dat mensen houden van grote dieren, zoogdieren en opvallend gekleurde dieren – dat blijkt uit onderzoek naar favoriete dierentuindieren. Drie keer bingo voor de panda dus.

3 Panda’s zijn op zo’n manier onhandig dat ze wel lief moeten zijn.

Mensen beoordelen elkaar, maar ook dieren, meestal op twee dimensies. Bedoelt iemand het goed, is het een warm persoon? En kan iemand zijn bedoelingen ook in actie omzetten, is het een competent persoon?

Je kunt alle stereotypen die er over verschillende groepen bestaan indelen in één van vier vakjes: warm en competent (onze vrienden), warm en incompetent (kinderen), koud en competent (rijke zakenmensen) en koud en incompetent (de enge ander).

Panda’s zouden precies in het vakje ‘onhandig, maar lief’ passen, dat ze bevolken samen met onder meer baby’s, stokoude mensen en extreme softies.