Op pad met het jonge talent van het Front National

Frankrijk Bij Marine Le Pens partij krijgen opvallend veel jongeren een kans. Zoals Guillaume Luczka. Hij heeft de liefde voor Frankrijk van zijn Poolse grootouders geleerd.

FN-politicus Guillaume Luczka (r) met collega Thibaut de la Tocnaye bij een persconferentie in Charlesville-Mézières. Foto Steven Wassenaar

Agendapunt 17CP-412: 33.900 euro subsidie voor een straatfestival. „Zijn we unaniem…?” Voordat de voorzitter zijn zin kan afmaken, schraapt Guillaume Luczka zijn keel. „Wij nemen niet deel aan de stemming”, zegt hij door het microfoontje. „Een van de begunstigden is een organisatie die openlijk campagne voert tegen het Front National. Het is genoeg om even op hun Facebookpagina te kijken om de haat te zien die ze jegens ons hebben.”

Foto Peter Vermaas

Gemor in de zaal, maar de jonge FN-afgevaardigde in het regioparlement leest stoïcijns verder. „Het is niet aan de belastingbetaler deze organisatie te ondersteunen.” Applaus van de FN-fractie, wegwerpgebaren van de coalitie. De rapporteur van de cultuurcommissie bedankt Luczka voor de promotie van deze culturele organisatie „die nog niet bekend stond als verdediger van de democratie”.

Het is een zonnige vrijdag. Maar Luczka zit al uren opgesloten in de vergaderzaal in Straatsburg. Hij is in december 2015 in de Ardennen verkozen tot lid van het parlement van de fusieregio Grand Est. Eerder werd hij al gemeenteraadslid in zijn woonplaats Charleville-Mézières. Daarnaast is hij departementaal secretaris van het FN.

Respectabel

Dat was hij allemaal nog niet toen ik hem voor het eerst sprak. Dat was in april 2013. In de stromende regen stond hij bij een fabriek in Charleville te wachten op een bezoek van Marine Le Pen. Hij was pas 24 en door de partij net aangewezen als lijsttrekker bij de gemeenteraadsverkiezingen. Hij kwam wat verlegen over, maar was vriendelijk en extreem beleefd. Hij vertelde over Nederlanders met vakantiehuisjes in de Ardennen. En hij legde uit hoe het FN door Marine Le Pen een respectabele partij geworden was.

Hij maakte snel carrière, zoals zo veel jongeren in het FN. De partij is volgens onderzoeken de grootste onder jongeren die voor het eerst mogen stemmen.

Onderzoek van SciencesPo over stemgedrag onder nieuwe kiezers:

Op strategische plekken rondom Le Pen zitten vooral twintigers. Ook Guillaume kwam ik steeds vaker tegen. Ik zag hem bij de traditionele 1-meiparade naast het blinkende standbeeld van Jeanne d’Arc in Parijs, ik zag hem op partijcongressen. Altijd begroette hij me even enthousiast, alsof we oude vrienden waren.

Afgelopen december zag ik hem weer, naast Le Pen in een deftig hotel in Parijs. Hij bleek nu ook kandidaat voor een zetel in de Assemblée Nationale. Ik vroeg of ik hem een keer een dag mocht volgen. Een paar weken later nodigde hij me uit voor de ‘permanente commissie’ van het regioparlement. „Normaal gesproken”, schreef hij, „zal ik het woord nemen over cultuur.”

Stekelige sfeer

Wat opvalt is dat de leden van de grote machtsblokken, de socialisten op links en de hier besturende Republikeinen op rechts, elkaar tutoyeren en met voornamen aanspreken. Maar leden van het FN zijn „u”, „madame” en „monsieur”. Ook Guillaume, die nu 28 is. „Stelt u zich een moment voor dat wij deze regio leiden en dan organisaties zouden subsidiëren die campagne tegen ú zouden voeren”, probeert hij nog eens na het hoongelach over zijn eerdere interventie.

De sfeer is stekelig. „Zo gaat het altijd”, zegt journalist Jacques Fortier van de lokale krant Dernières Nouvelles d’Alsace op de perstribune. Over honderden voorstellen, vooral subsidieaanvragen, wordt deze ochtend gestemd. „Het FN onthoudt zich vaak van stemmen of stemt tegen bijdragen aan organisaties die ze niet goed gezind zijn.”

De gewraakte Facebook-post van een culturele organisatie in Colmar

Na de beraadslagingen wordt het gemoedelijker. In een zaaltje naast de hémicycle staat voor alle leden een buffet klaar met kwartelpootjes en tortellini. Republikeinen zoenen FN-afgevaardigden. „We zijn democraten, mensen mogen een mening hebben”, zegt een van hen. „En Guillaume is een aardige jongen”, vervolgt ze. Volgens Guillaume is het een signaal dat een deel van traditioneel rechts op het punt staat naar het FN over te stappen. Hij laat op zijn telefoon de collega’s de Facebookpagina zien van de door hem aangepakte organisatie. „Ze zijn trots dat ze affiches tegen ons hebben geplakt. Walgelijk.”

Foto Peter Vermaas

We nemen de TGV naar Reims. Vandaar gaan we met de auto naar Charleville, waar Guillaume ’s avonds met een gast de achterban toespreekt. Terwijl het Oost-Franse lentelandschap voorbij zoeft, vertelt hij waarom hij denkt de parlementszetel te kunnen winnen. „Weet je nog dat Marine in 2013 die fabriek bezocht? Sindsdien zijn daar tweehonderd banen naar het buitenland verdwenen.” Geen kiesdistrict in Frankijk kent een hoger percentage arbeiders, zegt hij. „Maar de fabrieken roesten weg in het landschap. De werkloosheid is hoog, mensen verarmen en de publieke diensten worden minder.”

Luczka beantwoordt vragen van kiezers op zijn eigen YouTube-kanaal:

Voorbeeld Poolse grootouders

Is hij daarom bij het FN gegaan? Nee, dat ligt anders. „Mijn grootouders zijn oorspronkelijk Pools. Zij hebben zich enorme opofferingen getroost om hier te integreren. De liefde die zij voor Frankrijk voelden, zie je nu niet meer bij immigranten. Het schokt me als ik zie dat ze Franse vlaggen verbranden.” Hij spreekt van een „botsing van culturen” en waarschuwt voor veiligheidsproblemen. „Er was laatst een afrekening met een kalasjnikov. In Charleville-Mézières!”

Zijn ouders, vertelt hij, waren actief bij de Parti Socialiste en in de vakbond. Het leidde tot „grote spanningen” toen hij op zijn achttiende vertelde dat hij bij het FN ging. Toen was de onbesuisde Jean-Marie Le Pen nog partijleider. Guillaume kreeg ook problemen op het werk. Hij is praktiserend katholiek en heeft kunstgeschiedenis gestudeerd, vertelt hij. Voor de regionale erfgoeddienst beschreef hij in de kathedraal van Reims middeleeuwse kunstschatten. „Zo ontzettend mooi, dat is mijn passie.” Maar de culturele wereld is links. „Toen mijn hoofd voor het eerst op een affiche stond, werd het werken me onmogelijk gemaakt.” Hij koos volledig voor de politiek en kreeg via de partij een baan als assistent van een FN-Europarlementariër.

Lokaal FN-kantoor, klaar voor persconferentie Foto Peter Vermaas

Vanaf het TGV-station gaat het over een steeds pokdaliger wegdek naar Charleville. De gast voor vanavond blijkt een economisch adviseur van Marine Le Pen uit het zuiden, Thibaut de la Tocnaye. Met Guillaume wacht hij achter een tafeltje met Franse vlaggen in het partijkantoortje op lokale media die uitgenodigd zijn voor een persconferentie. Er komt niemand. „De lokale media boycotten ons”, zegt Guillaume tegen de gast. Hij biedt hem een biertje aan.

Jong talent

De la Tocnaye blijkt in het FN ook jong talent op te leiden. Hij heeft Guillaume de fijne kneepjes van het vak geleerd. Het is opvallend, leg ik hem voor, hoeveel jonge mensen in de partij meteen verantwoordelijkheid krijgen. „Politieke vernieuwing en verjonging”, antwoordt hij, „daar draait het om.” Het helpt ook, geeft hij later toe, dat jonge mensen nog geen lijken in de kast hebben. De kans dat iemand als Guillaume als skinhead op oude foto’s opduikt is klein.

„Er zijn achttienjarigen”, zegt Guillaume, „die partijlid worden en een jaar later in een regioparlement zitten. Dat is goed. In de andere partijen heb je mensen die onder Mitterrand in de jaren tachtig begonnen zijn.” Maar dat „patriottische partijen”, zoals hij zegt, zo populair zijn onder jongeren heeft vooral te maken met de strijd om informatie, denkt hij. „De jonge generatie communiceert direct en zonder filters op sociale netwerken. Oudere mensen geloven de leugens van de massamedia.”

We rijden naar Hotel-Restaurant Le Fleuritel, een vervallen motel aan de snelweg. Daar is het ‘apéro-débat’ met de achterban, een bont gezelschap van oudere ondernemers, boeren en werkloze fabrieksarbeiders in zwarte leren jassen.

„Laat ik beginnen verantwoording af te leggen voor mijn werk in het regioparlement”, zegt de jonge departementssecretaris blijmoedig voordat hij De la Tocnaye het woord geeft. Hij vertelt weer over de ontdekking die hij op Facebook deed over de organisatie die subsidie had aangevraagd. „Zoiets valt niet te tolereren”, zegt hij. Applaus.

Als later op de avond toastjes met varkensrillettes rondgaan, vraag ik Guillaume of er in zijn leven iets gebeurd is dat hem naar het FN geduwd heeft. Hij kijkt geschrokken. „Alsof je iets vreselijks meegemaakt moet hebben om bij het FN te gaan”, zegt hij eerst. Dan is hij even stil. „Mijn liefde voor de Franse cultuur”, zegt hij met een gelukzalige glimlach. „Ik ben bang dat onze cultuur ten onder gaat. Ik wil een Frankrijk van dorpjes met kerkklokken, met kleinschaligheid en de Franse keuken. Globalisering mag dat niet kapotmaken.”