NRC checkt: ‘Nederlandse baby’s huilen het meest’

Dat schreef NRC naar aanleiding van onderzoek in The Journal of Pediatrics.

De aanleiding

Diverse media, waaronder NRC,meldden deze week uitkomsten van een internationale vergelijking van de gemiddelde duur van het huilen van baby’s in de eerste drie maanden van hun leven. „Nederlandse baby’s huilen het meest van alle baby’s ter wereld”, was de kop in NRC Handelsblad.

Waar is het op gebaseerd?

De nieuwsberichten baseren zich op wetenschappelijk onderzoek dat is uitgevoerd door een team onder leiding van hoogleraar psychologie Dieter Wolke van de University of Warwick. Het resultaat werd eind vorige week vervroegd online gepubliceerd in het wetenschappelijke blad The Journal of Pediatrics. Bij het artikel verscheen een ronkend persbericht van Wolkes universiteit met de titel „Babies cry most in UK, Canada, Italy & Netherlands”. Vooral het verschil tussen landen werd benadrukt, en dat aspect werd gretig overgenomen door nieuwsmedia.

Het doel van het onderzoek was echter niet het maken van een internationale vergelijking. De onderzoekers wilden met de gegevens een universele ‘huilcurve’ samenstellen, die gebruikt kan worden om snel te bepalen of een kind excessief huilt, en daarom nader medisch onderzocht zou moeten worden. De vuistregel was tot nu toe de ‘3×3-regel’: drie uur per dag, gedurende ten minste drie dagen van een week. Dat bij te houden vergt doorzettingsvermogen van de ouders. Het aantal huilminuten per etmaal is een eenvoudiger maat.

En klopt het?

Bij nadere bestudering van het onderzoeksartikel blijken veel onderliggende studies niet representatief voor pasgeborenen in de algemene bevolking. Zo zijn de moeders in de Nederlandse studie relatief oud en hoogopgeleid. De studie was bovendien niet opgezet om de gemiddelde huilduur te meten maar om te kijken of kleine complicaties rond de geboorte effect hadden op huilgedrag en stress bij het kind.

Zo heeft bijna ieder onderzoek een andere opzet, een veelvoorkomend probleem bij internationale vergelijkingen van observationele (bio)medische studies. In het Nederlandse onderzoek is bijvoorbeeld alleen het huilen op één moment gemeten, bij zes weken.

Wolke en zijn team zochten in databanken met wetenschappelijke literatuur alle publicaties over dit onderwerp. Zoeken op verschillende combinaties van trefwoorden (zoals ‘infant and crying’) leverde maar liefst 5.687 artikelen op. Daarna volgde een strenge selectie op relevantie, kwaliteit van het onderliggend onderzoek en volledigheid van onderzoeksdata. Uiteindelijk hielden ze slechts 28 artikelen over, met de huilgegevens van zo’n 8.700 baby’s afkomstig uit negen landen.

Dat lijkt indrukwekkend, maar de gegevens zijn niet evenredig verdeeld over alle landen. Een kwart van de baby’s komt uit Groot-Brittannië, een kwart uit de Verenigde Staten en nog een klein kwart uit Canada. Het Nederlandse onderzoek omvatte 103 baby’s en het Japanse slechts 31. Puur statistisch bekeken is het dus niet gek dat Nederland (langste huilduur) en Japan (relatief korte huilbuien) flink afwijken van het gemiddelde. De onderzoekers corrigeerden daarvoor door aan elk onderzoek een kwaliteitsweging te geven en die te verwerken in de berekeningen, voor hun model te verdedigen, maar nattevingerwerk voor een wereldranglijst.

Conclusie

Het artikel in het Britse wetenschappelijke tijdschrift geeft zelf geen ranglijst. Wel worden de scores per land in een tabel genoemd, met daarbij de kwalificatie hoger of lager dan het internationale gemiddelde. Omdat de onderzoeken te divers zijn en de getallen per land te laag mag niet geconcludeerd worden dat er daadwerkelijk grote verschillen bestaan in huilduur. De conclusie dat uit het onderzoek blijkt dat Nederland de meeste huilbaby’s ter wereld heeft, wordt daarom beoordeeld als onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die u wilt laten checken? Mail nrccheckt@nrc.nl