Industrie voldoet op valreep aan afspraken Energieakkoord

Omdat de industrie zelf een plan voor energiebesparingen indient, zal minister Kamp van Economische Zaken (VVD) de besparingen niet wettelijk opleggen.

De hoogovens van Tata Steel. Foto Lex van Lieshout/ANP

De energie-intensieve industrie heeft op de valreep een plan ingediend om aan de energiebesparingen die zijn vastgelegd in het Energieakkoord te realiseren. Daardoor hoeft minister Kamp van Economische zaken (VVD) de besparingen niet wettelijk op te leggen aan de industrie.

In het Energieakkoord is vastgelegd dat de energie-intensieve industrie, waar onder meer de raffinaderijen, chemische fabrieken en de metaalsector onder vallen, voor 2020 9 petajoule (PJ) moet besparen. Dat is een hoeveelheid die gelijk staat aan het energieverbruik van 135.000 huishoudens. Omdat er tot nu toe nog geen initiatief vanuit de sector zelf was genomen, had minister Kamp aangekondigd aan het einde van het eerste kwartaal van 2017 een wettelijk voorstel aan de Tweede Kamer te sturen. De bedrijven die tot de energie-intensieve industrie behoren, zijn verantwoordelijk voor een groot deel van het energieverbruik en totale CO2-uitstoot in Nederland.

Kamp toont zich in de Kamerbrief waarin hij het plan van de sector bekendmaakt, verheugd dat het toch gelukt is. De minister laat wel weten dat als de besparingsdoelen in de praktijk niet gehaald wordt, hij de besparingen alsnog wettelijk zal afdwingen.

“Met dit akkoord nemen ook zij (energie-intensieve industrie, red.) uiteindelijk hun verantwoordelijkheid om te komen tot een forse energiebesparing. Een door de industrie zelf gesloten akkoord heeft de voorkeur boven verplichtende maatregelen vanuit de overheid.”

Individuele afspraken

Het plan van de industrie bestaat uit individuele afspraken die via werkgeversorganisatie VNO-NCW met bedrijven als Tata Steel en Shell zijn gemaakt. Zo gaat Tata Steel twee ovens die worden gebruikt voor het verhitten van plakken staal vervangen, waardoor het minder energie gaat kosten om de metalen te verhitten. Bedrijven mogen onderling een overschot of tekort aan energiebesparing uitruilen. Als ze hun doelstellingen niet halen, kunnen ze rekenen op boetes.

Kamp heeft het voorstel laten beoordelen door het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). Dat oordeelde dat de zelfopgelegde doelstelling van 9 PJ met deze plannen zal worden gehaald. De energiebesparing mag van de minister niet ten koste gaan van een eerdere afspraak waarin de sector vrijwillig heeft toegezegd in de periode 2017-2020 22 PJ aan energie te besparen. Als dat toch gebeurt, zal Kamp ook dan verplichtende maatregelen instellen.

Nog ver verwijderd

In het Energieakkoord, dat in 2013 door de overheid, sociale partners en milieuorganisaties werd gesloten, zijn maatregelen afgesproken die in 2020 in totaal een besparing van 100 PJ moeten opleveren, een hoeveelheid die gelijk staat aan het verbruik van 1,5 miljoen huishoudens in Nederland. Ook is afgesproken dat in 2020 het aandeel duurzame energie 14 procent is, met als doel dat Nederland halverwege de 21ste eeuw volledig op duurzame energie draait. Verder staan er afspraken in over het sluiten van oude kolencentrales, het beter isoleren van huizen en het overstappen op elektrisch vervoer.

Nederland is nog ver verwijderd van de doelstellingen van het Energieakkoord. In 2015 berekenden planbureaus dat de besparingen niet gehaald zullen worden als er niets veranderde. Van de 100 petajoule zou slechts 55 procent worden gerealiseerd en in plaats van 14 procent duurzame energie, zou 12,4 procent worden bereikt. Binnen de EU behoort ons land tot de slechtst presterende landen op het gebied van duurzaamheid. Daarop kondigde minister Kamp aan maatregelen te zullen nemen en op termijn boetes uit te gaan delen.