Het Nederlands lijkt best wel op Gaelic en Welsh

Luxemburgers kunnen het best vreemde talen herkennen, Chinezen het slechtst. Dat blijkt uit wetenschappelijke onderzoek van het online-talenraadspel the Great Language Game. En Schots-Gaelic lijkt op Nederlands, Portugees wordt verward met Pools.

Talen die vaak verward worden in The Great Language Game staan dicht bij elkaar. Nederlands staat tussen Deens en Gaelic Illustratie PLOS ONE

‘Kun jij horen welke taal die mensen spreken?’, is een fijn gezelschapspel voor vliegvelden, internationale congressen en toeristische binnensteden. Te winnen met een combinatie van talenkennis en brutaliteit. Wie durft de exotische taalsprekers het opzichtigst af te luisteren, en daarna ook nog te vragen wat ze spreken?

Lars Yencken, onafhankelijk onderzoeker, talengek en programmeur besloot het systematischer (en beleefder) aan te pakken,

Op het Rode Plein in Moskou: de ‘Kathedraal van de Voorbede van de Moeder Gods op de Greppel’ (Russisch: Собор Покрова Пресвятой Богородицы, что на Рву), of kortweg: Basilius Kathedraal. Foto Jack Versloot / Flickr

en lanceerde in 2013 zijn online Great Language Game. Deelnemers luisteren daarin naar fragmenten van 20 seconden in 78 verschillende talen, van wereldtalen als Duits, Frans en Russisch tot obscure talen als Schots-Gaelic, Hausa, Wu-Chinees en Telugu. Het raden gaat multiple choice, en na drie fouten is het game over.

15 miljoen keer raden

Sinds 2013 raadden bijna een miljoen online spelers samen 15.580.829 maal, ruim genoeg voor een publicatie van Yencken, Seán Roberts van het Max Planck-Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen en Hedvig Skirgård van Australian National University in het open access-tijdschrift PLoS ONE.

Wetenschappelijk het interessantst zijn de foute antwoorden: welke talen worden het meest met elkaar verward? „Álle talen zijn minstens een keer met alle andere talen verward”, schrijven de onderzoekers, maar Frans en Vietnamees het minst vaak.

Zulke fouten geven aan hoeveel talen op elkaar lijken: zo worden de Scandinavische zustertalen Noors, Zweeds, Deens en IJslands vaak verward.

Taalverwarbaarheid

Deze ‘taalverwarbaarheid’ verwerkten de onderzoekers tot een Neighbor Net, een statistisch onderbouwd netwerk waarin een kortere afstand betekent dat twee talen op elkaar lijken.

Tavarua, een van de Fiji-eilanden. Foto Tavyland/Wikipedia

Een eerste blik daarop suggereert dat de online taalnerds hun talenfamilies prima kennen: Slavische talen als Servisch, Tsjechisch, Pools, Bulgaars zitten keurig op een kluitje (al worden ze het vaakst aangezien voor Russisch, de bekendste representant, zelden andersom). Baskisch, de taal zonder verwanten, wordt bijna nergens mee verward. Maori, Fijiaans en Samoaans, verwanten in de Stille Zuidzee, lijken volgens de spelers juist wel weer op elkaar.

Maar verwantschap is toch niet alles: de Germaanse taal Duits is te bekend om met zustertaal Nederlands verward te worden. Maar de Keltische talen Welsh en Schots-Gaelic lijken wel weer op Nederlands, al is dat echt geen naaste familie.

Een tweetalig bord in Schotland. Foto Amanda Slater / Wikipedia

Dat zit hem in de geografische nabijheid, denken de onderzoekers. Of misschien in het klankenpalet: alledrie de talen zijn beroemd en berucht om hun rollende r en raspende g/ch.

Nasale klanken

Ook Pools en Portugees, beide met nasale klanken, worden vaak voor elkaar aangezien, net als Lets en Estisch, Vietnamees en Khmer (Cambodjaans) en Koreaans en Japans: geen naaste familie, wel buren of uitgerust met een vergelijkbaar klankenpalet.

Het is zelfs nog sterker: als geografische en klankfactoren worden meegerekend, is er zelfs nauwelijks een rol weggelegd voor de taalfamilie in het voorspellen van de verwarbaarheid van talen. Blijkbaar ‘klinken’ talen naar hun regio.

Van de deelnemers is de herkomst alleen aan de hand van het IP-adres bekend, maar de beste taalraders lijken de Luxemburgers, die 75 procent van de talen goed raden. Onderaan staan de Chinezen, met slechts 60,7 % van de 56.452 antwoorden goed.

Nederlanders kwamen, ondanks hun vermeende talenkennis, slechts op de negende plaats, nog onder Slovenen, Noren, Kenianen, en Libanezen. Maar – toch belangrijk bij gezelschapsspelletjes – nog net wél boven de Duitsers.