Haven neemt al afscheid van steenkool

Kolencentrales op de Maasvlakte

Het lot van twee hypermoderne kolencentrales in de haven ligt in handen van de politiek. Sluiten of switchen zijn de enige opties op de Maasvlakte.

Centrale MPP3 van Uniper op de Maasvlakte. De centrale heeft een vermogen van 1.070 megawatt. Nederland haalt 35 procent van de elektriciteit uit steenkool. Foto Rien Zilvold / NRC

Bij helder weer zijn de witte stoompluimen boven de twee nieuwe kolencentrales op de Eerste Maasvlakte al van tientallen kilometers ver te zien. De afgelopen maanden hebben de centrales van Uniper en Engie volop gedraaid omdat de stroomprijzen relatief gunstig waren. Beide centrales liggen nu even stil wegens onderhoud. Straks gaan ze weer in de hoogste stand om zo veel mogelijk geld te verdienen zolang het nog kan.

De toekomst van de kolencentrales is zeer onzeker. De Tweede Kamer koos eind 2015 voor ‘uitfasering’ van alle resterende kolencentrales omdat ze grote hoeveelheden CO2 uitstoten. Minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) kreeg de opdracht om met een plan te komen en was al een heel eind met concrete sluitingsplannen. Toch werd de kwestie ‘over de verkiezingen heengetild’. Premier Mark Rutte (VVD) vond het niet nodig om het bedrijfsleven op dat moment tegen de schenen te schoppen.

Heikele kwestie

De toekomst van de gloednieuwe centrales – en die van twee oudere centrales in Amsterdam en Geertruidenberg en een nieuwe in de Eemshaven – is een heikele kwestie bij de formatiebesprekingen. Als GroenLinks aan boord blijft, lijkt sluiting op korte termijn onvermijdelijk.

Het gaat dan alleen nog maar over het bedrag dat de eigenaren ter compensatie ontvangen. In dit stadium kan ieder woord van de centrales er een te veel zijn, klinkt het benauwd. Een afspraak om langs te komen op de Maasvlakte, wordt op het laatste moment geannuleerd. Normaal gesproken zijn we van harte welkom, wordt ons verzekerd, „maar nu even niet”.

Na olie is steenkool de tweede fossiele grondstof in de haven. Het grootste deel van de ruim 28 miljoen ton steenkool die in 2016 aan land werd gebracht, werd per trein afgevoerd naar het Ruhrgebied. Ruim eenderde werd opgestookt in de centrales om stroom op te wekken. Steenkool zorgt voor slechts 6 procent van de totale overslag, maar is (nog) cruciaal voor stroomopwekking.

Naast de twee hypermoderne nieuwe centrales, zijn er tot deze zomer ook nog twee oudere eenheden van Uniper in bedrijf die uit de jaren tachtig stammen. Hun sluiting werd vastgelegd in het Energieakkoord.

De voorlopers van Uniper (het Duitse energieconcern Eon) en Engie (het Franse bedrijf GDF-Suez) hebben ieder 1,5 miljard euro geïnvesteerd in de veronderstelling dat hun centrales tientallen jaren zouden kunnen draaien. De kabinetten-Balkenende vroegen begin deze eeuw om de bouw. Maar dat was in de wereld van voor de crisis, toen economische groei nog vanzelf was en de opwarming van de aarde daarbij nauwelijks een onderwerp van discussie was. Dat is sinds ‘Parijs’, het wereldwijde klimaatakkoord van eind 2015, totaal veranderd.

Ook de Rotterdamse haven is het gevecht met de CO2 aangegaan. In 2050 moet de economie nagenoeg CO2-neutraal zijn. Het Havenbedrijf Rotterdam is een van de initiatiefnemers van de ‘transitiecoalitie’: grote bedrijven vragen het kabinet om zo snel mogelijk te komen met een klimaatwet die bepaalt wat wanneer bereikt moet zijn.

Tjerk Wagenaar, oud-directeur van Natuur en Milieu, meent dat de economie al in 2035 CO2-neutraal zou moeten zijn om de opwarming in deze eeuw te beperken tot maximaal twee graden Celsius. Hij wil dat de kolencentrales uiterlijk in 2020 dicht zijn. „Dat scheelt in één klap 11 procent”. Bronnen in Den Haag denken dat sluiting in 2030 een meer voor de hand liggend scenario is.

Ieder vecht voor zich

Op de Maasvlakte liggen de centrales gebroederlijk bij elkaar, maar veel onderlinge warmte is er niet. Ieder vecht voor zijn eigen bestaan. Uniper aangestuurd door het moederbedrijf in Duitsland, Engie vanuit Frankrijk. De speelruimte wordt bepaald in de directiekamers in Essen en Parijs.

Hardop wordt het niet gezegd, maar in de Rotterdamse haven is het een publiek geheim dat Engie zo snel mogelijk van de kolencentrale af wil. Onder topvrouw Isabelle Kocher, die vorig jaar mei aantrad, heeft het bedrijf een belangrijke wending gemaakt. Het streven is om per 1 januari 2019 helemaal geen steenkool meer in de portefeuille te hebben. Engie ziet zijn toekomst in lokale opwekking uit zon en wind, en het beheren van netwerken.

Om niet meteen alle troeven meteen uit handen te geven, zegt Engie te overwegen verder te gaan op de Maasvlakte, zonder steenkool. De centrale zou dan moeten draaien op ‘reststromen’ van bijvoorbeeld een bioraffinaderij. Het enige probleem is dat die er nog helemaal niet is, en de tijd dringt.

Wim Broos, directeur van de Engie-centrale, zei het onlangs zo: „We zijn de speelbal geworden van een gepolariseerd politiek landschap, terwijl Engies strategie al gericht is op een sterke decarbonisatie van haar portfolio. Concreet houdt deze strategie in dat we onze kolencentrales willen verkopen en/of sterk verduurzamen.”

Voorlopig stookt Engie op de Maasvlakte nog uitsluitend steenkool. Ook Uniper draait volledig op steenkool. Het bedrijf heeft weliswaar subsidie binnen weten te slepen om biomassa bij te gaan stoken, maar doet niets zolang de Haagse politiek geen duidelijkheid geeft.

Hoe werkt een kolencentrale? Zie dit filmpje van EPZ, eigenaar van de in 2015 gesloten kolencentrale in Borssele.

Ketels aanpassen voor biomassa en contracten afsluiten met leveranciers van houtpellets – samengeperst hout – is riskant als je niet weet of je een toekomst hebt. Waar Engie laat doorschemeren dat het van de centrale af wil, vecht Uniper om te overleven als biomassacentrale. Maar ook dat kost geld en tijd: om volledig over te gaan op biomassa moet Uniper eerst nieuwe vergunningen aanvragen.

Het bijstoken van biomassa is bovendien omstreden, al was het maar omdat het hout met vervuilende schepen moet worden aangevoerd. Zelfs na een overstap naar biomassa zal de centrale CO2 blijven uitstoten, zij het veel minder dan bij het verstoken van steenkool.

Voor de haven lijken de centrales al niet meer mee te tellen. Veelzeggend was de recente aankondiging dat bij de planning van een warmtenet en een CO2-netwerk langs de industrie in de haven geen rekening wordt gehouden met de kolencentrales. „Doen ze mee dan zijn ze welkom, doen ze niet mee dan gaan we zonder hen door”, is de harde boodschap van topman Allard Castelein.

Het ‘demonstratieproject’ ROAD om CO2 af te vangen bij de Unipercentrale, ondergronds af te voeren en op te slaan in een gasveld vlak voor de kust, is nooit verder gekomen dan de tekentafel. Formeel hebben zowel Uniper als Engie zich vastgelegd om ieder 50 miljoen te steken in het proefproject. Met de huidige onzekerheid is het sterk de vraag of het er nog van gaat komen.

Wat zeker is: steenkool verdwijnt uit de Rotterdamse haven. De centrales gaan over op andere brandstoffen, of ze gaan dicht. En de overslag neemt ook af. Want wat voor de centrales op de Maasvlakte geldt, geldt ook voor de industrie in het Duitse achterland: de uitstoot van CO2 bepaalt straks welke energie we nog kunnen gebruiken.

Correctie (3 mei 2017): Tjerk Wagenaar is niet de directeur, maar oud-directeur van Natuur en Milieu. [red.]